De bedoeling dezer operatie was om een buis aan te leggen in de keel,
den loop der adem daardoor vrij te maken tegenover de verdikking van de
tong en tegenover de slijmvorming in den mond, en mij op deze wijze
nachtrust te bezorgen. Het is dus wat de geneesheeren noemen, een
palliatieve, een verlichtende operatie.
Met 't uitzicht daarop liet ik mij met vroolijken moed naar de
operatiekamer voeren. In dezen ben ik mijzelven een raadsel. Evenals
alle menschen ben ik steeds met operatievrees bezet geweest. De Heere
heeft die vrees echter geheel weggenomen.
In de dagen vóór de operatie sterkte ik mij maar weer in den 91en psalm:
»Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten
in de schaduwe des Almachtigen."
Gelukkig, er is voor Gods volk een schuilplaats in allen nood. Zie 't in
Noachs historie! In Davids leven! In 't leven van heel de kerk!
En wat is die schuilplaats veilig! _Ze is de schuilplaats des
Allerhoogsten!_ Gods gemeente is met Christus in den hemel gezet.
In beginsel is zij met Paulus opgetrokken in den derden hemel.
O wat voelde ik mij daar volkomen veilig! Ik was volkomen verzekerd, dat
geen kwaad mij kon overkomen.
En hoe was ik daar gekomen, in die schuilplaats!
O wonder, o wonder, o wonder van genade! De Heere heeft naar mij willen
omzien, en mij in Jezus aangezien. Ach wie ben ik altijd geweest! De
Heere is de eerste geweest om mij te trekken, om mij met 't geloof te
begaven, om mij te rechtvaardigen, om mij te heiligen, om mij te
verlossen _en mij een schuilplaats te geven_. De overdenking daarvan
vervulde mijn hart met aanbidding van Gods heerlijke, vrije genade.
»Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten
in de schaduwe des Almachtigen." Den nacht zijner beproeving zal hij
doorbrengen in de onmiddellijke tegenwoordigheid van den Almachtige, Die
kan en wil helpen.
Dit heb ik bij deze operatie weer ondervonden.
's Middags te drie uur werd ik naar de operatiekamer gebracht, waar
vier doctoren en drie pleegzusters mij wachtten. Ik werd gelukkig niet
weggemaakt. Dit geschiedt bij deze operatie, geloof ik, nooit. Het is
ook niet noodig. Het gevoel, dat men aan uw keel kerft, nu en dan wat
weeë pijn, dit moge u wat aangrijpen; maar dat is ook alles. Ongelukkig
was de buis wat groot, en 't gat te klein gemaakt. Daardoor moest men
opnieuw aan 't snijden en knippen. Ik maakte mij echter allerminst
onrustig. Ik nam gedurende de heele operatie de toevlucht tot Jezus'
lijden, en stelde mij voor oogen, wat Hij heeft geleden om onze zonden.
O onvergetelijke ure! Hij sterkte mij krachtig. Vroolijk had ik mij
neergelegd. Vroolijk mocht ik oprijzen, nadat de operatie, die ruim een
half uur duurde, was afgeloopen.
Het doel, dat er mee beoogd werd, is volkomen bereikt.
De verlichting is groot.
O, heerlijke nachten van verkwikkenden slaap, die ik nu mag genieten!
Soli Deo Gloria! Gode alleen zij de eere!
Meer schrijf ik thans niet.
Ik moet vanmiddag weer verbonden worden. Ook dit is zeer pijnlijk, en ik
moet daarvoor mijn krachten sparen.