Van Velthem, _Spiegel Historiael._]

[Noot 167: Zie hier de namen der voornaamste ridders, welke onder de

Franse vaandels gesneuveld zijn, die lijst is uit het meergemelde werk van

de heer Voisin getrokken. Jean, Kamerheer en Graaf van Tarcanville; Jean de

Ponthieu, Graaf van Aumale; Jacques de Chatillon, heer van Leuse,

Gouverneur Generaal van Vlaanderen, voor de Koning; Hugues de Bruynen,

Graaf de la Marche en van Angoulême; Angelin, Graaf van Vimeu of Vimy;

Louis de Forest, heer van Beaujeu en Dombes; de Graaf van Soissons; de

Graaf van Abbeville; de Graaf van Foix; Alain van Bretagne; Jean I, Vidaem

van Chartres; Froald, Kastelein van Douai; Jean IV, Kastelein van Rijsel;

Henri, heer van Ligny; Renauld I, heer van Longueval: de heer van

Aspremont; de heer van Freane; Raoul, heer van Trier; de heer van Frennes,

Boudewyn d'Henin, heer van Boussu; Jean, heer van Gréqui; Raoul IV, gezegd

de Vlaming, heer van Gany; de heer van Breauté; Farald de Reims; Jean

Brualé; Jan, bijgenaamd zonder genade, zoon van Jan, Graaf van Holland en

van Henegouwen; Godfried van Brabant, oom van de Hertog van Brabant, en

zijn zoon Jan, heer van Vierson, kastelein van Doornik; Arnold IV, heer van

Wezemaal, Maarschalk van Brabant; Hendrik, heer van Boutersem; Arnold, heer

van Wahain, en zijn zoon Laurent; Hugo van Vlanen; Geldof van Wingene;

Arnold van Eyckhoven met zijn zoon Jan; Hendrik van Wilre; Willem van

Redingen, Arnold van Hofstade, met zijn drie neven; Willem, heer van

Craenendonk; Baldard de Parvisien; Jean de Kerly; Baldard de Peruwez;

Fernand d'Araing; Boudard de Pernes; Hercule, heer van Bailleul; achttien

ridders die met een groot getal Brabanders rondom de tent van Godfried van

Brabant sneuvelden; Egide, heer van Antoing; Richard, heer van Falais;

Michel, heer van Harnes; Aelbrecht, heer van Langendale; de heren van

Quesnoy, van Salines, van Rutsefort, van Marlois, van Flines, van Malgy,

van Alengeac, van Bethisy en van Groy; Gilles, heer van Alengy; Robert,

heer van Montfort; Raoul, heer van Nortfort; Jean Cruke; Jean, heer van

Emmery, Kamerheer des Konings; de Graven van Angers, van Champagne, van

Dreux, van Trappe, van Auge, van Los, van Vendôme, van Bourbon, van

Tweessen en van Estampes; de Graaf van Bar, met zijn drie broeders; de

Graaf van Albe, met zijn broeder; de Hertog van Berry; de prins van

Chimpy.]

[Noot 168:

"Daer hadde die menige zoo groeten dorst

Dat hem die mond en tonge borst.

Ende 't bloet hem ut er nese spranc

Dat hi weder van node dranc."

De Leeuw van Vlaanderen Of de Slag der Gulden Sporen · 第 84 / 86 题