De Boeren om Ladysmith

Sir George White had nu al zijne beschikbare troepen in het versterkte

kamp te Ladysmith vergaderd en de Boeren haastten zich het groote leger

van ruim twaalf duizend man aldaar intesluiten. Een beslissende slag

kon elk oogenblik verwacht worden, gevoelde onze Commandant-Generaal,

zoo trad hij persoonlijk aan 't hoofd der verzamelde commando's op, na

eene ontmoeting met Generaal Prinsloo. Toen zag ik onzen waardigen

Commandant-Generaal werken! Dag na dag was hij in den zadel, alle

posities om Ladysmith zelf inspecteerend. Krijgsraden werden bijgewoond,

soms bij de hoofdkwartieren van Generaal Prinsloo, ten westen van de

stad, soms bij zijn eigene hoofdkwartieren, achter Pepworth's heuvel,

ten noordoosten van Ladysmith. Om acht uur 's avonds moesten alle

lichten uit zijn, maar om drie uur 's morgens was de rustelooze

krijgsman reeds op de been. Dikwijls zag ik hem daar bij »Pepworth's

Hill” van tent tot tent gaande, om de luiaards te wekken met zijn

tenoorstemmetje:—

»Opstaan! Opzaal! Klaar staan elk oogenblik voor een aanval. Gauw!

Gauw!”

Meer dan eens schrok ik wakker onder het geluid dier woorden bij onze

tentdeur.

Soms riep de oude uit: »De Engelschen trekken uit! Opzaal! Maak gauw.”

Of wij groenen ervan schrokken! Grootere waakzaamheid heb ik nooit

in den oorlog gezien, als die van Generaal Joubert. De man scheen

nooit te slapen. Om voedsel en drank bekommerde hij zich niet. Zijn

trouwe gade zorgde, echter, dat hij steeds wat te eten kreeg, al ging

het ook hoe »hals over kop”. Wij werden tusschenbeide boos op den

energieken, onvermoeiden, woeligen Generaal. Waarom al die drukte en

moeite?—vroegen wij elkander—en die blinde alarmen? En dat paarden

halen en opzadelen in het holle van den nacht? Mijne oogen werden later

geopend, om die dingen te begrijpen. Onze veteraan-Generaal wist bij

dure ondervinding, wat een _volks_-commando beteekende! De waakzaamheid

van den Engel Gabriel, de energie van een Napoleon, het geduld van een

Job waren noodig, om zulk een ongelijksoortige schare van boeren en

dorpelingen eenigszins op een leger te doen gelijken. De moederlijke

bezorgdheid en lollerigheid en bekommerdheid van een kakelende hen

tegenover hare kleine kiekens werd door den Generaal in die eerste dagen

tegenover de burgers uitgeoefend—omdat hij wist.... wat hij wist! Geen

wonder dat de man geen »Transvaalsche Jingo”, geen oorlogszuchtige was.

Geen wonder, dat hij voor toegeven tot het uiterste pleitte. Zijn oogen

waren open voor de feiten, voor de werkelijkheid der dingen. Vandaar ook

zijn gebrek aan zelfvertrouwen en hoop. De oorlog was voor _hem_ geen

jachtpartij, geen buitmakerij, geen schietwedstrijd, geen picnic voor

groote kinderen. Waarachtig niet! De oorlog eischte, volgens hem, de

hoogste en volste inspanning van de beste krachten van lichaam en geest

in officiers en in manschappen, alsmede de stiptste gehoorzaamheid aan

alle bevelen. Helaas! vele officieren deelden niet zijn gevoelen, en al

deden zij het ook, dan waren zij te zwak om zijn voorbeeld te volgen.

Met blijdschap, echter, wensch ik te constateeren, dat het woord en het

voorbeeld van den grijzen Commandant-Generaal een uitmuntende uitwerking

op onze commando's in die dagen hadden. Zijn oog was op elkeen, en

ieders oog was op hem gericht. Hij sprak de burgers overal bij hunne

posities in krachtige, welsprekende taal toe. Zijne woorden trilden

door elk hart, en hij werd alzoo in letterlijken en in zedelijken zin:

De Ziel en de Held van de Overwinning te Modderspruit en Nicholson's

Nek op 30 October behaald.

Vóór wij onze indrukken van het gevecht meêdeelen, zal een woordje

omtrent de Boeren-posities niet te onpas zijn. Ladysmith is in een soort

van natuurlijke Kom gelegen. Rondom de stad ziet men aan bijna alle

zijden hooge heuvelen en kopjes. Deze zijn echter op een aanzienlijken

afstand van de stad gelegen—zegge van vier tot acht mijl. Ten

noord-oosten ligt _Pepworth's Hill_, groot, breed, tamelijk hoog en

steil: een van de aanzienlijkste hoogten in ons bezit. Zonder slag of

stoot liet Generaal White deze belangrijke stelling in onze handen

vallen. Een kleine mijl van den heuvel in oostelijke richting staat het

woonhuis van den heer Pepworth een Natalsche Parlementslid, eigenaar van

de uitgestrekte plaats, »Rietfontein”, waarop Pepworth's Hill gelegen

is. De eerste batterij der Transvaalsche Staatsartillerie was boven op

dien heuvel, aan de zijde naar Ladysmith ziende, in een halven cirkel

gesteld. Behalve de 4 Fransche snelvuurders, de 2 Krupp's en de 2

Pom-pom's (vroeger genoemd), werd het groote vestingkanon, dat bij

Marshall's plaats ook gebracht werd, daar in positie gesteld. Dit

reusachtige moordtuig was pas den avond voor den slag aldaar aangekomen,

maar eenige honderden sterke armen bij de kracht van twee-en-twintig

groote, ingevoerde muilen gevoegd, overwonnen alle moeilijkheden. Ter

inlichting van den nieuwsgierigen lezer zij gezegd: dat er twee lange,

sterke touwen aan den zwaren, ijzeren kanonwagen vastgeknoopt werden,

aan elken kant een, waaraan de burgers in een lange rei trokken, terwijl

de muilen in 't midden zwoegden. Opmerkelijk is het ook: dat er geen pad

voor de zware kanonnen en caissons naar den top des heuvels bestond,

maar een menigte rappe handen, met pikken en graven gewapend, wisten

er spoedig een soort van weg te banen. Daar de heuvel als het ware met

groote ijzerklippen bevloerd was, zag het haastig gemaakte pad er maar

akelig en gevaarlijk uit. Toch—het beantwoordde aan zijn doel. Zondag

avond werd het groote Creusot erop getrokken, en in de duisternis van

den nacht werkte de heer Léon—een Fransche deskundige, jaren te voren

in Transvaalschen dienst genomen—onverpoosd aan platform en beschutting

ervoor. Tegen 4 uur den volgenden morgen was de »Long Tom” gereed om

zijn basstem te doen hooren—tegen half vijf begon de kanonmuziek van

Modderspruit. Colonel Trichard, met Luitenant de Jager en 2de Luitenant

H. du Toit hebben bevel over al die vuurmonden.

De Ermelo-burgers, toen slechts eenige honderden in getal, en het

Iersche Corps, ongeveer 120 sterk, werden op den grooten heuvel tot

dekking van de kanonnen geposteerd.

Een half mijl van Pepworth's heuvel, in zuidelijke richting, vlak bij

de spoorlijn uit Ladysmith naar Elandslaagte gaande, is er een kleine,

boschachtige verheffing. Daar stond Generaal Joubert met zijn staf en

een kleine lijfwacht van Heidelbergers gedurende den slag. Vandaar uit

spoedden zijne adjudanten links en rechts met orders naar de

verschillende officieren.

Als men den spoorweg overgaat en zich in een zuidoostelijke richting

begeeft, verder van Ladysmith, komt men in aanraking met den bekenden

Transvaalschen staatsman en patriot Generaal Schalk Burger, met zoo

wat vierhonderd Lijdenburgers. Van Oshoek (op de grens van het verre

Swazieland) is hij over Amsterdam, Piet Retief, Vrijheid en Dundee

naar Ladysmith gekomen, om ons te helpen. Het was één van die snelle

marschen, die de verbazing der wereld wegdragen, waarvan de Boeren

er zoo velen in den oorlog hebben afgelegd. Met 3 Howitzers (Krupp,

snelvuur, 12 cM., model '97, een 35 lb. projectiel 6400 meter ver

werpend) en een hand-maxim is hij net bijtijds aangekomen, om aan den

slag deel te nemen, Majoor Erasmus en Luitenant Malan zijn aan 't hoofd

dier kleine batterij. Er zijn geen hooge heuvelen waar Generaal Burger

zich bevindt—slechts een lange, lage rand van noord naar zuid loopend.

Naast aan de Lijdenburgers bevinden zich de Heidelbergers, ruim 1000 man

sterk, met twee Krupp veldkanonnen (7½ cM., 12½ lb. projectiel, model

'95) onder den zorg van de tweede Luitenants Groothaus en Oelofse.

Ook zij hebben niet juist prominente heuvelen, die in 't oog vallen.

Inderdaad is het land aan de oostzijde van Ladysmith, gelijk en open

in vergelijking met de overige zijden.

Onze linkervleugel, eindelijk, bestaat uit Generaal Lukas Meijer's

commando—met Standertonners erbij gevoegd—nauwelijks 2000 in tal.

Majoor Wolmarans steunt hem met Kapitein Louw Pretorius. Het terrein,

dat zij bedekken is zeer heuvelachtig en sterk. Zij hebben 4 Krupp

snelvuurders, 2 Fransche kanonnen (7½ cM., 19 lb. projectiel 8500 meter

ver spuwend—evenals die op Pepworth) en een Pom-pom, alsmede het maxim

van de Engelschen achter Talana Kop genomen. Eene afdeeling Duitschers,

onder Luitenant von Quitzow (zoo wat 60 in 't geheel) is ook bij

Meijer's commando gevoegd.

Generaal Kock ligt met den dood te Ladysmith te worstelen. Commandant

Ben Viljoen is te Newcastle en elders, alle krachten inspannend, om ons

sterk commando Johannesburgers weer te organiseeren.

_Lombard's Kop_ en de hooge _Bulwana Berg_ liggen tusschen Meijer's

mannen en Ladysmith. Ze zijn twee belangrijke punten, die nog in het

bezit der Engelschen zijn. De spoorweg naar het zuiden loopt daar in

de vallei van de Kliprivier—die door de stad gaat,—aan den voet van

Bulwana en de voorpunt van Lombard's Kop (ook wel »_Gun Hill_” genoemd).

Als Sir George zijne communicatie met Durban wil open houden, mag hij

die hoogten niet verliezen. Aan de overzijde der breede vallei, zijn er

hooge heuvelen en bergen, zooals de bekende _Plat Rand_ (of Wagon Hill),

treuriger nagedachtenisse, maar daaromtrent thans geen woord, want het

heeft met den op handen zijnden slag niets te doen.

Onze rechtervleugel strekte zich uit achter een heuvelenreeks,

van Pepworth's tot aan _Surprise Hill_, die zuiver noord van

Ladysmith stond, vlak voor de bekende _Nicholson's Nek_. Het groote

Pretoria-commando, van district en stad, ruim elf honderd man thans

tellend, onder Generaal Daniel Erasmus en diens broeder Stefanus

(ageerend Commandant) hield een deel der uitgestrekte positie, en

de Vrijstaters waren op Surprise Hill en vooral onder aan den voet

van den hoogen heuvel, later »_Klein Majuba_” genoemd, waarop de

Engelschen gevangen genomen werden. Daar, rechts van dien heuvel en

van Nicholson's Nek, als men het aangezicht Ladysmithswaarts wendt,

hadden de Heilbronners—zegge 500 man, onder Commandant Steenkamp en

zijne rechterhand Christiaan de Wet—hun lager, met een klein klompje

Kroonstadschen (Com. Nel) de nabijheid. Dat waren de eenige Vrijstaters,

die aan 't gevecht deelnamen, de overige commando's meer west en

zuid-west van Ladysmith gelegerd zijnde. Grof geschut was er hoegenaamd

niet tusschen Pepworth's en Nicholson's Nek, maar onze rechtervleugel is

sterk wegens zijn heuvelen-forten. Van Generaal Meijer's linkervleugel

tot aan de Heilbronners vormden de Federalen een halven cirkel van

negen of tien mijl in omvang. Dan had onze voorzichtige, slimme

Commandant-Generaal nog eene andere kaart, die hij desnoods kon

uitspelen, namelijk een flinke, georganiseerde reserve-kolonne

scherpschutters. Hij had Commandant van Dam, van de Johannesburg

Rijdende Politie, met zijn 800 man naar Ladysmith ontboden.

Met ongelooflijken spoed was de wakkere Commandant met zijne

manschappen,—voorzien van paarden, tenten, commissariaatwagens,

voedsel, alles compleet en in eerste klas orde—per spoor naar

Elandslaagte gekomen. Van daar snelde hij toen met eene vliegende

colonne van ongeveer 400 man naar Pepworth's Hill, alwaar hij laat

Zondagavond aankwam. Toevallig had ik nog de eer, den Commandant naar

des Generaals tent te geleiden, daar hij mij in de duisternis haastig

toeriep: »Waar is de tent van Generaal Joubert?” Hoe laat het was, voor

de Politie dien nacht een oog kon toedoen, kan men wel gissen.

Welk nuttig werk zij den volgenden morgen deden, zullen wij weldra zien.

Zes maanden bij de commando's · 第 28 / 79 题