567. "Geen minder droome hier zyn' meerder te gebiên."

Nog een laatste troefkaart speelt Belzebub uit, die weer berekend is

op Lucifers karakter, hij speculeert thans op den hoogmoed van den

aartsengel. "Denk er om, als ge u verzet, wordt ge verpletterd--wees

dus verstandig, sta niet op!"

Dat is te veel voor Lucifer. Zou hij bevreesd zijn? Hij, de machtige

stedehouder! Voor niemand wil hij onderdoen, thans is zijn besluit

genomen: alles zal op 't spel gezet worden. Men leze vs. 569-585

eens nauwkeurig na en merke op, hoe juist de woordenkeuze hier den

hoogmoedigen trotschaard die geheel buiten zich zelve is van woede,

typeert.

[Opdracht aan Apollion.] De tijd van handelen is gekomen, daarom wordt

Apollion opgeroepen. Lucifer heeft diens hulp noodig voor de uitvoering

der verdere plannen. De stedehouder legt zijn plan dadelijk bloot:

593. "Het wit is Michaël den slagveer uit te rucken

Op dat ons toelegh niet op zyn vermogen stuit."

Apollion maakt bezwaar de zending uit te voeren: deze taak is niet

te volvoeren. Wie kan strijden tegen de Almacht? Toch wint Lucifer

hem ten slotte, vooral door hoop op een ruime belooning:

Gids bij de studie der Nederlandsche letterkunde Voor leerlingen der gymnasia, H. B. scholen en studeerenden voor de hoofdacte · 第 22 / 83 题