Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
Wonderreizen.
Jules Verne
De Reis naar de Maan
In 28 Dagen en 12 Uren
Naar de 18de Fransche uitgave door
H. M. C. van Oosterzee
Tiende druk
Amsterdam
Uitgevers-Maatschappy "Elsevier"
1916
EERSTE HOOFDSTUK.
DE GUN-CLUB.
Amerika is een groot land, een land ook van groote dingen: groote
steden, groote wildernissen, groote spoorwegen, groote mannen, groote
rivieren, groote ondernemingen, groote plannen, groote vereenigingen,
in dat groote land clubs genaamd.
Onder die clubs behoort de Gun-club niet het laatst vermeld te
worden. Zij ontstond tijdens den oorlog tusschen de Noordelijken
en Zuidelijken. Dat was een tijd van uitvindingen in het vak van
menschen dooden--ook in het groot. 't Was in dien tijd dat een
zesendertigponder op driehonderd voet afstands dwars door zesendertig
paarden en achtendertig man heen vloog, dat allen bleven liggen,
man dood, paard dood. Maar dit was slechts kinderspel bij het stuk
Rodman, dat nagenoeg drie uren gaans ver droeg en met een balletje
van vijfhonderd kilo honderdvijftig paarden en driehonderd man kon
neêrschieten. Ik zeg: kon; want de proef werd niet genomen, omdat,
al spraken de paarden er niet tegen, de manschappen er niet voor te
vinden waren. Maar 't geen volgt gebeurde in een der gevechten tegen
de Zuidelijken: een Rodman zond in één schot twee honderd vijftien
dier Zuidelijken naar de andere wereld.
Indien het waar is, dat talrijke schermutselingen en gedurige
gevechten de oorlogen vernielender maken, is het een waarachtige
daad van menschlievendheid, middelen uit te denken om in het groot de
gelederen te dunnen, want dan is de krijg zooveel te eer aan het einde
van zijn renbaan. En uit dit oogpunt was het een edel denkbeeld van een
oprichter der Gun-club, een vereeniging te stichten tot uitbreiding
en volmaking der kunst om de vernielendst mogelijke kogels of andere
dergelijke voorwerpen op den grootstmogelijken afstand weg te schieten.
De zaak vond bijval, en wel op echte Amerikaansche wijze. Als namelijk
een burger der Vereenigde Staten een denkbeeld in de hersenen voelt
opkomen, zoekt hij een medeburger die er mee instemt. Er zijn dus
aanstonds een voorzitter en een secretaris. Komt er een derde bij, dan
is ook de tweede voorzitter, zegge de vice-president, gevonden. Een
vergadering wordt belegd, tal van leden sluiten zich aan, gewone,
buitengewone, werkende, correspondeerende.... de club is in 't leven.
Aldus ook de Gun-club. Drie maanden na haar oprichting telde zij 1833
werkende en 30 565 correspondeerende leden.
Tot het lidmaatschap werd vereischt, dat men een nieuwe soort van
werpgeschut uitgedacht of minstens een bestaande soort verbeterd had;
zoo geen kanon, dan toch een vuurwapen. De leden die aan revolvers
knutselden, waren echter, schoon aan de letter van het reglement
voldoende, niet machtig in tel.
»Wie eigenlijk een groot man onder ons wil zijn," zoo sprak eens een
der kundigste leden van de club, »moet eenvoudig worden berekend naar
den regel, dat zijn verdiensten evenredig zijn aan het kaliber van zijn
stuk, en aan het vierkant van de afstanden op welke het schiet." De
man dacht aan de wet van Newton betreffende de algemeene zwaarte.
Toen op een goeden dag de vrede tusschen Noord en Zuid geteekend
was door personen die den oorlog overleefd hadden, taanden wel
de practische inzichten der Gun-club, maar onverflauwd bleef
de liefhebberij in plannen en berekeningen over werpgeschut en
projectielen.
»'t Is toch beroerd," zei op zekeren avond de dappere Tom Hunter,
terwijl zijn uitgestoken houten beenen bijna vlam vatten in het
kolenvuur, »niets te doen, niets te hopen! Waar is de tijd, toen het
kanongebulder voor morgenwekker diende?"
»Voorbij is die schoone tijd!" was de uitroep van den vroolijken
Bilsby, die met zijn armen zou gezwaaid hebben, als hij ze nog gehad
had. »Dat was me een tijdje! Men verzon een nieuw mortier, en zoodra
was het niet gegoten of 't was terstond ook afgeschoten. Maar nu? Wat
schieten zij weg? Bommen?--Ja wel--katoenballen?
»Gelijk heb je!" riep kolonel Blomsberry uit. »Toen was het leven,
nu is het dood zijn, hier te Baltimore,"--want daar was de Gun-club
gevestigd.
»En dan geen vooruitzicht," voegde de stoutmoedige Maston er bij,
terwijl hij met zijn ijzeren haakje aan zijn getah-pertja schedel
krabde. »Geen wolkje aan den hemel! En toch heb ik, ik die tot u
spreekt, juist dezen morgen een plan uitgedacht--nu! asjeblieft, een
plan van een mortier, dat de tegenwoordige oorlogsregelen wegblaast."
»Waarachtig?" vroeg Tom Hunter, onwillekeurig denkende aan de laatste
uitvinding van Maston.
»Waarachtig!" antwoordde deze. »Maar wat geeft het? Men kan er toch
niets meê uitvoeren, nu het menschdom van niets anders iets meer te
duchten heeft, dan van een schrikbarende overbevolking."
»Maar in Europa dan?" sprak kolonel Blomsberry, »daar vechten ze nog
al eens voor de nationaliteit?"
»Waar denk je aan?" schreeuwde Bilsby uit; »uitvindingen doen voor
vreemdelingen?"
»Beter nog dan geheel niets," was het antwoord.
»Zeker," voegde Maston er bij, »maar dat is zelfs niet om er aan
te denken."
»Kom, kom," liet Tom Hunter zich hooren, terwijl hij met zijn knipmes
in de leuning van zijn armstoel zat te snipperen. »De zaak leidt er
toe, en ons rest niets dan tabak te planten of walvischtraan te koken."
»Wat zeg je daar?" riep Maston uit. »Omdat nu niet meer tegen
de Zuidelijken te vechten valt, zouden wij tot ledigheid gedoemd
zijn? Men heeft toch waarlijk niet zoo ver naar een reden van oorlog
te zoeken. Hebben onze Vereenigde Staten niet aan Engeland toebehoord?"
»Zeker," zei Tom Hunter, met zijn kruk op den grond stampende.
»Welnu," liet Maston zich hooren, »waarom zou Engeland niet op zijn
beurt eens het eigendom worden van onze Vereenigde Staten!"
»Dat ware niet meer dan rechtvaardig," merkte kolonel Blomsberry aan.
»Stel het dan maar aan den President der Vereenigde Staten voor!" riep
Maston uit, »en ge zult zien hoe hij u ontvangen zal."
»Zeker slecht," mompelde Bilsby tusschen de vier tanden die hij nog
uit den oorlog had overgehouden.
»Dan behoeft hij bij de eerstvolgende verkiezing op mijn stem niet
te rekenen!" schreeuwde Maston.
»Noch op de mijne," voegden de overigen er bij.
»Hoe het zij," sprak Maston weder, »als men mij geen gelegenheid geeft
om mijn nieuw mortier op waardige wijze te beproeven, neem ik mijn
ontslag als lid der Gun-Club en ga mij levend begraven in de Arkansas."
»Dan volgen wij u!" riepen allen tegelijk uit.
Den anderen morgen ontvingen de leden het volgend briefje:
Baltimore, 3 October.
De voorzitter der Gun-Club heeft de eer u kennis te geven,
dat in de vergadering van 5 dezer een mededeeling van hoog
belang zal gedaan worden. Hij noodigt de leden dus dringend
uit, die bijeenkomst met hunne tegenwoordigheid te willen
vereeren.
De voorzitter voornoemd,
Impey Barbicane.
TWEEDE HOOFDSTUK.
DE MEDEDEELING.
Den 5den October 's avonds 8 uur stroomde het naar de vergaderzaal
der Gun-club, Union square, No. 21, te Baltimore. Al de daar ter
stede woonachtige leden hadden gehoor gegeven aan de oproeping van
hun voorzitter. Ook de elders gevestigden werden bij honderdtallen
door de spoortreinen afgezet, en nog lang voor het uur van achten
was er geen plaats meer te krijgen, zelfs voor geen goud.
Wij zullen de vergaderzaal niet beschrijven met haar banken, gaskroon
en wat verder tot zulk een lokaal behoort; alleen dit, dat op een
voor allen zichtbare plaats, onder glas, de overblijfselen lagen
van een stuk geschut, uitgevonden door den dapperen Maston, maar
vaneengesprongen door de werking van het kruit.
Aan het eene einde der zaal was de plaats van den voorzitter
Barbicane. Daar stond een leuningstoel--maar wij laten den stoel den
stoel, om iets van den man zelven te zeggen.
Impey Barbicane was een veertiger, bedaard, zelfs koud, streng; een
heldere kop, zoo nauwkeurig als het beste uurwerk, onwrikbaar van
karakter. Schoon juist niet ridderlijk van geest, was hij een stout
ondernemer, maar het praktische stond bij hem op den voorgrond;
van top tot teen was hij een man uit Nieuw-Engeland, volbloed
Noordelijke, onverzoenlijk vijand van de Zuidelijken, een echte zoon
der Rondhoofden, zoo verderfelijk voor de Stuarts. In één woord:
Barbicane was een Yankee uit één stuk.
Goede, uitnemende zaken had hij gemaakt in den houthandel. Gedurende
den oorlog bij de artillerie geplaatst, bleek hij vruchtbaar in
uitvindingen. Door de stoutheid zijner denkbeelden bracht hij veel
toe om dat wapen te verheffen; bij proefnemingen was hij onbetaalbaar.
Hij was iemand van middelbare lengte, en--wat in de Gun-club een
zeldzaamheid was--ongeschonden van lijf en leden. Zijn scherpgeteekende
gelaatstrekken schenen met passer en liniaal getrokken te zijn; en
indien het waar is, dat men, om iemand te kennen, hem op zijde moet
zien, vertoonde Barbicane onbetwistbaar geestkracht, stoutmoedigheid
en koelbloedigheid.
Vóór het openen der vergadering zat hij onbeweeglijk in zijn armstoel,
in zichzelven gekeerd, gedekt met een hoogen, zwart zijden hoed,
zooals die op Amerikaansche hoofden als vastgespijkerd zitten. Om
hem heen was het gegons en getrappel; maar het ging hem niet aan--hij
bleef onbeweeglijk.
Toen het acht uur sloeg, stond Barbicane op, zoo afgemeten alsof hij
een automaat was. Hij gaf een teeken van stilte en sprak aldus:
»Vrienden! De vrede doemt de leden der Gun-club tot doffe
werkeloosheid. Ik zeg het met luider stem: »welkom ware ons iedere
oorlog, die ons de wapenen weer in de vuist gaf."
»Ja! oorlog!" schreeuwde de hartstochtelijke Maston.
»Luistert! luistert!" klonk het aan alle zijden.
»Maar oorlog is niet te wachten," ging de voorzitter voort; »derhalve
moeten wij den steven elders heenwenden."
Iedereen begreep, dat het er nu op aan zou komen. Diepe stilte.
»Sedert eenige maanden," ging Barbicane voort, »heb ik mij afgevraagd,
of wij, altijd blijvende op ons gemeenschappelijk grondgebied,
niets zouden ondernemen, in overeenstemming met de hooge vlucht der
negentiende eeuw, en hoe wij ons de ontwikkeling der geschutkennis
konden ten nutte maken. Ik heb dus gezocht, gearbeid, berekend en
ben tot de slotsom gekomen, dat wij moeten slagen in een onderneming
onuitvoerlijk voor ieder ander land. Ik heb dat plan in het breede
ontwikkeld en ga het u mededeelen; het is uwer waardig: het is de
kroon op de geschiedenis der Gun-club; het zal de wereld in verbazing
brengen!"
»In wat brengen?" vroeg een driftig artillerist.
»Niet in de rede vallen!" klonk het van verschillende zijden.
»Ik verzoek stilte!" vermaande de voorzitter.
Terwijl hij zich den hoed nog vaster op het hoofd drukte vervolgde
Barbicane bedaard:
»Niemand is er onder u, geachte vrienden, of hij heeft de maan
gezien, ten minste wel eens van haar hooren spreken. Het verwondere
u niet, dat ik u ter dezer plaatse spreek over de verlichtster onzer
nachten. Verstaat me, ondersteunt me met al uw macht. Misschien kunnen
wij de Columbussen dezer onbekende wereld zijn. Ik zal u den weg naar
die ontdekking wijzen, en de naam der maan zal staan naast de namen
der zesendertig Staten van de Unie."
»Leve de maan!" riep de Gun-club eenstemmig uit.
»Men heeft," hervatte Barbicane, »veel werk van de maan gemaakt;
haar stofhoeveelheid, haar specifieke zwaarte, haar dichtheid, haar
natuurlijke gesteldheid, haar bewegingen, haar afstand, haar plaats
in het zonnestelsel--dat alles is nauwkeurig bepaald; er bestaan
maankaarten, die in juistheid voor de beste landkaarten niet behoeven
te wijken; de photographie heeft prachtige afbeeldingen van de maan
gegeven. In één woord, men weet van de maan al wat de wiskundige
wetenschappen, de sterrenkunde, de geologie, de gezichtkunde er van
kunnen leeren; maar tot dusver heeft men nog nooit een onmiddellijke
gemeenschap met haar geopend."
Algemeene stilte--gespannen aandacht.
»Vergunt mij, u in weinige woorden te herinneren hoe sommige levendige
vernuften, op ingebeelde reizen, beweren te zijn doorgedrongen in de
geheimen van den wachter der aarde. In de zeventiende eeuw beweerde
zekere David Fabricius, met zijn eigen oogen de maanbewoners gezien
te hebben. In het jaar 1649 gaf een Franschman, zekere Baudoin,
een reis naar de maan in het licht, gedaan door Dominico Gonzales,
Spaansch avonturier. Tezelfder tijd schreef zekere Fontenelle--de
Franschen zijn zeer maanzuchtig--over de veelheid der werelden,
een meesterstuk voor zijn tijd; maar de wetenschap schrijdt steeds
voorwaarts en vernielt zelfs meesterstukken! Na het jaar 1833 verhaalde
een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift, dat sir John Herschel,
toen hij naar de Kaap de Goede Hoop gezonden was tot het doen van
sterrenkundige waarnemingen, door middel van een nieuw instrument de
maan had aangehaald tot op een afstand van 80 yard [1]. Hij had dan ook
nauwkeurig de stroomen waargenomen in welke de rivierpaarden wonen, en
groene bergen gezien met goud omzoomd, schapen met ivoren horens, witte
reeën, maanbewoners met vliesvleugels zooals die der vleermuizen. Dit
stuk, gevloeid uit de pen van een Amerikaan, met name Locke, maakte
grooten opgang. Maar weldra bleek, dat het een wetenschappelijk bedrog
was, en de Franschen waren de eersten die er om lachten."
»Een Amerikaan uitlachen!" schreeuwde Maston; »als dat geen _casus
belli_ is...."
»Bedaar toch, waarde vriend. De Franschen waren, toen zij lachten,
eerst prachtig in den strik van onzen landgenoot geraakt. Om dit
korte overzicht te besluiten, er was een Duitscher, Krankhausen, die
verklaarde omstreeks denzelfden tijd, dat hij zeer duidelijk op de
maan een aanleg had waargenomen, die onmogelijk iets anders dan een
stad kon zijn, en wel een Oude en een Nieuwe stad. Er is voor eenigen
tijd een verhaal uitgegeven betreffende zekere reis, die iemand in een
ballon zou gedaan hebben. Die ballon was zeven en zeventig maal lichter
dan waterstofgas; hij bereikte de maan na een reis van negentien dagen.
»Maar zoo al die reizen vruchten der verbeelding waren, de laatste
had tot schrijver iemand, wiens naam in Amerika zeer gevestigd is,
Edgar Poë."
»Leve Poë!" klonk het door de zaal.
»Ik beschouw al het geschrevene als spelen met de pen," ging Barbicane
voort, »maar het heeft ook niet ontbroken aan ernstig gemeende
voorslagen om onmiddellijk met de maanbewoners te correspondeeren. 't
Is eenige jaren geleden, dat een Duitsch wiskundige voorstelde,
een commissie uit geleerden bestaande, naar de steppen van Siberië
te zenden. Daar moest men op groote schaal meetkundige figuren
vervaardigen, verlicht door spiegels, b.v. van de stelling van
Pythagoras, dat het vierkant op de hypothenuse van een rechthoekigen
driehoek gelijk is aan de vierkanten op de beide rechthoekzijden
samen. »Elk redelijk wezen," meende de wiskundige, »moest de
wetenschappelijke beteekenis van zoodanige figuur begrijpen. Indien
er nu maanbewoners zijn, zullen zij met een soortgelijke figuur
antwoorden, en als er nu eenmaal een aanknoopingspunt is, zal het niet
moeilijk vallen, een alphabet te vinden, om zich door de maanbewoners
te doen verstaan en wederkeerig door hen verstaan te worden."
»Aldus sprak de Duitsche meetkundige, maar zijn ontwerp kwam niet
tot uitvoering, en tot dusver bestaat er geen gemeenschap tusschen
de aarde en de maan. Maar ziehier een veld voor de schranderheid
der Amerikanen. Het middel om ons met een hemellichaam in betrekking
te stellen is eenvoudig, gemakkelijk, zeker, onfeilbaar, 't Is het
onderwerp van mijn verhandeling."
Ontelbare bravo's en ontelbare uitroepingen:
»stilte! luistert!" klonken door de zaal.
Barbicane vervolgde op nog ernstiger toon: »Gij weet welke vorderingen
de kennis van het werpgeschut in den laatsten oorlog gemaakt heeft. Het
is u niet onbekend dat de kracht der stukken en die van het kruit
onbegrensd zijn. Welnu! Ik heb mij de vraag voorgelegd of er geen
stuk te maken zou zijn van voldoend weerstandbiedend vermogen en
voorzien van een genoegzaam sterke lading, om een projectiel naar de
maan te schieten."
Een kreet van verbazing ging op--een oogenblik van stilte volgde,
evenals de kalmte die een onweder voorafgaat. Maar het onweder brak
los, een donderbui van toejuichingen, die de zaal deden dreunen. De
voorzitter wilde spreken; hij kon niet. Eerst na eenige minuten mocht
hij doodbedaard aldus eindigen:
»Laat mij besluiten. Ik heb het vraagstuk van alle zijden bezien en
mijn berekeningen hebben mij tot de onwrikbare overtuiging gebracht
dat een projectiel met een aanvangssnelheid van 12,000 yards in de
seconde, naar de maan gericht, haar onfeilbaar bereiken moet. Ik heb
dus de eer u, mijn zeer geachte vrienden, het voorstel te doen om
deze proef te nemen."
DERDE HOOFDSTUK.
HET LOT VAN HET VOORSTEL.
Onmogelijk is het, de uitwerking der laatste woorden van den geachten
voorzitter te beschrijven. De eene kreet van toejuiching verdrong
de andere, hoe langer zoo luider, hoe langer zoo onstuimiger. Aller
monden schreeuwden, aller handen klapten, aller voeten stampten. Geen
wonder: het waren allen oud-gedienden, en dezen kunnen evenveel leven
maken als hun kanonnen.
Barbicane bleef kalm. Hij scheen nog iets te willen zeggen, maar
kon niet aan het woord komen, en niet lang duurde het of hij werd
in zegepraal op de schouders zijner vrienden door een dicht gedrang
langs de straten gedragen.
Een Amerikaan verbaast zich over niets. Men heeft elkander dikwijls
nagezegd: het woord »onmogelijk" staat in geen Fransch woordenboek--men
vergiste zich in den naam van dat woordenboek. In Amerika is alles
gemakkelijk, gaat alles van zelf, en werktuigkundige bezwaren--zij
zijn dood eer zij geboren zijn. Tusschen Barbicane's plan en de
verwezenlijking zou een echte Yankee zelfs geen schijntje van bezwaar
hebben durven vermoeden. 't Was er meê: zoo gezegd, zoo gedaan.
De zegetocht door de straat, onder het gejoel van Ieren, Duitschers,
Franschen, Schotten--in éen woord van de bonte bevolking die Maryland
heeft, werd voortgezet bij het licht van honderden fakkels, maar
boven deze vertoonde zich de maan. En naar dit hemellichaam richtte
zich menige blik; sommigen wierpen haar kushandjes toe, anderen gaven
haar zoete woordjes, dezen beproefden op haar hun gezichtsvermogen,
genen bedreigden haar met den vinger; binnen weinige uren was een
instrumentenwinkel in Jone-Fall-straat ledig verkocht. De nachtvorstin
werd met het gewapend oog beloerd, als ware zij een schoone dame
uit den hoogen stand. De Amerikanen deden alsof Diana reeds een
deel uitmaakte van de Vereenigde Staten. En toch gold het alleen de
vraag om haar een projectiel toe te zenden--een zeer grove wijze van
kennismaking, zelfs met een wachter; maar dat is zoo het gebruik bij
beschaafde natiën.
't Werd middernacht, maar het rumoer bedaarde niet; integendeel de
geestdrift greep een groot gedeelte der bevolking van Baltimore aan;
het gerucht liep als een vuurtje door de stad, en nu: het gold een
nationale zaak! Dat ontvonkte allen die er van hoorden; jenever,
brandewijn en bier deden het hunne om de lieden nog wat meer op te
winden, en het duurde tot twee uur in den nacht eer aan het leven
eenigermate een einde kwam. Toen had ook de voorzitter Barbicane
eindelijk zijn woning bereikt, geknepen, gesold, geplukt. En zijn
toehoorders en bewonderaars zochten ook hunne legersteden op,
of verspreidden zich langs de vier spoorlijnen--den Ohio-, den
Susquehanna-, den Philadelphia- en den Washington-spoorweg--door de
Staten der Unie.
Meent echter niet, dat Baltimore de eenige stad was die overeind
stond over het plan Barbicane. Reeds gedurende de zitting hadden de
30.000 correspondeerende leden der Gun-club, voor zoover zij niet
aan de oproeping van hunnen voorzitter gehoor konden geven, zich
onmiddellijk door de telegraaf doen seinen wat er aan de hand was. En
zoo was het merkwaardig voorstel de treinen reeds vooruitgesneld met
een snelheid van 248,447 mijlen in de seconde. Men kan dus met volle
zekerheid zeggen, dat over het geheele grondgebied der Vereenigde
Staten, tienmaal grooter dan Frankrijk, éen zelfde kreet op hetzelfde
oogenblik werd aangeheven en dat 25 millioen harten tegelijk hoog
klopten van nationale fierheid.
Den volgenden dag namen dag-, week- en maandbladen de zaak
onder handen. Zij bekeken haar van verschillende zijden, van de
natuurkundige, de sterrenkundige, de weerkundige, de staatkundige, de
staathuishoudkundige en van nog al meer kanten. Men vroeg of de maan
een afgewerkte wereld was; of zij geen veranderingen meer onderging;
of zij naar de aarde geleek toen deze nog geen dampkring had; hoe
het gesteld was op de helft die steeds van de aarde is afgekeerd. Het
afzenden van een projectiel naar de kuische nachtvorstin was nog het
minste; maar ieder zag daarin het aanvangspunt van groote dingen, ieder
hoopte, dat Amerika de laatste vragen aangaande die geheimzinnige
maanschijf zou oplossen, ja sommigen waren niet buiten vrees, dat
als de Unie de maan annexeerde, het evenwicht der Staten in Europa
wel eens in ongelegenheden kon komen.
Aan de verwezenlijking van het plan twijfelde de periodieke pers in
geenen deele; onderscheiden vlugschriften deden er de voordeelen van
uitkomen; de meeste wetenschappelijke genootschappen zonden aan de
Gun-club niet alleen brieven van gelukwensching, maar ook aanbiedingen
van hulp en geld.
Impey Barbicane werd dus van dien dag af een der roemruchtigste
burgers van de Vereenigde Staten, de Washington der wetenschap.
Eenige dagen na de bewuste zitting der Gun-club kondigde een Engelsche
troep tooneelspelers de vertooning aan van Shakespeare's _Much ado
about nothing_ [2]. Maar de bevolking van Baltimore zag in dien titel
een zoo beleedigende zinspeling op de plannen van Barbicane, dat zij
de tent onder den voet haalde en den armen directeur dwong een ander
stuk aan te kondigen. Deze, een schrandere kop, voegde zich naar den
zin van het publiek en liet _As you like it_ [3], mede van Shakespeare,
aanplakken, waarmeê hij eenige weken lang uitnemende zaken maakte.
VIERDE HOOFDSTUK.
DE STERRENWACHT TE CAMBRIDGE.
Barbicane liet zich door den wierook die hem werd toegezwaaid, niet
afleiden van spijkers met koppen te slaan. De Gun-club besloot de
sterrenkunde te raadplegen; als deze wetenschap haar gevoelen had
geuit, zou men zijn aandacht aan het werktuigkundige gedeelte der zaak
wijden. Niets werd verzuimd om de verwezenlijking van het grootsche
plan tot stand te brengen.
Men wendde zich dus tot de sterrenwacht te Cambridge in den staat
Massachusetts, een beroemde zetel der wetenschap, waar zich de
prachtige kijker bevindt, waarmee Bond de nevelvlek in Andromeda
verklaarde en Clarke den wachter van Sirius ontdekte.
Het volgend antwoord werd den voorzitter Barbicane ter hand gesteld.
_De directeur der Sterrenwacht te Cambridge aan den voorzitter der
Gun-club te Baltimore._
In antwoord op uwen geëerde van 6 dezer heeft het bestuur der
sterrenwacht de eer te berichten:
1º. Op de vraag: is het mogelijk een projectiel naar de maan
te schieten?--Ja, indien men er een snelheid van 12,000 yard in
de eerste seconde aan geven kan. De berekening toont, dat deze
snelheid toereikend is. Naarmate men zich van den aardbol verwijdert,
neemt de werking der zwaartekracht af in omgekeerde rede tot het
vierkant van den afstand: dat is te zeggen: op driemaal grooter
afstand werkt de zwaartekracht negenmaal minder. Bijgevolg zal het
gewicht van het projectiel met snelheid afnemen; het zal geheel
nul worden wanneer het punt bereikt is waar de aantrekkingskracht
der maan volmaakt gelijk is aan die der aarde, te weten 47/52 van
den geheelen maanafstand. Op dat oogenblik zal het projectiel in
't geheel niet meer naar de aarde worden getrokken, maar op de maan
vallen ten gevolge van haar aantrekkingskracht. Theoretisch is dus
de mogelijkheid der zaak volkomen bewezen: wat het welslagen betreft,
dit hangt geheel af van de kracht der uitwerping.
2º. Op de vraag: hoe groot is de juiste afstand van de maan tot
de aarde?--De maan beschrijft om de aarde geen cirkel, maar een
elliptische baan, in een van welker brandpunten de aarde staat; vandaar
dat de afstand nu grooter, dan kleiner is; het grootst--sterrenkundig
gesproken--in haar apogeüm, het kleinst in haar perigeüm. Het verschil
is zoo groot, dat men het niet mag verwaarloozen. In haar apogeüm
is de maan 398.560 kilometer, in haar perigeüm 352,040 kilom. van de
aarde verwijderd, hetwelk een verschil maakt van 46.520 kilom., meer
dan 1/9 van het geheel. De perigeüm-afstand moet dus ten grondslag
der berekening gelegd worden.
3º. Hoe lang zal de reis van het projectiel duren bij een toereikende
aanvankelijke snelheid, en waarheen moet men het dus richten, ten einde
de maan op een bepaald punt te bereiken?--Indien het projectiel de
aanvankelijke snelheid van 12,000 yard in de seconde bleef behouden,
zou het slechts nagenoeg negen uren onderweg zijn; maar daar deze
snelheid aanhoudend afneemt, zal het projectiel volgens de berekening
300,000 seconden, zegge 83 uren en 5 minuten noodig hebben om het punt
te bereiken waar de aantrekkingskracht der maan en die der aarde in
evenwicht is; van dit punt zal het op de maan vallen in 50.000 seconden
of 13 uur 53 min. 20 sec. Derhalve in 't geheel 96 u. 58 min. 20 sec.
4º. Op welk oogenblik zal de maan zich in den gunstigen stand bevinden
om door het projectiel bereikt te worden?--Uit het bovenstaande
blijkt, dat men het maan-perigeüm kiezen moet, en tevens het oogenblik
waarop de maan in het zenith (toppunt, schedelpunt) staat, dat den
stand met het bedrag der lengte van den straal der aarde vermindert,
namelijk ruim 19,820 kilom. Maar ofschoon de maan in iederen omloop
door haar perigeüm gaat bevindt zij zich op dat oogenblik niet altijd
in het zenith. Het samenvallen der beide omstandigheden moet dus
worden afgewacht. Gelukkigerwijs nu is dit den 4den December van het
volgende jaar het geval; de maan bevindt zich dan te middernacht in
haar perigeüm, d. i. op haren kortsten afstand van de aarde, en zij
staat op hetzelfde oogenblik in het toppunt.
5º. Op welk punt van den hemel moet men het stuk richten?--Volgens het
voorafgaande moet het stuk juist loodrecht opwaarts gericht worden: bij
deze richting is het projectiel het spoedigst aan de aantrekkingskracht
der aarde onttrokken. Maar zal de maan door het toppunt eener plaats
gaan, dan moet die plaats geen hooger breedte hebben dan de declinatie
der maan, m. a. w. tusschen 0° en 28° Noorder- of Zuiderbreedte. Op
ieder ander punt moet de richting noodwendig schuins zijn, hetgeen
nadeelig zou wezen voor het slagen der proef.
6º. Op welk punt zal de maan aan den hemel staan op het oogenblik, dat
het projectiel wordt afgeschoten?--Daar de maan dagelijks 13°10'35''
boogs in haar baan voortrukt, moet zij het vierdubbele daarvan van
het toppunt verwijderd zijn, t.w. 52°52'5'', overeenkomende met den
tijd dien zij besteedt om voort te rukken van het punt, waar zij zich
bevindt op het oogenblik van afschieten, tot dat, waarop het projectiel
haar bereikt. Maar men moet ook in rekening brengen den invloed van de
aswenteling der aarde op de richting van het projectiel; en daar het
projectiel eerst de maan bereikt na het afleggen van 60 stralen der
aarde, moet men deze 11° voegen bij den reeds vermelden weg der maan,
64° in een rond getal. Derhalve moet de richting van het stuk op het
oogenblik van afschieten een hoek van 64° met de loodlijn hebben.
Ziehier de opgegeven vragen beantwoord.
Resumeere:
1º. Het stuk moet geplaatst worden op een punt, minder dan 28° N. of
Z. Breedte hebbende.
2º. Het moet gericht worden naar het toppunt der plaats.
3º. Het projectiel moet een snelheid hebben van 12.000 yard in de
eerste seconde.
4º. Het moet worden afgeschoten den 1sten December des volgenden jaars,
en wel te 11 u. 46 min. 40 sec.
5º. Het projectiel zal de maan bereiken vier dagen na het afschieten,
den 4den December te middernacht, als wanneer de maan in het toppunt
staat.
De leden der Gun-club moeten derhalve onverwijld de voorbereidende
maatregelen nemen, teneinde op het opgegeven oogenblik gereed te
zijn. Indien zij dit tijdstip laten voorbijgaan, zal de maan eerst
na 18 jaren en 21 dagen op hetzelfde punt terugkeeren.
Het bestuur der Sterrenwacht voornoemd stelt zich gaarne ter uwer
beschikking voor de vraagstukken, de theoretische sterrenkunde
betreffende en voegt zijn gelukwenschen bij die van geheel Amerika.
den 7den October.
Namens het bestuur, J. M. Belfast, _Directeur der Sterrenwacht._
VIJFDE HOOFDSTUK.
DE MAAN.
Als door een tooverslag werd zij te Baltimore de heldin van den
dag. Naar haar richtten zich aller oogen, gewapend en ongewapend;
over haar spraken aller monden, bevoegd en onbevoegd. 't Was alsof
de maan pas was ontstaan en nooit te voren geschenen had; maar 't
was ook alsof handel en nijverheid plotseling hadden moeten wijken
voor de sterrenkunde.
Geen wonder! De dagbladen hadden het rapport der beroemde sterrenwacht
te Cambridge getrouwelijk opgenomen. De dagbladen namen bovendien de
moeite om het publiek in te lichten aangaande allerlei bijzonderheden,
betrekking hebbende op de maan en haren loop.
»Alles wel," sprak een heer met eerbiedwekkenden lichaamsomvang,
»maar 't wil er bij mij niet in, dat men zou weten hoe ver de maan
van ons vandaan is; men moet dat met stokken of een lijn meten, en
zoolang men met geen projectiel op de maan is aangekomen, weet geen
sterveling hoe lang de lijn van hier naar de maan zou moeten zijn,
een lijn of een koord, om 't even.
»En toch weet men dat nog zekerder dan hoe ver Baltimore van Washington
ligt," zei een klein mager manneke met een halfversleten rok en
driekwart dito pantalon. »Men weet dat door de parallaxis."
»Wat is dat voor een ding?" vroegen onderscheidene stemmen. Het
manneke bedacht zich een oogenblik en sloop behendig de zaal uit. 't
Was iemand die partij wist te trekken van zijn kundigheden en het
voor dwaas hield om weg te smijten wat men goed verkoopen kon. Hij had
zoowat gebeunhaasd in de scheikunde, in de gymnastiek, in boekhouden,
in vertalen, in wat niet al.
Den anderen morgen las men in de voornaamste dagbladen en op bijna
alle aanplakplaatsen door de geheele stad met kolossale letters,
dat de heer James, professor in de sterrenkunde--waar, stond er niet
bij--eenige voorlezingen zou houden over de maan, de eerste over haar
parallaxis. Dat woord werkte als een electrieke schok, de kosten waren
matig, en het manneke sloeg zich een nieuw pak uit de maan-parallaxis.
»Parallaxis," onderwees hij, »is de hoek, onder welken men een voorwerp
ziet als men het van twee punten beschouwt. Knijpt uw éen oog, het
rechter eens dicht en kijk door het linker naar het een of ander punt,
ieder naar zijn welgevallen."
»Ik heb geen linker oog," zei een lid der Gun-club.
»Stilte, stilte!" werd geroepen.
»Onthoudt uw punt wèl," ging de redenaar voort, »en sluit nu het
linker, en ziet met het rechter of het punt waar gij den blik op
richttet, niet een weinig meer links staat van een ander voorwerp
er achter."
De spreker moest de zaak nog eens herhalen, maar verwierf
toejuiching--de aandacht was er. En nu ging hij verder en betoogde,
dat men door hoekmetingen den versten afstand der maan tot de aarde
bepalen kan op 54,644 geographische mijlen, den kleinsten op 48,961,
den gemiddelden op 51,803, alles met een zeer kleine onzekerheid.
In een volgende bijeenkomst gaf hij een andere opheldering. Hij had
vernomen, dat iemand, in een dagblad gelezen hebbende dat de maan een
omwenteling om haar as volbrengt in denzelfden tijd als een omloop
om de aarde, en dat zij altijd dezelfde zijde naar de aarde toekeert,
verklaard had dit onmogelijk te kunnen vereenigen, omdat, als de maan
altijd dezelfde zijde naar de aarde toekeert, zij zijns bedunkens in
't geheel geen omwenteling om haar as had. »Vergunt mij," sprak hij,
»u te verzoeken, dat gij u verbeeldt aan een ronde tafel te staan;
op het midden der tafel staat een schotel oesters. Gij gaat om de
tafel heen, indiervoege, dat gij altijd het gelaat naar de oesters
gewend hebt. Als gij nu om de geheele tafel zijt gegaan, altijd naar
de oesters gekeerd, dan hebt gij immers bij dat maken van een toer
om de tafel uw gelaat naar alle zijden van de kamer gewend?"
»Goed, goed! ja, ja!" klonk het van alle zijden.
»Welnu, de schotel oesters is de aarde, uw gelaat de maan."
En zoo duidelijk wist het manneke het eene voor, het andere na uit
te leggen. Dit maakte, dat zijn lezingen nog al lang bijval vonden:
over de voorstellingen, die de ouden zich van de maan maakten,
over de latere--te beginnen met de Egyptenaars, die haar onder
den naam Isis, en de Phoeniciërs die haar als Astarte vereerden,
en zoo voortgaande tot Thales, die de stelling opperde, dat de maan
door de zee verlicht werd; tot Hevelius, die er bergen op waarnam;
tot Gruithuizen, die er vestingwerken op zag; tot Beer en Mädler,
die allernauwkeurigste maankaarten gaven en de hoogte der hoogste
maanbergen op veel meer dan die van de hoogste bergen der aarden
bepaalden. »Betrekkelijk zijn dus," voegde hij er bij, »de maanbergen
veel hooger dan de onze, want de maan is vijftigmaal kleiner dan de
aarde, en nu moet gij u voorstellen twee pasteien, even groot maar
de eene moet dienen voor acht volwassen uitgehongerde personen en de
andere voor een weldoorvoeden kleinen jongen. Nu is immers de laatste
pastei niet op haarzelve, maar betrekkelijk grooter dan de eerste."
Door zulke uitleggingen werd de sterrenkundige wetenschap aangaande
de maan te Baltimore zeer bevorderd, terwijl de dagbladen door
allerlei kwinkslagen de aandacht op den wachter onzer aarde gevestigd
hielden. En wel zoo gevestigd hielden, dat de maan astronomisch,
geologisch, politisch, moralisch, socialistisch en nog meer-istisch
bekeken was, terwijl de Gun-club zich voorbereidde om de proef op
al die sommen te leveren. 't Is niet noodig te zeggen, dat onder al
die geleerdheid ook de Amerikanen--want de maandrift sloeg ook buiten
Baltimore over--het voor betamelijk hielden ook kennis te dragen van
het wezen en de oorzaak der zon- en maan-eclipsen. Aan vermetelen,
die durfden beweren dat de maan oorspronkelijk een komeet was geweest,
werd het zwijgen opgelegd door de doodeenvoudige, maar alles afdoende
opmerking dat de kometen bijna geheel uit dampkring bestaan, terwijl
de maan volstrekt geen dampkring heeft. Ook het geloof aan den invloed
der maan op het weder moest hier en daar een veer laten; zoo ook de
vaste overtuiging, dat jongens moesten geboren worden bij wassende,
meisjes bij afnemende maan.
ZESDE HOOFDSTUK.
HET PROJECTIEL.
De Sterrenwacht te Cambridge had in haar merkwaardig schrijven van 7
October de zaak van haar sterrenkundige zijde behandeld. De technische
zou in ieder ander land op onoverkomelijke bezwaren gestuit zijn:
in Amerika was het slechts kinderspel.
Barbicane had als voorzitter der club onverwijld een commissie
benoemd, die in drie zittingen het stuk, het projectiel en het kruit
in overweging moest nemen. Drie leden, grondige kenners van het vak,
maakten met den voorzitter de commissie uit: generaal Morgan, kolonel
Elphiston en Maston. De laatste zou de functiën van secretaris en
rapporteur op zich nemen; aan den voorzitter werd zoo noodig een
beslissende stem toegekend.
Reeds den 8sten October vergaderde de commissie ten huize van
Barbicane, Republican-street 3. Na den inwendigen mensch behoorlijk
te hebben versterkt, opende de voorzitter de beraadslaging met een
lofrede op de wetenschap der ballistiek, dat wil zeggen: der beweging
van voorwerpen, die uit eenig voorwerp, met behulp der kracht van
zekere voorwerpen, in de vrije lucht worden afgeschoten.
»De ballistiek! De ballistiek!" riep Maston uit.
»'t Ware, dunkt mij, het best, de eerste zitting aan de lading te
wijden," meende de voorzitter.
»De lading," zei generaal Morgan.
»Ik vraag het woord!" riep Maston.
»Het woord is aan u."
Maston maakte daarvan gebruik door op te merken, dat men het projectiel
moest beschouwen als een gezant, door de aarde naar de maan gezonden,
en dat de gezant zelf de voorkeur wel diende te hebben boven het
vervoermiddel dat den ambassadeur naar zijn ambassade overbracht.
Deze opmerking gaf den doorslag: het projectiel werd aan de orde
gesteld.
Maston zou kort wezen--hij zeide het zelf--en de gewone, stoffelijke,
moorddadige projectielen op hun plaats laten, om de beteekenis van
het projectiel in hare hoogste vormen op te vatten: het projectiel
was voor hem de meest sprekende uitdrukking van 's menschen macht;
het was van een alomvattende beteekenis. »De Schepper," meende hij,
»heeft de sterren en planeten voortgebracht, de mensch het projectiel,
dien vertegenwoordiger van het krachtsbegrip, vertegenwoordigende de
verschijnselen aan den sterrenhemel. Van den Schepper de snelheid der
electriciteit, de snelheid van het licht, de snelheid der sterren,
de snelheid der kometen, de snelheid der planeten, de snelheid harer
wachters, de snelheid van het geluid, de snelheid van den wind! Maar
van ons de snelheid der projectielen!"
Maston werd opgewonden. Maston werd dichterlijk, Maston werd
welsprekend. »Wilt gij cijfers?" riep hij uit. »Neemt een eenvoudigen
vierentwintig ponder; hij heeft, ja, 800.000 maal minder snelheid dan
de electriciteit, 640.000 maal minder dan het licht, 76 maal minder
dan de aarde in hare beweging om de zon; maar zijn aanvankelijke
snelheid overtreft toch die van het geluid; hij legt 400 meter in
de seconde af en zou, zijn eerste snelheid behoudende, in 11 etmalen
de maan, in 12 jaren de zon bereiken. Dat kan een eenvoudige kogel,
het werk onzer handen! Leve het projectiel!"
»Leve het projectiel!" juichten de overigen hem na.
»Nu ter zake," verzocht de voorzitter. »'t Is de vraag, hoe aan een
projectiel een snelheid van 12,000 yard in de seconde te geven. Zullen
wij die hopen te bereiken, dan moeten wij eerst weten hoe ver men
het reeds gebracht heeft. Generaal Morgan zal ons daaromtrent wel
willen voorlichten."
»Gemakkelijk," antwoordde de generaal, »want ik ben in den oorlog
lid geweest der commissie van onderzoek. Ik kan u dus zeggen, dat
het kanon Dahlgreen, dat 5000 meter ver droeg, aan het projectiel een
snelheid gaf van 500 yard in de seconde. Het Rodman-stuk, dat op het
fort Hamilton bij New-York beproefd werd, schoot een projectiel van
een halve ton gewicht met een snelheid van 800 yard in de seconde
af--een snelheid, nooit door de Armstrongs en Pallisers in Engeland
bereikt. Gij weet wel, het stuk kreeg den naam Columbiad...."
»En is dat niet de grootste snelheid tot hiertoe bereikt?" vroeg
Barbicane. De generaal sprak het niet tegen.
»Was mijn stuk maar niet gesprongen!" klaagde Maston, »dan zoudt ge
wat anders gezien hebben."
»Nu ja," merkte de voorzitter aan; »het is gesprongen. Wij
hebben dus een snelheid van 800 yard per seconde, die moet dus
vertwintigvoudigd worden. Hoe--daarover zullen wij in een volgende
zitting handelen. Ik stel nu de vraag aan de orde, welke afmetingen
het projectiel moet hebben. Zeer groot moet het zijn; vooreerst om
de aandacht der maanbewoners--indien zij er zijn--te trekken; en ten
tweede, vooral om het met het oog te kunnen volgen. Gij weet, dat
de kijkers een zeer hoogen graad van volkomenheid bereikt hebben. Er
bestaan kijkers met een 6000-malige vergrooting, sterk genoeg om de
maan te doen schijnen als op een afstand van 160 kilometer. Op dien
afstand moeten voorwerpen van 60 voet afmeting duidelijk zichtbaar
zijn. Dat men het met de kijkers nog niet verder heeft gebracht, vindt
daarin zijn reden, dat met de verhooging van de vergrootingskracht de
helderheid vermindert: de maan, die geen eigen licht heeft, maar als
een spiegel het zonlicht terugkaatst, bezit te weinig lichtsterkte
om meer vergrooting toe te laten."
»En hoe nu?" vroeg de generaal. »Zult gij aan uw projectiel, een
doorsnede van 60 voet geven?"
»Neen."
»Dan de lichtsterkte der maan verhoogen?"
»Juist."
»'t Is sterk," riep Maston uit.
»'t Is eenvoudig," antwoordde Barbicane. »Indien ik de lucht verdun,
de lucht namelijk door welke het licht der maan heendringt, heb ik
immers de lichtsterkte verhoogd? Welnu, ik heb slechts mijn kijker op
een hoogen berg op te stellen. Dat doen wij. Dat zal een vergrooting
van de lichtsterkte geven tot het 48000voudige, zoodat de maan een
afstand van slechts 20 kilometer schijnt te hebben en de voorwerpen
slechts 9 voet doorsnede groot behoeven te zijn om zichtbaar te wezen."
»Dus--ons projectiel een doorsnede van 9 voet!" riep Maston uit.
»Juist."
»Maar het gewicht?" merkte majoor Elphiston aan.
»O, wat dat betreft," antwoordde de voorzitter, »dat is geen
bezwaar. Om projectielen van onbegrijpelijke zwaarte te schieten
heeft men het reeds in vroeger dagen ver gebracht. Bij de belegering
van Constantinopel door Murad II, in 1453, schoot men steenen kogels
van bijna 1000 kilo."
»Het is sterk, zeer sterk," zei de majoor.
»Op Maltha stond in den tijd der Maltheser ridders een stuk geschut,
dat projectielen van 1250 kilo afschoot."
»Dat is niet mogelijk."
Barbicane gaf op deze laatste aanmerking geen acht. Althans hij
vervolgde: »alles samengenomen schijnt het, dat, indien al de
stukken aan draagverte gewonnen hebben, de projectielen aan zwaarte
hebben verloren. In het kort, wij hebben eenvoudig het gewicht der
projectielen uit de tijden van Murad II en de Maltheser ridders te
vertienvoudigen."
»Goed en wel," hernam de majoor, »maar van welk metaal wilt gij het
projectiel maken?"
»Eenvoudig van gegoten ijzer," antwoordde generaal Morgan leuk weg.
»"Dat's te gemeen voor een gezantschap naar de maan," vond Maston.
»In allen gevalle," liet majoor Elphiston zich hooren, »daar het
gewicht van het projectiel evenredig is aan zijn grootte, moet een
van 9 voet doorsnede nog verbazend zwaar zijn."
»Ja, als het massief, niet als het hol is," zei Barbicane.
»Hoe? Wilt ge er dan een bom van maken?"
»Waarmeê men berichten kan verzenden," vulde Maston aan, »en monsters
van onze aardsche voortbrengselen."
»Zeker een bom," sprak Barbicane, »dat moet volstrekt. Een massieve
kogel van 108 duim zou meer dan 100,000 kilo wegen, en dat is te veel;
maar daar het projectiel toch sterk genoeg moet zijn, stel ik voor,
2500 kilo."
»En hoe dik zijn dan de wanden?" vroeg de majoor.
»Dat zal volgens de gewone regeling op hoogstens een paar voet komen,"
meende Morgan.
»Te veel," hernam Barbicane; »onthoudt het wel: het is geen stuk om
ergens door heen te schieten; het behoeft niet sterker te zijn dan
noodig is om weerstand te bieden aan de kracht van het kruit. Het
vraagstuk komt dus hierop neer: hoe dik moet een gegoten ijzeren bom
zijn om niet meer te wegen dan 10,000 kilo? Onze handige rekenaar
Maston zal ons dat wel in deze zitting zelve willen zeggen."
»Niets gemakkelijker dan dat," sprak de secretaris der commissie. En
hij zette vlug eenige algebraïsche formules op het papier en na een
wijle cijferens liet hij zich hooren: »Nauwelijks een paar duim."
»Is dat genoeg?" vroeg de majoor.
»Waarachtig niet, op geen stukken na," verzekerde de voorzitter.
»Wat dan?"
»Een ander metaal nemen."
»Welk?"
»Aluminium."
»Aluminium!" schreeuwden de drie medeleden uit.
»Aluminium," herhaalde de voorzitter Barbicane. »Gij weet, dat een
vermaard Fransch scheikundige, Henri Sainte-Claire Deville, in 1854
geslaagd is, aluminium tot een vaste massa te brengen. Dit metaal
is zoo blank als zilver, zoo vast als ijzer, zoo taai als goud, zoo
smeltbaar als koper en zoo licht als glas. Het laat zich gemakkelijk
bewerken; het is zeer verspreid in de natuur, daar de meeste rotsen
aluminium bevatten; het is driemaal lichter dan ijzer--ja, het schijnt
opzettelijk geschapen om ons de stof voor ons projectiel te leveren."
»Leve het aluminium!" riep de secretaris uit.
»Maar komt het niet te hoog in prijs?" vroeg de majoor.
»Nu niet meer; vroeger was het veel duurder. Men heeft het tegenwoordig
voor 18 dollar het kilo."
»'t Is toch nog een handvol geld."
»Zóo erg niet. Het projectiel zou naar mijn berekeningen een gewicht
hebben van 33,720 kilo; van aluminium nog geen 10,000 kilo. Derhalve
tegen 9 dollar nog geen 100,000 dollar. En aan geld zal het ons
niet ontbreken."
»Top, aluminium," was het eindbesluit en de zitting der commissie
werd gesloten.
ZEVENDE HOOFDSTUK.
HET STUK.
Toen bekend werd, dat de commissie besloten had tot een projectiel
van 10,000 kilo, waren bange lieden bevreesd voor de gevolgen van een
schot dat zulk een gevaarte wegwierp. Maar het verslag der zitting
antwoordde zegevierend op zulke kleingeestigheden.
Den volgenden avond werd de hartsterking wat ruimer genomen--het kon
op den aanvankelijk goeden uitslag staan! Daarna kwam men ter zake.
»Thans," aldus opende de voorzitter de zitting, »is het stuk zelf
aan de orde. Dat het reusachtig groot moet zijn, spreekt van zelf,
maar ons vernuft is ook niet verwerpelijk klein. Hoort mij dus,
en spaart mij in uw aanmerkingen niet."
»Na het gisteren behandelde," ging hij voort, »doet het vraagstuk zich
voor in dezen vorm: een snelheid van 12,000 yard in de eerste seconde
te geven aan een bom van 108 duim doorsnede, zwaar 10,000 kilo."
»Zoo is het juist," merkte majoor Elphiston aan.
»Wanneer," ging Barbicane voort, »een projectiel in de ruimte
is afgeschoten, wat gebeurt dan? Er zijn drie krachten, die er,
onafhankelijk van elkander, op werken: de tegenstand der middelstof, de
aantrekking der aarde en de kracht van voortdrijving. De tegenstand der
middelstof, der lucht, zal weinig beteekenen. De dampkring der aarde
is slechts tien mijlen hoog. Met een snelheid van 12,000 yard in de
eerste seconde heeft het projectiel in enkele seconden den dampkring
doorkliefd--kort genoeg om met den tegenstand der lucht geen rekening
te houden. En nu de aantrekking der aarde, met andere woorden het
eigen gewicht van de bom. Wij weten, dat dit gewicht vermindert in
de vierkants-evenredigheid tot den afstand. De natuurkunde leert ons
het volgende: wanneer een lichaam vrij naar de aarde valt, legt het
15 voet in de eerste seconde af, en indien dit lichaam verplaatst was
naar een afstand, zoo groot als die tusschen de aarde en de maan, zou
die valhoogte in de eerste, seconde slechts 173 millimeter zijn, dus
zoo weinig als niets. Derhalve bestaat de oplossing van het vraagstuk
in een trapswijze bestrijding van deze werking der zwaartekracht. Hoe
dit doel te bereiken? Door het voortstuwingsvermogen."
»Daar zit het hem juist!" merkte de majoor aan.
»Wij verkrijgen die kracht," ging Barbicane voort, »door acht te
geven op de lengte van het stuk en de hoeveelheid kruit. Daarom, eerst
over de afmetingen van het stuk. Klaarblijkelijk kunnen wij het zoo
vervaardigen, dat de weerstandbiedende kracht om zoo te zeggen oneindig
is, want het is toch niet bestemd om er mede te manoeuvreeren."
»Duidelijk," zei de generaal.
Barbicane merkte aan, dat de langste tot dusver bekende stukken een
lengte hadden van 25 voet, waarop Maston met veel nadruk verklaarde,
voor een kanon van een paar kilometer lengte te stemmen--een uitval,
die bijna een meer dan levendige woordenwisseling scheen te zullen
doen ontstaan, zoodat de voorzitter van zijn gezag moest gebruik
maken. Hij gaf toe, dat men een stuk van buitengewone grootte moest
hebben, dewijl de lengte een ophooping der gassen onder het projectiel
zou veroorzaken; naar zijn gevoelen was het echter vruchteloos, zekere
grenzen te overschrijden. Hij voegde er ten slotte nog de vraag bij,
welke in dat geval de gebruikelijke regelen waren. »De lengte van
een stuk," zeide hij, »is gewoonlijk 20-25 maal de doorsnede van het
projectiel, en beider gewicht staat tot elkander = 1.235 tot 240."
»Niet genoeg!" riep Maston uit.
»Toegegeven, mijn vriend, en inderdaad zou volgens deze evenredigheid
een projectiel van 9 voet dikte en 15,000 kilo wegende, voor het stuk
een lengte eischen van 225 voet en een gewicht van 3,600,000 kilo."
»Bespottelijk!" vond Maston.