[Noot 135: "Guy seyde lieve broeders ende vrienden! peynst om huwe wyfs
en om huwe kinderen en syt vrome lieden en maect goeden moet en vecht, so
dat ghi hu lant met eere houden meucht; die cracht van victorien comt van
Gode alleenlic denghenen die recht hebben; elc sal spêere yeghen speere
voughen ende pynt altyd omme die peerden te quetsene daer ghi meucht, want
die peerden faelgierende dye lieden syn te wille en moeten vallen ter
eerden; ende als si van den peerden ghevallen syn dat men se allen
dootslae, en niement en vanghe noch en ransoenere, ende dat niement en
roove noch pilgiere, noch en vliede. Want soo wie rooft oft vliet men
sallen selve dootslaen, dus hebt alle gader goeden moet."
_Die excellente Cronike._]
[Noot 136: "Alle de vlaemsche soldaten wierden in eene slagorder
gestelt, maer seer digte; hetwelke de Franschen verstaen hebbende, hebben
hun volk, hetwelke in negen benden verdeeld was, alleenelyk in dry
slagreken gestelt."
_Chronyke van Vlaenderen._]
[Noot 137: "De eerste ridders welke, in de vlakte komende, over de beek
wilden rijden, zonken tot aan de zadel in het slijk en werden door de
pijlen der Vlaamse schutters doorboord."