Wel, zoudt gij bij machte zijn om Cremer's lief heldinnetje de kunst
van "kruuzemunt"-zoeken na te doen? Ik durf bijna zeggen: men kan het
met den neus gaan zoeken; evenals thijm, hondsdraf, en al dergelijke
kleine paarse lipbloemen, die zoo rijk zijn aan geurige vluchtige olie,
dat men de blaadjes slechts hoeft aan te raken om ze te herkennen. Wat
hun groei aangaat, heeft men slechts aan een doovenetel te denken...
"Al die Munt en al dat Penningkruid langs de publieke wegen," zei
laatst iemand op een wandeling, "is maar een bespotting van den armen
drommel, die er langs loopt, zonder een cent in zijn zak."--"Ja,
als je daaraan wilt beginnen," hervatte een ander: de Sleutelbloem
past op geen enkel slot; en wie den Helm voor hoofddeksel wou
gebruiken, zou al een heel raar fatsoen van hoofd moeten hebben."--De
aardigheid was aanstekelijk, en de voorbeelden liggen slechts voor
het oprapen. "Aan het Vuurkruid", viel een derde in, "kunt ge niet
ééns een sigaar aansteken: waarvoor dient zoo'n ding dan?"--"Onder
al de Violen en Vioolachtigen is er geen enkele, waarop men, al was
't ook maar het minste deuntje van Offenbach zou kunnen spelen."--"De
meeste Paddestoelen zijn al heel onpraktische zitplaatsen, zelfs voor
een pad."--"De kammetjes van 't Kamgras kunnen nooit een kapper van
nut zijn; en het zou mij zeer verwonderen, als Salomo, in zijn tijd,
niet heel wat anders dan een Convallaria als Zegel gebruikt had."--"Al
die Slangenkoppen en die Addertongen, waarvan het, naar men zegt,
in de duinpannen wemelt, zouden iemand voor goed den schrik van een
duinwandeling geven..."--"Is waar, 't is wel wat erg; en als gij
ooit, in welken restaurant ook, vermoeid en hongerig, een broodje
met Ossentong bestelt, en de knecht u met een ruwbladerig plantje aan
komt dragen, dan ken ik u volkomen het recht toe, om hem een uil of
een brutalen spotvogel te noemen!"
Het wemelt langs den weg van dergelijke onmogelijke namen. Wat
dunkt u wel van: Wambuisknoopen, Venushaar, Grilkijkers,
Donderbaard, Grijzekam, Jezusgras, Platvoet, Ratelaars, Lamsooren,
en Herderstasch? Van dit laatste zou men ook gerust kunnen vragen,
waarvoor het zooveel taschjes noodig heeft, of kunnen glimlachen
over den idyllischen geest, die zulke kleine zaadhokjes bij
herdersbeursjes vergeleken heeft, groot genoeg om den bruidschat
van de eene of andere Philis te bergen!--Soms is er aan die wilde
planten een legende verbonden, en dan heeten zij naar den eenen
of anderen heilige; soms ook is hun naam louter onzin, zooals bij
voorbeeld die van "kamperfoelie", blijkbaar verbasterd van het fransche
"chêvre-feuille"! Soms weer zijn zij zeer teekenachtig, zooals die van
"duivelsgaren" voor verschillende zeer lastige slingerplanten.--Doch
hetzij hun zin dichtbij of veraf zij te zoeken, en hetzij wij ze
mooi mogen vinden of leelijk, ik hoor ze in het dagelijksch leven
altijd veel liever dan de daarmee overeenkomende latijnschen. Als de
bedoeling van de tegenwoordige natuurwetenschappelijke beweging niet
zoozeer is om meer geleerden te vormen, als wel om in alle menschen
meer oog en hart voor de hen omringende natuur te ontwikkelen, dan
moet op de populaire wetenschap ook niet door latijnsche terminologie
een te "geleerde" stempel worden gedrukt. En indien een groot aantal
plantensoorten geen eigenlijke volksnamen hebben, omdat tot nog toe
het "volk" ze, als van geen bijzonder praktisch belang, onopgemerkt
voorbijging, dan is het, dunkt mij, nog zoo onmogelijk niet, ze een
volksnaam te bezorgen, nu de kern van het volk er door botanisch
onderwijs opmerkzaam op gemaakt wordt. Onze taal is toch niet dood,
verstijfd, voor verdere uitbreiding en ontwikkeling onvatbaar! Indien
de wetenschappelijke gezichteinder der natie zich aan de eene of
andere zijde verruimt, moet zij--de taal--dan niet meegaan en zich
voegen? Dat uitheemsche, nog sinds kort ingevoerde gewassen bij hun
latijnschen naam plegen genoemd te worden, is geheel iets anders;
de hier in het wild groeienden dienen er een eigen, nederlandschen
op na te houden. Zijt gij gewoon om eenige notitie te nemen van het
levende tapijtje voor uw voeten? Wij spraken van Herderstasch. Ziet
eens of het er nog juist zoo uitziet als toen de oude Dodonaeus het
voor ruim twee eeuwen in zijn naieven eenvoud aldus uitteekende,
en daarmee aan de eene zijde fijnheid van zijn eigen blik, en aan de
andere de oppervlakkigheid der wetenschap zijner dagen karakteriseerde:
"Teskens- oft Borsekens-cruydt gheeft in 't eerste uyt syne wortel
sommighe langhworpighe bladeren, rondsomme diep gekerft,--langhs der
aerden verspreydt; daer nae krijghet dunne; somtijds veelachtighe
recht op staende steelkens, in andere zijd-steelkens dickwijls
verdeyldt, met dierghelijcke, maer kleynder bladeren beset; op het
top van dewelcke kleyne witte bloemkens voordtkomen, gheschicktelijck
gevoeght: als die vergaen sijn, komen daeraen kleyne, platte, kantighe
hauwkens, bij haer steelken oft aen haer oorspronck wat smaller en
wat meer ineenghedrongen dan nae bovenwaerts, waer zij breeder zijn,
kleyne borsekens oft teskens eenighsins ghelyckende, nae de welcke
dit cruydt synen naem voert. In de teskens steeckt het saet.(!) De
wortel is langhachtigh, wit, met sommighe veselinghen.--Het groeyt,
bloeyt, ende maekt syn saet ryp den geheelen somer door."
Dit laatste kan men waarlijk niet van alle wilde planten zeggen. De
voorjaarsbloemen hebben afgedaan. De boterbloemen zijn verdwenen
en de gouwe, met een aantal gele, roode, blauwe tijdgenooten; maar
de ganzerikken zijn gebleven; en de wilde peen; en de kamille;
en de brunelle is gekomen en het mooie roode duizendguldenkruid;
en de basterdwederikken steken nog hare fraaie kroontjes op in
open plaatsen tusschen het hakhout; en hoe meer men er op let, hoe
meer verscheidenheid zich voordoet. Zoo er thans witte spikkels
in de weide glinsteren, dan zijn 't, in plaats van madeliefjes,
witte klaverkopjes. De ruil is nog zoo slecht niet; hun zachte geur
vergoedt meteen het reukgras, dat zich niet meer vertoont. Plukt er een
handvol van, ten blijke dat gij vollen vrede hebt met de verandering:
misschien vindt gij dan tegelijk een klavertje-van-vieren, en gij
weet,.... dat brengt geluk aan!