[12] De Kill-devill (een woord, zaamgestelt uit de woorden dooden en
duivel, en het geen waarschynlyk zeggen wil: wie zou de duivel dooden,)
is een zoort van rhum, die men maakt van schuim en droessem van
suiker. Deeze drank is in de Volkplanting zeer gemeen, en de eenige,
die men aan de Negers toestaat. De zuinigheid beweegt verscheiden
Europeaanen, om daar van mede gebruik te maken; maar het is ten
naasten by een langzaam vergift voor hun.
Aant. v. d. Schryver.
[13] Het schynt dat de vogel, waar van STEDMAN hier spreekt, is de
Toucan van Caijenne met een witten hals, of het vrouwtje van den
Toucan met een geelen hals.
Aant. v. d. Franschen Vert.
[14] Verscheiden beminnaars der Natuurlyke Geschiedenis, hebben
aan deeze laatste herschepping getwyffeld. Het staat aan hunne
beoordeeling, of het bewys, door onzen Reiziger bygebragt, gegrond
genoeg is, om hun gevoelen te bepaalen. Mejuffrouw DE MERIAN, van wien
hier gesproken word, was eene jonge Duitscheresse van Frankfort aan
den Main, die, in 't jaar 1699, de reize naar Hollandsch Guiana deed,
om aldaar insecten en kapellen af te teekenen.
Aant. v. d. Franschen Vert.
[15] De heer GREENWOOD, uit den omtrek van. Leicester, heeft my
verzekerd 'er een gedood te hebben van twaalf voeten lengte.
Aant. v. d. Schryver.
[16] Het schynt, dat het woord harwar is een bedorven spelling van
het Engelsch en Hollandsch woord Haven. Dus zoude Devil's-Harwar
beteekenen Duivels-haven.
Aant. v. d. Franschen Vert.
[17] "Het Kabinet van Natuurlyke Geschiedenis bezit het beruchte hoofd,
te Maastricht gevonden, en zelfs eenige wervelbeenderen van zommige
deelen van het geraamte, waar toe die kop behoord heeft.... Ik had dit
beruchte hoofd, het welk myne nieuwsgierigheid had gaande gemaakt, doen
afteekenen: het zelve is thans in het Magazin in 't koper gesneden.
"Het is gemakkelyk te zien in deeze versteening, dat 'er verscheiden
koppen van beesten van een en het zelfde zoort zyn; maar welk is het
zoort, waar toe deeze behoord? dit staat nog te beslissen; men heeft
derzelver classe nog met geene zekerheid kunnen bepaalen....
"Dit stuk, eenig in zyn zoort, heeft de aandacht van veele waarneemers
tot zig getrokken.... Het heerschend gevoelen tegenwoordig is, dat
deeze kop tot een nieuw zoort van Krokodillen behoord". (Getrokken uit
een brief van L. A. MILLIN aan Dr. HERMAN, ingelascht in 't Magazin
Encyclopedique, 't 1ste jaar, 6de Deel, bladz. 34., alwaar men ook
eene in 't koper gesnedene afbeelding van deezen zelfden kop vind,
waar van de Burger FAUJAS-SAINT-FOND, Hoogleeraar in 't Museum der
Natuurlyke Geschiedenis, eene beschryving belooft.)
Aant. v.d. Franschen Vert.
[18] Het is de Passiebloem. Mejuffrouw DE MERIAN noemt dezelve
Marquias.
Aant. v. d. Franschen Vert.
[19] Dr. LABORDE zegt drie zoorten van Otters in Guiana te hebben
waargenomen.
1º. De grootste, die van veertig tot vyftig ponden weegt, en wiens
hair zwart, en byna kaal is; hy houd zig op in de Rivieren.
2º. Die geene, waar van de huid geel-achtig is, van de kleur der
Gummi-gutta, en wegende twintig tot vyf-en-twintig ponden; hy bewoond
insgelyks de Rivieren.
3º. De gryze, niet meer dan drie of vier ponden wegende; hy houd zig
op in de gaten by de Rivieren, en is zeer gevaarlyk voor de honden.
Allen ontwyken zy het water, alwaar ebbe en vloed is, en houden zig
alleenlyk op in zoete wateren, in de meiren, of boven in de Rivieren;
zy gaan troepsgewyze naar de verdronken Savanen. Men maakt 'er jagt op,
om hunnen buit te hebben, tot dit einde gaat men in eene hinderlaag
aan den waterkant leggen. Zy zyn wild; en zoo men op hen schiet, terwyl
zy zwemmen, zinken zy naar den grond, en zyn voor den jager verlooren.
De wyfjes werpen maar een jong, zelden twee; zy zyn minder vruchtbaar
dan in Europa. Zy werpen haare jongen in de holen, die zy aan den
waterkant graven. Op de landhuizen voed men deeze dieren op.
Aant. v. d. Franschen Vert.
[20] Dusdanige kruik houd vier pinten, Parysche maat.
Aant. v. d. Franschen Vert.