[Noot 32: Eertijds gebruikte men veel gesteenten in de artsenijkunde;
men kende aan dezelve een bovennatuurlijke kracht toe. De steen in het nest
des adelaars gevonden, werd onder andere als een onfeilbaar geneesmiddel
voor vele kwalen aanzien.]
4
[Noot 33: Schattingen (_tailles_) werden op het gemene volk alleen
geheven: gabellen waren belastingen op het zout.]
[Noot 34: De bijnaam _hutin_ betekent twister, oproerige; zoveel als
_mutin_. Lodewyk was volgens de geschiedenis een edelmoedig en goed Vorst,
die zich de liefde zijner onderdanen waardig maakte.]
[Noot 35: Sciarra Colonne, die met Mijnheer De Nogaret te Anagni was,
sloeg de Paus met de handschoen in het aanzicht.]
[Noot 36: Een goudgele vrucht uit het Oosten.]
[Noot 37: "Ende ooc omme der coninginnen wille, die de Vlamingen seere
leedt hadde, omme dat haer grootheere ende twee van haren ooms, in
Vlaenderen ghevanghen waren: ende Phelips van Elsaten hadde twee van haren
bastaerden ooms, in Vlaenderen ghedaen onthoofden, up den seccant, ende up
raden stelen."
_Die excellente Cronike._]
[Noot 38: Frankrijk en Navarra waren alsdan nog twee van elkander
onafhankelijke Rijken. De Koning van Frankrijk had op Navarra geen recht,
en mocht over deszelfs bestuurszaken niet beschikken. De inkomsten en
andere voordelen kwamen Johanna alleen toe, en deze stond als Vorstin van
Navarra geenzins onder haar gemaal.]
5
[Noot 39: "Den Grave Gwide hadde reets ten jaere 1295, met den Koning
van Engeland een verbond aengegaen, alwaer onder andere besloten was een
houwelyk tusschen den prince van Galles en de dochter van den Grave van
Vlaenderen."
_Jaerboeken van Brugge._]
[Noot 40: "Dese Kaerle van Valloys, sach dat men aldus alle dese
Vlaminghen vinc ende leedede in diveersche vanghenessen, hy vertoochde daer
sinen broeder den coninc, ende alle die bi hem waren, hoe dat hi in
Vlaenderen so eerlicken en vriendelicken ontfanghen hadde gheweest, en dat
se begeerden paeys ... so wat die Kaerle van Valloys sprak totten coninc,
het en halp er al niet ten confoorte van den Grave Guy; want die
coninghinne verwarredet en verargherdet al." _Dits die excellente
Cronike._]
[Noot 41: Soldeniers waren gehuurde en betaalde krijgsknechten; de
enige bestendige benden welke de Koningen alsdan te hunnen dienste hadden.]
[Noot 42: "Het was der coninghinnen leet dat si buyten Parys ghevangen
geleyt waren; want sy hadde liever gehad, dat dye coninc den Grave Guy en
alle dye met hem ghekomen waren, te Parys hadde ghedaen hanghen aen die
galge. Kaerle de Valloys dir siende, dat die Grave Guy en al die syne
blyven moesten in vanghenessen, het wyperde en deerde hem dat hy se te
Parys gebracht hadde. Ende mits dat hy se niet helpen en mochte, omme tot
haren paeyse te komen, hi schaemdes hem sere; ende liet die stede van Parys
en trac huyt Vranckerycke, wonende int landt van Italye, en diende daer den
Paeus Bonefacius." _Dits die excellente Cronike._]
6
[Noot 43: "Het meestendeel van den anderen edeldom, de welke 't huys
bleven waren Frans gesinden."
_Jaerboeken der stad Brugge._]
[Noot 44: "In die tijd werden de Fransgezinde Vlamingen _Leliaards_
genoemd; daarentegen waren de vrienden van de Graaf en van 's Lands
onafhankelijkheid, onder de naam _Klauwaards_ bekend, herkomende van de
Klauwen, waarmede de Leeuw van Vlaanderen de Leliën scheen te bedreigen."