Kijkjes in een mooi werk over Chili
Marie Robinson Wright
Aan de vrouwen van Chili draagt "met waardeering en bewondering van
haar uitstekende hoedanigheden van geest en hart" de schrijfster, Marie
Robinson Wright van Philadelphia, haar groot werk _The Republic Chile_
op. Het rijk uitgemonsterde en keurig uitgegeven boek is tegelijk te
Philadelphia en te Londen verschenen. Het geeft geen reisverhaal,
maar behandelt in een reeks van aangenaam geschreven hoofdstukken
Chili's geschiedenis en zijn tegenwoordige regeering, zijn financiëelen
toestand en zijn buitenlandschen handel, de hoofdstad Santiago en den
heuvel Santa Lucia, de vloot, het leger, het maatschappelijk leven,
kerken en liefdadigheid, de universiteit met bibliotheken en musea, het
opvoedingssysteem en den stand van schilder- en van beeldhouwkunst. 't
Gewaagt van de drie zones, waarin Chili natuurkundig en dus ook uit het
oogpunt van zijn flora en zijn fauna te verdeelen valt, van Valparaiso,
Chili's eerste handelsstad, en van het chileensch Trouville, 't mooie
Vina del Mar; van 't leven op een hacienda, van de wijnproductie en
de warme bronnen; van den rijkdom aan salpeter en de Lota-mijnen;
van de opbrengst aan delfstoffen als goud, zilver, ijzer, koper en
steenkool; van spoorwegen en stoombooten, landbouw en industrie, en ten
slotte van die verre zuidelijke streken in de langgerekte republiek,
Patagonië met Punta Arenas, Vuurland en het eenzame Juan Fernandez.
Wellicht zal het den nederlandschen lezer thans in 't bijzonder
interesseeren, nu onze minister van Waterstaat er vertoeft om het
land van zijn bekwaamheid als ingenieur te doen profiteeren volgens
een reeds vroeger aanvaarde verplichting.
Wij zullen hier en daar een greep doen uit de rijke stof, die door
de schrijfster degelijk wordt beheerscht, hetgeen niet behoeft
te verwonderen, daar zij vijf jaren aaneen in Zuid-Amerika heeft
gereisd en groote tochten ondernam van den Boven-Amazonenstroom tot
Vuurland en van den Atlantischen tot den Stillen Oceaan. Driemaal deed
zij de spoorreis over de Andes-keten, en Chili trok haar van alle
zuid-amerikaansche republieken het meest aan. Daar bracht zij twee
jaren door en leerde er land en volk grondig kennen. Beide looft
en prijst zij, en het is haar een genoegen, heldere denkbeelden
over de interessante republiek en hare hulpmiddelen te mogen helpen
verspreiden.
"Het doet mij leed," schrijft zij, "dat ik, bij de meer uitvoerige
behandeling van Chili's jongste geschiedenis, genoodzaakt ben geweest,
de annalen van het roemrijke verleden kort samen te vatten. Daar toch
vindt men in overvloed bewijzen van groote dapperheid en opofferende
vaderlandsliefde. Dezelfde karakteristieke trekken, die het chileensche
volk sterk hebben gemaakt in de verdediging zijner nationale rechten,
hebben het ook de geestkracht en den ondernemingslust gegeven, die
noodig zijn, om het in handel en industrie tot een flinke hoogte te
brengen, en er is thans geen enkel land in Zuid-Amerika, waar de
algemeene vooruitgang gestadiger en degelijker is geweest en waar
men zijn betrekkingen tot buitenlandsche machten op beter en hechter
grondvesten heeft kunnen bouwen. Wat intellectueele beschaving betreft,
nemen de Chileenen een eereplaats in onder de meest vooruitstrevende
volken, en hun geleerden, schilders en beeldhouwers hebben zich naam
gemaakt in de hoogste kringen van Europa en Amerika."
De vooruitzichten zijn bijzonder gunstig voor den vooruitgang van
de republiek, want de twintigste eeuw ziet den handel meer dan ooit
vroeger zijn aandacht wijden aan de havens van den Stillen Oceaan.
Aan Santiago valt daarbij een eereplaats ten deel, de mooie stad
met haar witte kroon van de Andesketen. De stad ligt in prachtige,
schilderachtige omgeving, als een koningin in een reuzenkasteel,
haar door de natuur geschonken, waar de muren van het onvergankelijke
graniet der Cordillera's opgetrokken zijn, en torens tot den hemel
reiken. Zij ligt open naar het Westen, als wachtte zij van daar de
groote toekomst, die in dit land van belofte voor haar is weggelegd. En
van de met sneeuw bedekte toppen achter haar, die scherp tegen den
blauwen hemel afsteken, ligt zonder eenige begrenzing vóór haar de
eindelooze Stille Oceaan, waar geen vreemde mogendheid de uitbreiding
van Santiago's handel kan beperken.
Het is onmogelijk, zich een liefelijker beeld te denken, dan dat,
hetwelk Santiago aanbiedt bij zonsondergang, als de stad gehuld is
in het purper en het goud, dat op de Andestoppen straalt en hen
in warmen gloed zet. Er is iets, dat aan Rome herinnert in deze
chileensche hoofdstad met haar mooien heuvel, die als een koepel van
een kerk midden uit haar straten oprijst; maar terwijl de heuvel van
het Quirinaal de macht en 't aanzien van het koningschap belichaamt,
is Santa Lucia, de tegenhanger in Chili, een symbool van den geest der
vrijheid, heerschend in de Nieuwe Wereld. De paleizen van grooten en
van souvereinen worden hier vervangen door de schouwburgen en villa's
van een vrij en onafhankelijk volk.
De Alameda is wel genoemd de Via Appia van dit westersch Rome. In de
dagen, toen Chili nog een spaansche kolonie was, hielden de spaansche
gouverneurs langs dien weg hun luisterrijken intocht. Later, in de
opwindende dagen van den vrijheidsoorlog, hadden de overwinnende
legers hier het eerst de welkomstgroeten in ontvangst te nemen, die
hen later zoo overvloedig op de openbare pleinen der hoofdstad te
beurt vielen. Langs dezen weg, die nu de mooiste straat der stad is,
treedt ook tegenwoordig de bezoeker Santiago binnen in de schaduw
van statige boomen, voorbij fonteinen en standbeelden en prachtige
bloemen, bekoord door het fraaie uitzicht op den Santa Lucia met de
trotsche toppen der Cordillera's op den achtergrond.
Die Alameda de las Delicias is bijna drie mijlen lang en
driehonderdvijftig voet breed en loopt door de stad van Santa Lucia
naar het Centrale Spoorwegstation. Van een eenvoudigen straatweg
naar de oude koloniale hoofdstad is het de voornaamste boulevard der
moderne metropolis geworden, die zelve zich uit een plaatsje van weinig
beteekenis tot een der meest bekoorlijke steden heeft ontwikkeld.
Gelegen in het dal der Mapocho, heeft de stad vroeger veel te lijden
gehad van de overstroomingen der rivier, en eerst door de geheele
kanalizatie van het rivierbed, die in 1891 werd voltooid, is de
tegenwoordige toestand verkregen, waardoor men voor alle invloeden
van storm en overstrooming veilig is.
Vóór den onafhankelijkheidsoorlog, waardoor op 18 September 1810
de republiek Chili werd geboren, was Santiago niet veel meer dan
een spaansch dorp, bestaande uit huizen van één verdieping en met
geen andere aantrekkelijkheid dan een paar pleinen en parken en de
particuliere patio's, bekend uit alle spaansche steden. De plaats
breidde zich gaandeweg uit, maar altijd naar gewone, traditioneele
begrippen, zonder de moderne verbeteringen der steden van den nieuweren
tijd. De Alameda de las Delicias was gedurende twee eeuwen na de
verovering een gewone weg, belangrijker wordend, naarmate de stad
zich uitbreidde, maar toch geen drukke verkeersweg.
Daar zij was aangelegd in de oude bedding van een tak der Mapocho,
werd de Almeda met haar moerassigen grond en oneffen bestrating eerder
beschouwd als een gebrek dan als een sieraad van de hoofdstad. De
mooiste straat in koloniale tijden en de populaire wandelweg was de
Paseo de la Piramide, die langs den zuidelijken oever van de Mapocho
liep en door treurwilgen werd ingesloten.
Eerst in de laatste helft der 19de eeuw had de verandering plaats,
die de hoofdstad maakte tot de tegenwoordige moderne stad met
haar welonderhouden parken en pleinen, mooie huizen en breede
straten. Tijdens het bestuur van Don Benjamin Vicuna Mackenna werd
de stad in 1872 geplaveid en kreeg een betere verlichting, de Alameda
werd verbeterd en de Santa-Luciaheuvel werd van een onoogelijke hoogte
midden in de stad tot een heerlijk park. Deze verbeteringen waren
noodzakelijk geworden met den nieuwen stijl en de sierlijkheid der
rijke woonhuizen en der openbare gebouwen van de stad. Het vroegere
verouderde voorkomen maakte plaats voor de moderniteit van heden,
en de toewijding der bewoners van Santiago aan hun stad bleek uit tal
van particuliere bijdragen voor de verfraaiing. Zoo is het geliefde
Cousino-park genoemd naar den schenker, den millionair Don Luis
Cousino, die den grond aan de gemeente afstond.
Het groote fortuin van de Cousino's werd een halve eeuw geleden
gemaakt, toen de chileensche kapitalist de groote onderneming waagde
van de exploitatie der steenkolenmijnen in het Lotadistrict. Lota
is nu het bloeiende middelpunt van een nijverheidsgebied en ligt
dichtbij Coronel in de provincie Concepcion. De geheele bevolking
van 15000 zielen is afhankelijk van de mijnmaatschappij, waarin de
familie Cousino den toon aangeeft. Senor Don Matias Cousino kocht in
1852 den grond en begon terstond op energieke wijze de exploitatie.
Bij zijn dood, tien jaren later, ging de bezitting over in handen
van zijn zoon Senor Don Luis Cousino, die in 1869 de maatschappij
Esplotadora de Lota y Coronel stichtte en 't grootste getal aandeelen
zelf behield. Hij bracht de onderneming tot groote hoogte en veel
andere giften aan de gemeenschap getuigen, met het Cousino-park
in Santiago, van zijn mildheid. Zijn weduwe Senora Dona Isidora
Goyenechea de Cousino kocht alle aandeelen op en werd eenige
eigenares van de Lota-maatschappij. Zij was een tijdlang de rijkste
vrouw ter wereld, toen haar vermogen op zeventig millioen dollars
werd geschat. Eenige malen stak zij den oceaan over, om eenigen
tijd in Europa te vertoeven, en in Parijs was zij als de door de
fortuin meest begunstigde vrouw bekend, terwijl de _Rue Lota_ naar
haar werd genoemd. Met haar eigen schip deed Senora Cousino een reis
naar het Oosten, bezocht de Sandwich-eilanden en werd overal als een
koninklijke gast gehuldigd. Bij haar dood in 1898 werd de bezitting
geërfd door haar zes kinderen, van wie vier, Don Alberto, Don Carlos,
Dona Adriana en Dona Loreto, nog in leven zijn.
Het stadje Lota ligt op vijf mijlen afstands van Coronel, waarmee het
door den Arauco-spoorweg is verbonden. Het is verdeeld in Lota Alta
of de bovenstad en Lota Abajo, de benedenstad aan den voet van den
heuvel. De bovenstad behoort aan de Compania Esplotadora de Lota,
en men vindt er de kantoren der maatschappij met de woningen der
beambten en werklieden, hun kerk en school en hospitaal. In een kleine
dagreis per spoor bereikt men Santiago, waar de eigenaars der mijnen
resideeren. Maar te Lota hebben zij ook een paleisje met een prachtig
park, dat met de grootste zorg wordt onderhouden, in tegenstelling
met het huis, dat na den dood van Senora Cousino onbewoond is gebleven.
Maar om op Santiago en de Alameda terug te komen, die rijweg is de
bekoorlijkste van alle zuid-amerikaansche _paseo's_. Men ziet er
niet enkel weelde en mooie equipages, maar tevens is men er als in
een museum, in Chili's _Ruhmeshalle_, niet besloten binnen vier muren,
maar in de open lucht tusschen boomen en bloemen, fonteinen en vijvers,
waar de vogels zingen, en de kinderen spelen en waar de geschiedenis,
verteld in brons en marmer, de menschen kan opwekken tot moed en
vaderlandsliefde. Het edele voorbeeld van de vereeuwigde helden
wordt er den jongen menschen voortdurend voor oogen gesteld. Niet
alleen als werken van kunst wekken de standbeelden en de monumenten
van de Alameda onze bewondering, maar ook als blijken van de nobele
gevoelens der natie, die dit middel heeft te baat genomen, om haar
dankbaarheid te toonen jegens de helden uit de bevrijdingsoorlogen.
Een trotsch monument herinnert aan den grooten generaal Don José
San Martin, te paard voorgesteld met het vrijheidsvaandel in de
rechterhand. Het werd onthuld op 5 April 1863, den verjaardag
van Maipo. Die slag van 5 April 1818 in de vlakte van Maipo,
eenige mijlen ten zuiden van de hoofdstad, was een schitterende
overwinning van de republikeinen over het leger van de royalisten,
tegen wie de jonge republiek zich telkens weer had te wapenen na
haar onafhankelijkheidsverklaring.
Een ander ruiterstandbeeld is er verrezen voor den grootsten
chileenschen generaal Bernardo O'Higgins, wiens dapperheid en
vaderlandsliefde indrukwekkend gesymbolizeerd zijn in de bronzen
figuur, die hem voorstelt, zooals hij Rancagua ontruimt met zijn
dappere soldaten en, wijzend op Santiago, uitroept: "Wij geven noch
vragen kwartier". Het standbeeld staat op een voetstuk van wit
marmer met basreliefs, die de belangrijkste gevechten weergeven,
waarin generaal O'Higgins zich onderscheidde.
De vader van dezen generaal was Ambrosio O'Higgins, die in 1788 door
den koning van Spanje tot gouverneur van Chili benoemd was. Hij zocht
niet, als zijn voorgangers, onophoudelijk zijn voldoening in den
strijd tegen de Araucaniërs, de oorspronkelijke bevolking, maar hij
trachtte den vrede te bevestigen en het land tot bloei te brengen. Hij
was Ier van geboorte, ging naar Spanje en vestigde zich als koopman in
Peru. Hij verloor zijn vermogen, stelde zich in dienst des konings en
ging naar Chili. Zijn eerlijkheid en zijn scherp verstand vestigden
de aandacht op hem en in een voorspoedige carrière bracht hij het
tot het ambt van gouverneur van Chili. De noordelijke provincies,
die over 't geheel verwaarloosd waren, bezocht hij in persoon, deed
onderzoekingen in de woestijn van Atocama en keerde over Valparaiso
naar Santiago terug.
Als gevolg van die reis kwamen er een groot aantal verbeteringen in
den toestand der Indianen, die op het land of in de mijnen werkten, en
zijn uitstekend bewind bleek ook uit de wijze, waarop hij tegenover de
Araucaniërs handelde. Hij verbood, hen zonder noodzaak aan te vallen
of te beleedigen, en ofschoon de troepen ten allen tijde op oorlog
voorbereid moesten zijn, mocht geen poging worden verzuimd, om den
vrede te handhaven. De uitslag bewees, hoe beleidvol zijn optreden was,
want de Indianen, die zagen hoe de Spanjaarden op hun hoede waren,
zorgden wel, dat ze geen aanval waagden, en in het veilige gevoel,
dat hen geen gevaar dreigde, als zij zich rustig hielden, begonnen ze
hun velden ijverig te bebouwen. Aan de openbare wegen liet gouverneur
O'Higgins groote zorg besteden, en tegen de overstroomingen der
Mapocho beveiligde hij de hoofdstad door doelmatig aangebrachte dammen.
In 1789 vaardigde hij een decreet uit, waarbij alle indiaansche slaven
vrij werden verklaard, hoewel hij de landeigenaars daardoor tegen
zich in het harnas joeg en zich den haat op den hals haalde van de
eigenaars der mijnen, waarin slaven werkten. Het belastingstelsel
onderging allerlei verbeteringen en altijd was hij in de weer, den
weg te effenen voor handel, industrie en landbouw.
De hoogste positie, die de kroon in die dagen in Zuid-Amerika te
vergeven had, viel hem als blijk van de bijzondere tevredenheid
des konings in 1795 ten deel, namelijk den post van onderkoning van
Peru. Het volgend jaar reisde hij naar Lima, maar hij liet in zijn
geliefd Chili zijn zoon Bernardo achter, die bestemd was, zulk een
groote rol te spelen in de latere politiek van Chili. Hij toch werd een
der helden uit den vrijheidsoorlog, een der stichters van de republiek.
Want door de grootere ontwikkeling in staatkundig en maatschappelijk
opzicht, door het betere onderwijs vooral, begonnen de Chilenen
het onrecht in te zien van sommige spaansche regeeringsmaatregelen
en van het dwangstelsel, dat hen in allerlei richting hinderde in
den vooruitgang. Bemoeilijking van den handel, overmatige invloed
van de geestelijkheid, verbod van lectuur, gemis aan vrijheid van
drukpers en van vereeniging en vergadering, dat alles werd meer
en meer als een belemmering gevoeld, vooral na de ontroerende
voorbeelden van den vrijheidsoorlog in Noord-Amerika en van de
Fransche Revolutie. De begeerte, om meer te weten te komen van de
buitenwereld, was een prikkel tot het koopen der verboden lectuur
en gaf tevens een verklaring van de populariteit der _tertulia's_
of avondbijeenkomsten in de salons der personen, die in Europa hadden
gereisd en op de hoogte waren der nieuwere vrijheidsbegrippen, en de
boeken der bekende fransche schrijvers uit die dagen hadden meegenomen.
Tijdens de regeering van gouverneur Carrasco, van 1808 tot 1810,
nam de zucht naar vrijheid een meer definitieven vorm aan; Napoleons
verovering van Spanje en de gevangenneming van den spaanschen koning
steunden den geest van vrijheid, en op 16 Juni 1810 moest gouverneur
Carrasco afstand doen, vooral onder pressie van den _cabildo_ of het
stadsbestuur van Santiago.
Er werd een Administratieve Raad gekozen, die de regeeringsmacht zou
in handen hebben tot een Nationaal Congres bijeengekomen zou zijn,
om den regeeringsvorm vast te stellen. De openbare vergadering van 18
September 1810 besloot tot de instelling van de Junta Gubernativa,
de eerste onafhankelijke regeering in Chili. Een dag van glorie
was die geboortedag der republiek, de opwinding in de hoofdstad
was buitengewoon groot en de straten waren vroolijk en luidruchtig,
overstraald door de lichten der illuminatie, omgolfd door de tonen
der muziek.
Enkele maanden later kwam het eerste Congres, de vergadering van
afgevaardigden des volks bijeen. Onder de allereerst aangenomen wetten
was er een tot volkomen afschaffing der slavernij. Tot eer van de
jonge natie zij gezegd, dat nu zij zelve als volk haar vrijheid had
gewonnen, zij ook begeerde, dat ieder individu op chileenschen grond
de rechten van de vrijheid zou genieten. Van de republiek Chili kan
evenals van Mexico worden gezegd, dat haar vrije vlag nooit boven
slaven heeft gewapperd.
Toen kwam er echter, als zoo dikwijls in dergelijke omstandigheden,
persoonlijke eerzucht in het spel, die dreigde, 't goed begonnen werk
te storen, en bij de twisten en oneenigheden tusschen de leiders van
het burgerlijk bestuur moest men gedoogen, dat een spaansch leger
uit Peru een inval deed, om het land voor Spanje te heroveren.
In Januari 1813 landden de spaansche troepen onder generaal Pareja te
Ancud op het eiland Chiloë en spoedig daarna te Valdivia, Talcahuano en
Concepcion. In die meer afgelegen provincies waren, als indertijd in
de Vendée in Frankrijk, veel royalisten, die zich nu bij de spaansche
troepen voegden en op de hoofdstad Santiago aantrokken.
Doch de voortgang van Pareja's leger werd gestuit te Chillan door het
patriottenleger onder generaal Carrera, die al spoedig als bevelhebber
plaats maakte voor O'Higgins, wiens talenten de aandacht van de Junta
hadden getrokken en die in den strijd veel steun vond bij kolonel Juan
Mackenna. Er werd een wapenstilstand gesloten, dat men de legers zou
kunnen reorganizeeren, en op 1 October 1814 werd de strijd hervat met
het gevecht bij Rancagua, toen het spaansche leger, dat versterking
uit Peru had gekregen, onder generaal Osorio tegen O'Higgins optrad
met een vijfmaal zoo sterke macht als die der republiek.
Er volgde een noodlottige nederlaag na een tweedaagschen strijd en
een heftige verdediging van Rancagua, waarna de spaansche generaal
er zijn intocht hield en O'Higgins zijn beroemden terugtocht ondernam.
Weldra volgde de intocht der Spanjaarden in Santiago en drie jaren
lang heerschten zij opnieuw over Chili.
Die jaren waren echter de voorbereiding voor nieuwen strijd, en de
beide helden O'Higgins en generaal San Martin wachtten met andere naar
Argentinië uitgewekenen den geschikten tijd af. In Januari 1817 begon
de marsch over het Andesgebergte door den Uspallata-pas. Het was een
lange en moeilijke tocht, maar de uitslag van het op 12 Februari bij
Chacabuco geleverde gevecht beloonde de moeite. Daar werd opnieuw voor
de vrijheid van Chili met schitterenden uitslag gestreden, en het daar
gegeven voorbeeld werkte aanstekelijk in de andere zuid-amerikaansche
koloniën van Spanje.
Nog eenmaal probeerde een spaansch leger de herovering. Generaal San
Martin trok het tegemoet, en in de vlakte van Maipo, enkele mijlen
ten zuiden van de hoofdstad, had op 5 April 1818 een beslissende slag
plaats, die den royalisten alle verdere kansen ontnam.
O'Higgins was tot Opperdirecteur van den Regeeringsraad benoemd en
leidde het bestuur in Chili tot 1823. Hij was met dictatoriale macht
bekleed en velen verweten hem een te eigenmachtig optreden. De held
van Chacabuco moest zijn gezag neerleggen en generaal Ramon Freire
nam zijn plaats in. O'Higgins stierf een jaar later. Een praalgraf op
het kerkhof van Santiago wijst de plaats aan, waar hij ligt begraven
en, zooals wij reeds zagen, op de Alameda van Santiago staat zijn
ruiterstandbeeld.
Het eigenlijk middelpunt der hoofdstad is de Plaza de la Independencia
of de Plaza de Armas. Bloemen vormen het centrum van dat plein,
waaromheen men fraaie gebouwen ziet als de kathedraal en het
bisschoppelijk paleis, het postkantoor, 't gemeentehuis, telegraaf
kantoor e.a. Twee der zijden worden door winkels ingenomen, onder hun
schilderachtige booggalerijen, de _portales_. 's Avonds wandelt er
de deftige chileensche wereld, zooals in andere spaansche landen ook
de _paseo_ of wandeling op de Plaza een dagelijksch verschijnsel is.
Een droevige gebeurtenis had op het plein plaats in 1863, toen een
vreeselijke brand de Compania-kerk verwoestte, bij welke gelegenheid
meer dan duizend menschen, voor het meerendeel vrouwen, omkwamen. De
stad is meermalen door hevige branden geteisterd. Nog pas, op 27
Februari van dit jaar 1906, brandde de schouwburg van San Martin af,
waarbij ook eenige dooden vielen te betreuren en honderden gekwetst
werden.
Het nieuwe Congresgebouw, ook aan het plein, werd juist gebouwd,
toen de brand der Compania-kerk voorviel; toen het in 1875 voltooid
was, besloeg het mee de terreinen, die door den kerkbrand vrijgekomen
waren. Het is een der fraaiste openbare gebouwen van Zuid-Amerika. Ook
het Caso de Moneda, de Munt, maakt veel indruk, vooral door zijn
grootte; het bevat ook de gouvernementszalen voor den ministerraad. De
vele _patio's_ of binnenpleinen, tusschen de afzonderlijke gedeelten,
verminderen de strenge somberheid van het zware monumentale gebouw.
Rondom Santiago zijn allerlei aardige plaatsjes gelegen, die men per
tram of trein of omnibus bereiken kan. Apoquindo is allerliefelijkst
gelegen als in een nestje tusschen heuvels. San Bernardo is een
schilderachtig stadje te midden van weiden en dicht genoeg bij de
Cordillera's, om 't genot te hebben van den koelen bergwind. Ook
Santiago, dat bijna twee duizend voet boven het niveau der zee ligt,
kan zelfs midden in den zomer koel zijn, want de grootste bekoring
van Santiago is niet gelegen in de mooie huizen en de statige
openbare gebouwen, ook niet in de aangename omgeving, maar in de
onvergelijkelijke atmosfeer. Zoowel de winters als de zomers hebben een
prettige temperatuur, ondanks de dichte nabijheid van de Cordillera's,
die vele maanden van het jaar een zwaren mantel van sneeuw dragen en
welker hoogste toppen onder eeuwige sneeuw verscholen liggen.
Als een gulden lint omboordt Chili een groot deel van de kust
van Zuid-Amerika. Het is een verwonderlijk smal land, bijna drie
duizend mijlen lang en minder dan gemiddeld honderd mijlen breed. Uit
natuurkundig oogpunt biedt het de grootste verscheidenheid aan. In
't Noorden de groote, woeste salpeterdistricten, in Midden Chili
de prachtige, begroeide berghellingen met wijngaarden en heerlijke
oofttuinen, zonnige korenvelden, en in het Zuiden de woeste fjorden aan
de straat van Magellaens, met Vuurland en de verlaten eilandenwereld
er omheen.
Ook het klimaat van Chili biedt groote verschillen aan, niet enkel
doordien het zich over dertig breedtegraden uitstrekt, maar ook door
den invloed van de winden der Cordillera's en de zeestroomingen
van den Grooten Oceaan. In het Noorden wisselt de temperatuur het
geheele jaar door binnen een verschil van niet meer dan tien graden
Celsius. Er valt bijna geen regen ten noorden van 27° Z.B., en in de
woestijn bij Tarapaca is de laatste hevige regenval bijna honderd
jaar geleden. Door zwaren dauw wordt echter de grond er nu en dan
bevochtigd. De koude stroom van den Zuid-Pacifischen Oceaan oefent
in den zomer een verkwikkenden invloed uit op de temperatuur, zoodat
de hitte nooit buitengewoon groot is.
In Midden-Chili is het klimaat gematigd en heerlijk; men kan juist
even de vier jaargetijden onderscheiden, maar groote verschillen
merkt men niet. Het regent alleen een weinig in den winter, en sneeuw
valt zelden elders dan op de bergen. Zoowel aan de kust als in het
binnenland is het land zeer gezond.
In het Zuiden regent het in iedere maand en den grootsten tijd van
het jaar is de lucht bewolkt. Vooral geldt dit voor de streek rondom
Valdivia en Chiloe; in de Straat van Magellaens sneeuwt het veel in
den winter, die van Mei tot Augustus duurt.
Door de geheele lengte van het land strekken zich twee bergketenen
uit, het Andesgebergte en het Kustgebergte, met kortere transversale
ketenen daartusschen, zoodat als men het groote centrale dal volgt,
dat van het Noorden naar het Zuiden loopt, men dat in een aantal
kortere dalen gesplitst vindt, terwijl dwarsdalen van de Andes af de
zee bereiken. Het resultaat is een groote verscheidenheid van heuvels
en dalen.
De Atacama-woestijn in het Noorden is, hoe woest en verlaten ook,
niet zonder schilderachtigheid. De kale rotsen en de enkele afgelegen
bosschen omgeven de roodbruine vlakte, en in de nauwe kloven en dalen,
waar als-het-ware een lint van groen langs de rivieren ligt, treft
de frischheid door de tegenstelling met de omringende dorheid.
Slechts twee belangrijke rivieren vindt men in de provincie Tarapaca:
de Camarones en de Loa met hun zijtakken, en twee in de provincie
Atacama de Huasco en de Copiapo. Het landschap in de bergstreken van
Coquimbo is prachtig, en waar de rivieren de Coquimbo, de Limari en
de Choapa vloeien, treft men boomgaarden en schoone boerenhofsteden
aan. De vruchtbaarheid van deze provincie en de rijkdom aan mineralen
maken haar tot een kostbare schatkamer voor de republiek. De valleien
van de Huasco en de Elqui zijn beroemd om hun edele druiven, en een
groot aantal wijngaarden bedekken er de berghellingen. De provincie
Coquimbo heeft voor een deel den aard van het noordelijke gebied en
voor een ander deel dien van Centraal Chili, daar zij zoowel minerale
producten als landbouwvoortbrengselen oplevert. Het klimaat heeft er
sommige eigenaardigheden van de regenlooze streken, ofschoon met eenige
wijziging. Drie of vier dagen van regen nu en dan is het allermeeste,
wat er valt, en een gansche week van regen is iets ongehoords. Verder
naar het Zuiden, te beginnen in de provincie Aconcagua, zoo genoemd
naar den hoogsten top der Andesketen, beroemd geworden door de
beklimmingen van Sir Martin Conway, den heer Fitzgerald en den heer
Rankin, wordt de groote middenvallei breeder en zet zich voort over
de geheele lengte van Chili tot bij den Chiloë-archipel.
Sommige geologen meenen, dat de eilanden van den archipel van
Patagonië een voortzetting zijn van het kustgebergte, en dat de zee,
die ze scheidt van het vaste land, een ondergeloopen voortzetting
is van het centrale dal. Dat dal is nergens schooner dan bij zijn
begin. Het landschap is er boven alle beschrijving prachtig. In
deze provincie ligt het schilderachtige dal Llai-Llai, of "hevige
wind", zooals de indiaansche naam luidt, besproeid door de rivier de
Aconcagua, die langs den noordrand vloeit. Deze rivier, die op den
berg van denzelfden naam ontspringt, stroomt door een groot deel der
provincie. Het is een forsche stroom, snel vlietend door de hoogere
Cordillera's, waar hij bewonderd wordt door alle reizigers, die van
Argentinië naar Chili reizen over den Uspallata-pas.
De plantengroei is weelderig in de middenvallei, waar veel aan wijnbouw
wordt gedaan en waar men tallooze _hacienda's_ of landgoederen
vindt. Sommige daarvan hebben een groote uitgestrektheid; er wordt
aan veeteelt gedaan en men ziet er korenvelden en olijvengaarden, met
prachtige lanen van populieren er omheen. Rivieren en meren geven hier
afwisseling aan het landschap en zijn voor de vruchtbaarheid van den
grond van de grootste beteekenis. Het tegenwoordige besproeiingsstelsel
dateert al uit den spaanschen tijd, ja was reeds bij de Indianen in
gebruik vóór de verovering. De waarde van een farm wordt berekend
niet naar haar grootte, maar naar de hoeveelheid water, die voor
irrigatie dienen kan.
De rivier de Maipo besproeit de provincie Santiago en over haar
geheele lengte verschaft zij water aan vele der beste landerijen en
wijngaarden. De groote _hacienda's_ Puenta Alto, Santa Ines, Guindos,
Buin en Hospital worden door deze rivier besproeid, die bij de kleine
haven San Antonia de zee bereikt, even ten zuiden van Valparaiso. De
Mapocho, een zijtak van de Maipo, stroomt door Santiago, en is door
een aantal mooie bruggen overspannen.
Van de vrij groote meren in de Cordillera's is het Zwarte Meer of de
Laguna Negra het best bekend als de bron der Maipo en omdat het gezien
kan worden door de reizigers, die den Cumbrapas overgaan. Andere meren
zijn het Yeso-meer in de hoogere Cordillera's, en het Aculeo-meer
aan den voet der kustketen. Het laatste, zestien vierkante mijlen
groot, wordt druk bezocht, om de goede vischgelegenheid, die het
water aanbiedt, en om de rijke jachtterreinen in den omtrek.
Overal in die middenprovincies Santiago, O'Higgins, Colchagua, Curico,
Talca, Maule, Linares en Nuble wordt het landschap verfraaid door
heuvels, dikwijls met prachtige bosschen bedekt. Mooi is ook daar de
rivier, de Maule, de eenige, die over een vrij groote lengte bevaarbaar
is en den Stillen Oceaan bij de haven Constitucion bereikt. De streek,
waardoor zij loopt, is een tuin gelijk, en in den zomer is over de
geheele lengte van haar dal de oever bedekt met bloeiende boomen
en struiken. De monding van de Maule is beroemd om de rotsen en
klippen, die hooge zuilen en pilaren vormen, vreemd uitgesleten door
de werking van de winden en getijden. De _Piedras de las Ventana's_
of Vensterrotsen vertoonen de grilligste vormen, en de Iglesia of
Kathedraalrots, die op een mijl afstands van de overige staat, ziet
er uit als een kerk. Dit verrukkelijk plekje, waar een ruime grot
midden in de rots aan het schip der kerk doet denken, is een geliefd
oord voor zomeruitstapjes, en men kan het gemakkelijk per spoor of
stoomboot bereiken.
Behalve de rivier, de Maule, zijn er in deze buurt een aantal
dergelijke stroomen, als de Rupel met haar onstuimigen zijtak, de
Cachapoal, vloeiend door de streek der beroemde warme bronnen van
Cauquenes; de Mataquito en de Itata, samenkomend dichtbij de badplaats
Chillan. Geen land in Zuid-Amerika heeft beter gelegenheid voor
verbinding der rivieren door kanalen. De overvloed aan waterkracht,
die men met weinig moeite in gebruik zal kunnen stellen, belooft
het land een groote toekomst wat zijn industrie betreft. Er worden
reeds plannen gemaakt voor de exploitatie van de Laja-watervallen,
den Niagara van Chili, zooals men wel zegt. De val is in de provincie
Concepcion in een tak van de rivier de Bio Bio.
Die provincie Concepcion is de belangrijkste van Centraal Chili;
zij heeft een uitgebreiden handel en verscheiden goede zeehavens. De
grootste baaien van Chili, die van Talcahuano en van Arauco, behooren
er toe. De grond wordt er voldoende besproeid door de Bio Bio en
haar talrijke zijtakken. Ten noorden van het dal der rivier vindt
men uitstekende wijnbergen en in het Zuiden der provincie Concepcion
leveren de staatsbosschen goede inkomsten. De Bio Bio is bevaarbaar
tot 150 mijlen van haar monding; zij komt uit een der bergmeren van
het Andesgebergte en vloeit noordwestelijk, besproeit de provincies
Malleco en Concepcion op haar weg naar den Stillen Oceaan, en bereikt
dat einddoel bij de stad Concepcion. Daar is de rivier bijna twee
mijlen breed.
De stroom is behalve om zijn schilderachtige dalen en den weelderigen
plantengroei langs zijn oevers ook bekend uit historisch oogpunt,
namelijk als de scheidingslijn, die tijdens de verovering en in de
koloniale periode de zuidgrens aangaf van de spaansche bezittingen
in Chili en het begin van het territorium der Araucaniërs.
Aan de oevers der Bio werden groote gevechten geleverd tegen
de Indianen, en haar naam is verbonden met gebeurtenissen uit de
krijgsgeschiedenis vanaf den tijd, toen Pedro de Valdivia zijn dood
vond in een gevecht met de Indianen in de 16de eeuw, totdat er,
nog pas vijftig jaar geleden, een eind kwam aan den strijd tegen
de Araucaniërs.
Van Conception af zuidwaarts houden de natuurlijke rijkdommen van
het land op, zoo rijkelijk te vloeien, en de provincies Valdivia,
Llanquihue en Chiloë vormen den overgang naar het leven aan de
Magellaens-straat. De producten veranderen van aard, en in plaats van
het zachte klimaat, dat weinig verandert in de vier jaargetijden,
heerscht er een lagere gemiddelde temperatuur en worden de winters
langer. Nog vindt men er goede graanvelden en rijke veestapels,
terwijl de appelboomgaarden van Valdivia bewijzen, dat meer gehard
fruit er uitstekend groeit.
De houtopbrengst is in deze zuidelijke provinciën overvloedig, en het
landschap is bijzonder mooi, vooral door den rijkdom aan meren. Het
Lajameer ligt tusschen twee hooge bergen en in de buurt van den vulkaan
Antuco; het vormt de bron van de rivier de Laja met haar prachtigen
waterval. Veel vulkanen verrijzen langs de zuidelijke deelen der
westkust, ook werkzame, zooals die van Villa Rica. Jammer genoeg
zijn de heldere dagen, waarop men de schoonheid van het landschap
ten volle kan genieten, weinig in aantal.
Het eigenaardig kenmerk van de streek aan de straat van Magellaens
zijn de archipels, de tallooze eilandengroepen die men er vindt en
de hooge bergen. Op Vuurland en in een deel der kuststreken vindt men
natuurlijk weiden, voor schapenteelt geschikt. Over 't geheel vertoont
het land overeenkomst met de Schotsche hooglanden. Lange reeksen van
duinen strekken zich mijlen ver uit, omzoomd door de bosschen meer
binnenwaarts, waarachter de hoogere bergen oprijzen. Zeer weinig
stoombooten varen tegenwoordig langs de kust aan de binnenzij der
eilandengroepen, als zij de reis doen langs het chileensche Patagonië;
maar wie in de gelegenheid is geweest, dien tocht te maken, dien gaat
hij nooit uit de herinnering. De fjorden van Noorwegen doen in menig
opzicht in schoonheid onder voor het Smythkanaal.
Aan de oevers vindt men hier en daar sporen van indiaansche woningen,
maar het aantal Indianen vermindert er van jaar tot jaar. De Indiaan
uit deze streken draagt niet anders dan het vel van den guanaco of van
den otter als kleeding, en hij staat gemakkelijk een kleedingstuk af in
ruil van een mes of eenig wapen. Otters zijn er veel bij Vuurland en
in de Magellaensstraat; de vellen vormen een hoofdbron van inkomsten
voor de streek. Weinig vogels ziet men er; nog 't meest den albatros
en de rotsduif.
De flora en fauna zijn overigens in de drie deelen van Chili zeer
verschillend. De woestijnen van het Noorden vertoonen weinig
plantenleven; alleen in de oasen sieren prachtige bloemen het
landschap. Het centrale gedeelte heeft een rijke flora; op de helling
der Andesketen groeien fuchsia's in grooten overvloed in het wild,
zooals men ze in de bosschen van Midden-Chili overal vindt. Over
't geheel is de dierenwereld niet sterk vertegenwoordigd; de
opmerkelijkste vogel is wel de condor van het Andesgebergte, symbool
van macht, en als zoodanig in 't chileensche wapen opgenomen.
Onder de groote handelssteden van Zuid-Amerika kan Chili bogen op 't
bezit van Valparaiso, de belangrijkste zeehaven aan de westkust. Van
zee uit gezien, lijkt de stad een groot amphitheater; zij is gebouwd
op de helling van een berg, die het smalle strand in een kring
omgeeft. Diepe kloven verdeelen den berg in afzonderlijke heuvels of
_cerro's_, en hier en daar dringen de hoogten zoo dicht naar de zee,
dat er bijna geen ruimte overblijft voor een landingsplaats. Men heeft
daarom een groot, kunstmatig strand, een breed _embankment_ aangelegd,
waardoor de weg langs de baai verbreed wordt, en dat tevens bij ruw
weêr de kracht der zware zeeën breekt.
Evenwijdig met het strand loopen de hoofdstraten in de lengte door de
stad, talrijker, waar de _cerro's_ nog al wat ruimte laten, weinig in
aantal, waar de heuvels dicht naar de zee dringen en nauwelijks plaats
bieden voor de tram, die Valparaiso met zijn voorstad Vina del Mar
verbindt. Kabelspoorwegen brengen de gemeenschap tot stand tusschen de
benedenstad met de _cerro's_, waar een groot deel der bevolking woont.
De naam Valparaiso beteekent Paradijsdal, hij moet echter uit een ver
achter ons gelegen verleden afkomstig zijn, want eigenlijk past hij
niet bij de drukke metropolis van thans, met haar haven vol schepen
uit alle landen en haar straten, waar zich handelslui van elke
nationaliteit verdringen. Toch is het een zeer liefelijke stad, zeer
gezond en met de aangenaamste vormen van 't maatschappelijk leven. De
koele zeewind maakt het verblijf er 't heele jaar door prettig.
De stormen, die in de baai woeden, kunnen soms groote schade in
Valparaiso aanrichten en maken belangrijke havenwerken noodig, die
voortdurend verbeterd en uitgebreid worden en waarvoor ons land zijn
minister Kraus, den kundigen ingenieur, voor eenige maanden afstaat
aan de chileensche regeering. Zijne Excellentie, die op den 3den
Maart jl. ons land verliet, zal den President van advies dienen bij
de gunning van de werken voor de haven, door hem in 1901 ontworpen. In
1890 had de heer Kraus de benoeming tot hoogleeraar aan de technische
hoogeschool te Santiago aangenomen. Ook aan den bouw van een droogdok
in de hoofdstad en aan den aanleg der havenwerken van Talcahuano had
hij als ontwerper een groot aandeel.
In den zomer, dat is van Januari tot Maart wordt de zetel van het
bestuur van Santiago naar Valparaiso overgebracht; de president en de
ministers houden dan verblijf in Vina del Mar, terwijl hun officiëele
hoofdkwartieren zich bevinden in de havenwijk van Valparaiso,
waar men veel openbare gebouwen aantreft en die nu tevens de drukke
handelswijk is, nu bij de uitbreiding der bevolking ook op de _cerro's_
woonhuizen zijn gebouwd en dikwijls de allerfraaiste en rijkste. Op
den Cerro Concepcion en den Cerro Alegre vindt men prachtige huizen
en allerliefste châlets, die schilderachtig tusschen boomen en bloemen
gelegen zijn. Een vijf minuten rijdens met de spoor, en men is van de
benedenstad op de hoogten gekomen, terwijl men op den rit een steeds
mooier wordend uitzicht op de haven geniet en op de geheele baai,
die met haar vele schepen een prachtig panorama oplevert.
De gezelschappen zijn in Valparaiso echt kosmopolitisch en opmerkelijk
is het, hoe de vreemdelingen zich met de stad en hare instellingen
vereenzelvigd hebben, hoe zij in hun belangen opgaan. Als er
weldadigheid moet worden beoefend, als kerkelijk werk hulp en zorg
vereischt, bij nationale feesten en gedenkdagen, altijd zijn alle
nationaliteiten erbij betrokken en algemeene sympathie verlicht en
veraangenaamt de samenwerking.
De stad was een der eerste steden van Zuid-Amerika, die een uitstekende
waterleiding bezaten; de dam, gebouwd in de hooggelegen heuvelstreek
ten behoeve der watervoorziening van Valparaiso, dateert al van
1849. Onlangs is weer een groot réservoir voor regenwater te Penuelas
gebouwd, omstreeks op tien mijlen afstands, en ter hoogte van duizend
voet boven het niveau der zee. Honderd millioen tonnen water worden op
die wijze verzameld, genoeg om de stad voor drie jaar te voorzien,
als 't noodig is. De kosten van deze onderneming bedroegen zes
millioen dollars.
Valparaiso is allen anderen steden in Zuid-Amerika voorgegaan in
't gebruik der nieuwe vindingen, die het leven vergemakkelijken en
veraangenamen. Het was de eerste spaansch-amerikaansche stad, die
telegraaflijnen aanlegde en gas gebruikte in 1856; de eerste, die
drijvende dokken had voor het repareeren van schepen in 1860. Hier
verschenen de eerste trams in de straten, en de onderhandelingen
over den aanleg van den eersten Zuid-Amerikaanschen spoorweg
begonnen in deze stad meer dan een halve eeuw geleden. De naam
van een Noord-Amerikaan, William Wheelwright, is verbonden aan de
inwijding dier lijn van Caldera naar Copiapo. Dezelfde ondernemende
Amerikaan organizeerde in 1840 de _Pacific Steam Navigation Company_,
en aan zijn initiatief is Chili veel verplicht voor de ontwikkeling
der steenkolenexploitatie, want de eerste nationale steenkool werd
door hem gebruikt op de stoombooten van die lijn.
Door Wheelwright's bemiddeling werden de eerste stappen gedaan voor den
aanleg van een spoorweg, die Buenos Aires zou verbinden met Valparaiso
dwars over de Andes, een werk, dat nu voltooid is op een kort eind na
van den trans-andischen spoorweg, waar deze over den bergpas gaat. De
concessie voor de voltooiing van de Trans-andeslijn is verleend aan
een new-yorksche firma, die aan de westkust van Zuid-Amerika groote
belangen heeft. Oorspronkelijk, en wel sinds 1881, was de firma te
Valparaiso gevestigd met vertakkingen in Santiago, Concepcion en
Iquique. De naam van den onlangs overleden stichter, Mr. W.R. Grace,
zal altijd in Chili in dankbare herinnering blijven als die van een
der pioniers van den buitenlandschen handel van Zuid-Amerika aan
de kust der Stille Zuidzee. In de toekomst der republieken van de
westkust stelde de heer Grace het volste vertrouwen.
De vreemdeling, die engelsche namen ziet op de uithangborden der
meeste winkels in Valparaiso, komt op het idee, dat de handelsstand
in deze stad bijna geheel uit vreemdelingen bestaat. Maar als hij
zich meer met de menschen vertrouwd heeft gemaakt, bespeurt hij,
dat zelfs in die inrichtingen, die een onmiskenbaar buitenlandsch
karakter dragen, de plaatselijke chefs gewoonlijk Chilenen van
geboorte zijn, of menschen, die zoo lang in Chili hebben gewoond,
dat zij hun aangenomen vaderland geheel als het hunne beschouwen.
Een halve eeuw geleden, toen de meeste van de nu bloeiende
handelshuizen pas begonnen, waren de toestanden zeer verschillend van
wat ze nu zijn. De herinneringen van kooplieden uit dien tijd zijn
dikwijls onderhoudend, om aan te hooren. Een van die pioniers, wijlen
Stephen Williamson, die in 1903 stierf, en die vijftig jaren lang hoofd
was van de firma Williamson, Balfour en Co., wist alles, wat samenhing
met de geschiedenis van de kustvaart langs den Stillen Oceaan.
"In de vijftig jaren," zei hij eens, toen hij zich op verzoek van
zijn vrienden in herinneringen verdiepte, "zonden wij tarwemeel van
Constitucion naar Australië, en als onze schepen terugkeerden, brachten
ze betaling in goudstof en muntspecie," De heer Williamson woonde in
Chili, toen groote fortuinen plotseling met de exploitatie der mijnen
werden gemaakt, en zijn schepen brachten menigen armen drommel naar
Copiapo en Iquique, die er in weinige jaren rijk werd. Kolonel North,
de nitraatkoning, had de gelegenheid, waardoor hij zijn grooten
rijkdom verwierf, te danken aan een vrijkaartje voor een reis met
een van Mr. Williamson's schepen. Jaren daarna, toen kolonel North
millionnair was geworden door zijn welgeslaagde ondernemingen in de
Tarapacamijnen, bezocht hij zijn weldoener, om hem nog eens te danken
voor die indertijd bewezen gunst.
Het groote aantal Engelschen onder de rijke kooplieden is oorzaak,
dat er te Valparaiso zeer veel Engelsch wordt gesproken. Het komt maar
zelden voor, dat iemand in een gezelschap die taal niet verstaat. In
alle scholen wordt Engelsch onderwezen, en er zijn buiten de spaansche
een aantal geheel engelsche scholen.
Elke nationaliteit is intusschen vertegenwoordigd in de clubs
van Valparaiso, Engelschen, Duitschers, Franschen, Spanjaarden en
Italianen. Vooral de politieke clubs zijn zeer werkzaam, en in den
tijd der verkiezingen is aller belangstelling levendig. Dan is er
geen dorp, zoo klein of onbeduidend, of het heeft zijn politieke
vereeniging. Vrouwenclubs heeft Chili ook, maar in het politiek
tournooi spelen de chileensche vrouwen nog slechts een onbeduidende
rol. In den salon en in de arbeiderswoning dringen nog slechts
weinig vrouwen op gelijkheid van rechten met den man aan. Zij zeggen
waarschijnlijk, dat ze liever de meerderen willen blijven, dat ze er
niets tegen hebben de _superior sex_ te zijn.
Valparaiso heeft een groote beurs, zeven nationale banken en drie
buitenlandsche. De stad is het handelsmiddenpunt van Chili en staat
door een netwerk van telegraaflijnen, particuliere en door den
staat geëxploiteerde, met alle steden van Chili in gemeenschap. De
verbazend drukke zaken tusschen Valparaiso en Santiago hebben
verscheiden particuliere telefoonlijnen in 't leven geroepen, daar
alle groote huizen van Valparaiso afdeelingen hebben in Santiago en
vice versa. Onderzeesche kabels verbinden de stad met de geheele
wereld. De verschillende stoomvaartmaatschappijen, die de steden
van Zuid-Amerika's westkust aandoen, hebben hun hoofdkwartieren
in Valparaiso. Als het Panamakanaal eens gereed zal wezen, hoopt
men op nog snelleren vooruitgang voor den handel der westkust van
Zuid-Amerika, al zijn er pessimisten, die zich de verliezen door
den achteruitgang van 't verkeer om Kaap Hoorn als vrij ernstig
voorstellen.
Als de warme zomerzon het plaveisel van de stad gloeiend maakt, en
in de mooie parken de boomen en bloemen onder een stoflaag rusten,
verlaten de welvarende Chilenen de stad, om aan het strand of in
de bergen verkwikking te zoeken. Chili heeft zijn Trouville in het
schilderachtig stadje Vina del Mar. Ofschoon het zoo ver verwijderd is
van de fashionable centra van West-Europa, weerkaatst het badplaatsje
toch de laatste modes in kleeding en gebruiken even trouw als welke
europeesche badplaats ook.
De dames zijn keurig gekleed, en dikwijls in parijsche toiletten, voor
het Vina del Mar-seizoen besteld. Men geniet in de mooie omgeving,
waar groene guirlanden zich slingeren om kleine, groene huisjes en om
de stammen van de boomen in de schaduwrijke straten. De lanen hebben
druk bebloemde randen en aan het strand der zee worden de rotsen
beschuimd en bespat, tot ze fonkelen in een glorie van diamanten. De
kleuren van den regenboog zijn 's avonds alle weer te vinden in 't
gordijn van 't Westen, waar de zon zich achter ter ruste begeeft;
in één woord Vina del Mar is een gezegend plekje gronds.
Het ligt op slechts vijf mijlen afstands van Valparaiso, op het punt
waar de baai, zich verwijdend, overgaat in den Oceaan, zoodat het
gedeeltelijk beschut is voor de open zee en toch het volle genot heeft
van den zeewind. 't Riviertje, de Quilpué, op welks zuidelijken oever
Vina del Mar ligt, bereikt er de zee, terwijl de lage bergen er, in
een halven kring geschaard, op neerzien. De straten loopen evenwijdig
aan het riviertje en worden verfraaid door veel boomen; een plein
vormt het midden van de stad, en eigenaardig genoeg verrijst aan dat
plein niet alleen een kerk, maar staat er ook het spoorwegstation
met een promenade ervoor langs. Het is de gewoonte in Vina del Mar,
zoowel als aan de meeste spoorwegstations van Midden-Chili, dat de
jongelui een half uur vóór de aankomst der avondtreinen aan 't station
samenkomen en op het perron heen en weer wandelen. Heele gezinnen
nemen dikwijls aan die wandelingen deel, en er zijn evenveel ouden
van dagen als jongen bij de groepen, die er slenteren en pratend en
lachend zich amuseeren. Als de trein binnenkomt, wordt het tooneel
met welkomstgroeten en afscheidswoorden nog verlevendigd. In kleine
stadjes heeft dat stationsbezoek bepaald een sociale beteekenis;
de mooiste japonnen worden vertoond en de gezelligheid, ook de
babbelzucht, viert er hoogtij.