[Noot 106: Er waren vier edele stammen in Vlaanderen, waarvan de
hoofden de naam van Beers droegen; wanneer de graaflijke stam uitstierf
werd de nieuwe Vorst uit deze Beers gekozen.]
[Noot 107: De geschiedschrijvers verschillen aangaande de macht der
Franse benden; wij hebben tussen de onderscheiden opgaven een middelbaar
getal verkozen.]
[Noot 108: "Zodra Gwyde van Namen de aankomst der Fransen in Vlaanderen
vernam, gaf hij door het ganse Land het bevel om te wapen te lopen en bij
hem te komen. Reeds sedert de 16^e juni was Arnold, zoon van de heer van
Oudenaarde, die met de Graaf in Frankrijk gevangen zat, in de vlakte van
Groeninge (bij Kortrijk) komen legeren... Hij (Gwyde) zond insgelijks een
schildknaap tot zijn neef Willem van Gulik, dewelke, na de Fransen uit
West-Vlaanderen verjaagd te hebben, het kasteel van Kassel belegerde; hij
deed hem de stand der zaken kennen en aanzocht hem het beleg dier plaats te
lichten en te Kortrijk te komen om de gemene vijand te bestrijden."