AANTEEKENINGEN

[1] _Rituale Romanum_ van 1614, De S. Oleis et aliis requisitis. Reeds

was al in den _Catechismus Romanus_, op last van het Concilie van

Trente in 1566 uitgegeven, diezelfde wensch uitgesproken.

[2] Van deze twee lijstjes is mij als oudste uitgaaf die bekend welke

gedrukt en aangehangen werd bij een _Rituale Romanum, contractum et

abbreviatum_. Antverpiae, et prostant Amstelodami apud Philippum van

Eyck 1657. De eigenlijke Titels luiden: _Nomina propria Hollandorum_

accommodata Nominibus Sanctorum, qui in Ecclesia celebrantur:

adjunctis plerumque eorundem Festis; en _Nomina propria Frisica_

Sanctorum nominibus applicata.

Eene kleinere lijst vindt men achter _Rosweydus' Generale legende

der Heylighen_ van 1665.

[3] Dl. 142, Aug., Sept. en Oct, 1912. Dl. 143, Mei 1913.

[4] Aldus in de _Dictionn. des antiq. Chrét._ par l'abbé

_Martigny_. Paris 1865, p. 445-53.

Wat hier zeer beknopt wordt vermeld kan men zeer degelijk en uitvoerig

behandeld vinden door _F. X. Kraus_ in zijn _Real-encyklopädie der

Christl. Alterthümer_, II, S. 467-82, alsmede door C. A. _Kneller_

S.J. in de _Stimmen aus Maria-Laach_ 62. B. (1902). S. 171-82 en

272-86. Beide opstellen zijn rijkelijk voorzien van aanhalingen uit

de Vaders, en schrijvers over de oud-christelijke monumenten.

Zeer lezenswaardig is ook nog het opstel van pastoor _Fröhling_: Die

Namengebung bei der Taufe und Firmung, insbesondere die christlichen

Taufnamen, in _Der katholische Seelsorger_, XXe jaargang (1908)

S. 69-78.

[5] _De Katholiek_; meer bijzonder Dl. 143, Mei 1913, blz. 342-59.

[6] Voor Zuid-Nederlandsche namen vond ik opgaven in een opstel onder

den titel van _Nederlandsche Voornamen_, verschenen in _Serrure's

Vaderl. Museum_ v. Ned. Letterk. enz. Gent 1855, Dl. I, blz. 206-14,

en Dl. III, blz. 221-23. Deze lijst werd nog eens herdrukt in het

_Jaarboek der Kon. Vlaamsche Academie_ van 1901, blz. 33-54.

[7] _De Nederl. Geslachtsnamen in oorsprong, geschiedenis en beteekenis

door Johan Winkler_, Haarlem 1885, blz. 2-3. Ik dank aan dezen geleerde

ook nog menigen wenk, dien ik mondeling mocht ontvangen.

Ook Prof. _J. Verdam_ in _De geschiedenis der Nederlandsche taal_,

Leeuwarden 1890, blz. 129-33. en Dr. _G. J. Boekenoogen_ in zijn

opstel _Onze Voornamen_ (_De Gids_, 54e jaarg. 1890, IIIe Deel)

geven over de Germaansche voornamen veel wetenswaardigs te lezen.

[8] Förstemann Sp. 642.

[9] _De Nederl. Geslachtsnamen_ door Winkler, I blz. 22.

[10] _Winkler_, _Fr. Naamlijst_, blz. IX.

[11] Voor zoover die in den _Index alphabeticus_ van het laatste deel

der Bollandisten, doch dikwijls slechts bij benadering, opgegeven

zijn. Het was mij niet doenlijk telkens de afzonderlijke Levens in

de verschillende deelen op te slaan.

[12] _Die Deutschen Familiennamen_, geschichtlich, geographisch,

sprachlich, von Prof. _Albert Heintze_, Halle, 1908. S. 18.

[13] Men weet dat deze _n_ geen teeken is van meervoud, maar van

tweeden naamval.

[14] Maar daarom behoort men ook, als de Latijnsche vorm gebruikt

wordt, zich te houden aan de schrijfwijze onzer ritueele boeken en

van de vulgaat-uitgave des Bijbels, en te schrijven: Joannes niet

Jo_h_annes, Antonius niet Ant_h_onius, Henricus niet Henri_k_us, en

vooral niet Hen_d_ri_k_us of Hen_de_ri_k_us, noch ook Frederi_k_us enz.

[15] Enkele voorbeelden ervan heb ik te pronk gesteld in

_De Katholiek_ van October 1912, blz. 279. Hier moge nog

een tweetal volgen dat ik later aantrof. Vooreerst: Pascal

S.--Martinus--Jan--Nora--Elise--Jeanne--Truce--Bernard--Hélène--Cato.

Het andere: Jo v. d.

D.--Theo--Ferdi--Marie--Annie--Betsie--Tilly--Phonsa--Treesje--Gerard--Liesje--H

enriette

[16] _Winkler_: _Friesche Naamlijst_. Inleiding bl. VII.

[17] Verg. _De Katholiek_ Dl. 101, 1892, blz. 234. Uit de Voorrede

der _Nomina propria Hollandorum_ door P. S. L. "Cum non sit finis

nomina frangendi, mutilandi et mutandi, quod quique faciunt pro

libitu. Et quod infantes balbutiendo formant, nutrices repetunt,

et tandem omnes assuescunt."

[18] _De Katholiek_ van Oct. 1912, blz. 283.

[19] _Handboek der Nederl. taal_ d. Dr. _Jac. van Ginneken_

S.J. Nijmegen, 1913. I, blz. 65.

[20] _De Tijd_ van 19 Mei 1911.

[21] De klemtoon op _A_ niet op _de_.

[22] Hoofdstam ontbreekt bij Förstemann.

[23] Hoofdstam ontbreekt bij Förstemann.

[24] Nadruk op Lam- niet op -bert.

[25] Met uitspraak in drie lettergrepen; anders is het de Fransche

naam.

[26] Deze naam schijnt in onze dagen (advert. v. 9 Oct. 1912) verfraaid

te zijn tot Orentia, naar mannelijke Heiligen, die als Orentius,

bij de Boll. voorkomen op 24 Juni en 10 Aug. Orentia is echter als

Heilige niet bekend.

[27] Pooltis, bewijst evenals de naam Pooltjesbuurt te Delft, dat men

vroeger altijd, gelijk het behoort, S. Hippólytus heeft uitgesproken

en niet Hippolýtus met nadruk op ly.

[28] Nadruk op _Re_ niet op _gi_.

[29] Deze laatste twee vormen berusten eigenlijk op verkeerd begrip,

wijl de oorspronkelijke naam uit de lettergrepen _Ric_ en _hard_

bestaat.

[30] De letters _Tsj._ zijn te beschouwen als de _ch_ in het Engelsche

woord church (kerk) en alzoo gelijk te stellen met _k_ en _g_.

Nederlandsche Doopnamen: Naar Oorsprong en Gebruik · 第 11 / 11 题