R. J. W. RUDOLPH.

+---------------------------------------------------+

| |

| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |

| |

| De volgende correcties zijn in de tekst |

| aangebracht: |

| |

| Bron (B:) -- Correctie (C:) |

| |

| B: zegen zijn Rudolph toch |

| C: zegen zijn. Rudolph toch |

| B: Er kwam beterschap |

| C: Er kwam beterschap. |

| B: land toen gehoord Ten slotte |

| C: land toen gehoord. Ten slotte |

| B: bepleit en verdedigd neeft, ziet, dat |

| C: bepleit en verdedigd heeft, ziet, dat |

| B: al wil dit dit daarom allerminst |

| C: al wil dit daarom allerminst |

| B: Kerkgacht te Leiden. Zijn ideaal |

| C: Kerkgracht te Leiden. Zijn ideaal |

| B: van velen, de met hem in het |

| C: van velen, die met hem in het |

| B: in de kapel van 't Diakonessenhuis |

| C: in de kapel van 't Diaconessenhuis |

| B: heerlijke preek van ds. Kamerer over |

| C: heerlijke preek van ds. Kammerer over |

| B: onder Freedrik III, was Heidelberg |

| C: onder Frederik III, was Heidelberg |

| B: regeering protestansch-evangelisch-liberaal |

| C: regeering protestantsch-evangelisch-liberaal |

| B: voor de zonnstralen op. Heerlijk gezicht, |

| C: voor de zonnestralen op. Heerlijk gezicht, |

| B: werd, bijv. ' smorgens door de |

| C: werd, bijv. 's morgens door de |

| B: moeders voor de patienten; armen en |

| C: moeders voor de patiënten; armen en |

| B: uitgeleide aan 't station. . Het weer |

| C: uitgeleide aan 't station. Het weer |

| B: »Loof den Heere. mijne ziel! |

| C: »Loof den Heere, mijne ziel! |

| B: klinken. Hij heeft zijn |

| C: klinken. Hij heeft Zijn |

| B: ook aan Bunyan en Rethurford, |

| C: ook aan Bunyan en Rutherford, |

| B: Christenreize, en Rethurford zijn heerlijke |

| C: Christenreize, en Rutherford zijn heerlijke |

| B: om mij hoe langs zoo meer te |

| C: om mij hoe langer zoo meer te |

| B: wij een waarlijk hemelscht leven |

| C: wij een waarlijk hemelsch leven |

| B: over te stappen; in Heidlberg stapten |

| C: over te stappen; in Heidelberg stapten |

| B: Spoedig waren de in Mainz |

| C: Spoedig waren we in Mainz |

| B: waarbij ik uit die duiternis geraakte |

| C: waarbij ik uit die duisternis geraakte |

| B: de grashalmen pennnen, en alle engelen |

| C: de grashalmen pennen, en alle engelen |

| B: bestember tijd en plaats |

| C: bestemder tijd en plaats |

| B: terdege gehoord: »dat de sterkte |

| C: terdege gehoord: dat de sterkte |

| B: zoo van harte mêe met den dichter |

| C: zoo van harte meê met den dichter |

| B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |

| C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |

| B: deze arme echtgenoten geeft, dat |

| C: deze arme echtgenooten geeft, dat |

| B: 't licht darover opging, en juist |

| C: 't licht daarover opging, en juist |

| B: een altijdurend zalig heden; |

| C: een altijddurend zalig heden; |

| B: ver-verdrukt moeten worden, |

| C: verdrukt moeten worden, |

| B: _Ik zal zijn, die Ik zijn_ zal. |

| C: _Ik zal zijn, die Ik zijn zal_. |

| B: wat zegt mijn staatsrechtelijk gewaten, |

| C: wat zegt mijn staatsrechtelijk geweten, |

| B: wedadigheid en trouw verheerlijken |

| C: weldadigheid en trouw verheerlijken |

| B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |

| C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |

| B: ik de radiumbestraling nog goed |

| C: ik de radium-bestraling nog goed |

| B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |

| C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |

| B: en al haar heelrijkheid heeft |

| C: en al haar heerlijkheid heeft |

| B: uw u liefhebbenden oud-leeraar |

| C: uw u liefhebbenden oud-leeraar, |

| B: , ,Mijn raad zal bestaan, |

| C: »Mijn raad zal bestaan, |

| |

+---------------------------------------------------+

Van strak gespannen snaren · 第 56 / 56 题