Wij weten van het intieme leven der vogels maar heel weinig. De doode
vogel is vlijtig genoeg bestudeerd; zijn veertjes geteld, zijn beentjes
gemeten. De inventaris van zijn nesten en eieren is in bijzonderheden
opgemaakt en ook omtrent den datum van komen en gaan hebben wij in de
meeste gevallen voldoende zekerheid.
Maar hoe de vogel zijn dag en zijn leven doorbrengt, hoe hij zich
gedraagt in verschillende levensomstandigheden, hoe hij ertoe gekomen
is, om zich zoo te gedragen en hoe dat gedrag zich nog steeds wijzigt,
daarvan is nog weinig bekend en toch zou men kunnen beweren, dat de
beantwoording van deze vragen juist de eigenlijke vogelkennis heeten
mag.
Ik heb door het schrijven van dit boek getracht, de aandacht te
vestigen op het leven van enkele onzer meest bekende vogels, in de
verwachting, dat de vele vogelvrienden en vriendinnen, die ons kleine
landje telt, zullen willen meewerken, om het ontbrekende of foutieve in
mijn waarnemingen aan te vullen en te verbeteren.
De vogels hebben het noodig. De vraagstukken van vogelbescherming en
vogelverdelging kunnen alleen op bevredigende wijze worden opgelost,
wanneer we een volledig inzicht hebben in het leven der vogels en
zoodoende klaar beseffen, wat het vogelleven te beteekenen heeft voor
het menschelijk geluk.
Deze studie vereischt veel toewijding en geduld, maar is een
onuitputtelijke bron van het reinste genot, heilzaam voor lichaam en
geest. ’t Is een soort van veredelde jacht: de wapens zijn de
verrekijker en de camera, notities en negatieven vormen den tastbaren
buit.
Mijn weitasch is maar weinig gevuld: de daden der vogels zijn nog
vluchtiger dan de vogels zelf. Mijn medejager is gelukkiger geweest, en
zoo hoop ik dan, dat Tepe’s negatieven vergoeden mogen, wat er aan mijn
notities ontbreekt.
Jac. P. Thijsse.
Bloemendaal, Nov. ’06.