Koning Hendrik de Zesde.
Humfried, Hertog van Gloster, zijn oom.
Kardinaal Beaufort, Bisschop van Winchester, oudoom des Konings.
Richard Plantagenet, Hertog van York.
Edward en Richard, zijn zonen.
De Hertogen van Somerset, van Suffolk, van Buckingham, Lord
Clifford en de jonge Clifford, zijn zoon, aanhangers des Konings.
De Graven van Salisbury en van Warwick, aanhangers van York.
Lord Scales, Commandant van den Tower.
Lord Say, Sir Humfried Stafford en zijn broeder William.
Sir John Stanley.—Vaux.
Walter Whitmore, een Zeekapitein, de Stuurman en de Onderstuurman,
Zeeroovers.
Twee Edellieden, Suffolk’s medegevangenen.
John Hume en John Southwell, Priesters.
Bolingbroke, een Geestenbezweerder.
Een Geest, door Bolingbroke bezworen.
Thomas Horner, een Wapensmid, en Peter, zijn Knecht.
Emanuël, de klerk van Chatham.
De Schout van Sint Albaan.
Simpcox, een Bedrieger.
Twee Moordenaars.
Jack Cade.
George Bevis, John Holland, Dick de Slager, Smith de Wever en
Michaël, aanhangers van Cade.
Alexander Iden, een Edelman uit Kent.
Margaretha, Koning Hendriks Gemalin.
Eleonore, Hertogin van Gloster.
Gretha Jordaan, een Heks.
De Vrouw van Simpcox.
Edellieden, Edelvrouwen en Gevolg. Een Heraut, Smeekelingen.
Aldermannen. Een Sheriff en zijn Beambten. Burgers. Gezellen.
Valkeniers. Wachten. Soldaten. Boden, enz.
Het Tooneel is afwisselend in verschillende streken van Engeland.