I.

Met het doel om een gewichtige aangelegenheid te onderzoeken had

Alexei Alexandrowitsch besloten naar een verwijderd gouvernement te

reizen. Op zijn doorreis daarheen bleef hij drie dagen in Moskou. Den

tweeden dag bracht hij den gouverneur-generaal zijn bezoek.

Op een hoek van de straat, waar de equipages en droschken

waren opgestuwd en hij dus langzamer moest rijden, hoorde Alexei

Alexandrowitsch zich plotseling door een luide, vroolijke stem bij zijn

naam roepen, zoodat hij in die richting moest uitzien. Op den hoek van

het trottoir stond Stipan Arkadiewitsch in een korten modernen paletot,

een kleinen scheefstaanden hoed op, met zijn witte, blinkende tanden

tusschen de roode, tot lachen geopende lippen; hij stond daar vroolijk,

jeugdig en schitterend en zijn roepen klonk zoo dringend en hardnekkig,

dat Karenin wel moest ophouden. Hij hield met eene hand den greep der

trede van zijn rijtuig vast, uit welks venster een dameshoofd in een

zijden hoed en twee kinderhoofdjes gluurden en wenkte lachend met de

andere zijn zwager toe. Ook de dame lachte vriendelijk en wenkte met

de hand Alexei Alexandrowitsch toe. Het was Dolly met haar kinderen.

Alexei Alexandrowitsch wilde eigenlijk geen zijner bekenden in Moskou

opzoeken en het minst den broeder zijner vrouw. Hij nam den hoed af

en wilde verder rijden, maar Stipan Arkadiewitsch beval den koetsier

stil te houden en ijlde door de sneeuw der straat naar hem toe.

"Nu, maar dat is niet zoo als het behoort, ons volstrekt geen bericht

te geven! En gisteren nog was ik bij Dusseau en lees aan de tafel den

naam van 'Karenin,' maar ik vermoedde niet, dat gij dat zijn kondt;

anders had ik je opgezocht. Hoe verheugt het mij je te zien!" en

Stipan legde den eenen voet over den anderen om de sneeuw er af te

schudden: "Waarlijk, het is te erg, ons in het geheel geen bericht

te zenden!" herhaalde hij en opende het portier.

"Ik ben om zaken hier--ik kon niet," antwoordde Karenin op koelen toon.

"Kom een oogenblik bij mijn vrouw: zij zal u gaarne zien."

Alexei Alexandrowitsch haalde zijn voeten uit den plaid en begaf zich

met Stipan door de sneeuw naar Dolly.

"Wat is dat, Alexei Alexandrowitsch? Waarom gaat gij ons zoo

voorbij?" vroeg Dolly lachend.

"Ik was zeer door ambtszaken gebonden. Ik verheug me zeer u te

zien. Hoe gaat het u?"

"Nu, hoe gaat het onze lieve Anna?"

Karenin mompelde iets onverstaanbaars en wilde heengaan, maar Stipan

hield hem terug en zeide:

"Dolly, vraag hem morgen te dineeren; wij zullen ook Kosnischew

en Peszow vragen om hem met de keur der Moskousche vernuften op

te wachten."

"Derhalve smeek ik je te komen," zeide Dolly; "wij zullen je tusschen

vijf en zes uur verwachten. Hoe gaat het de lieve Anna? Het is reeds

zoo lang geleden...."

"Zij vaart wel," mompelde Alexei Karenin met gefronst voorhoofd. "Het

is mij aangenaam geweest u te zien!" En hij keerde naar zijn rijtuig

terug.

"Dus kom je morgen?" riep Dolly hem na.

Hij antwoordde iets, wat Dolly echter wegens het geraas der rijtuigen

niet verstond.

"Ik kom morgen nog bij je," riep ook Stipan hem na.

Karenin zette zich weer in zijn rijtuig en leunde zoover mogelijk

achterover om niemand te zien en door niemand herkend te worden.

"Een zonderling!" zeide Stipan tot zijn vrouw, en nadat hij op het

horloge gezien had, maakte hij tegen zijn vrouw en de kinderen een

vriendelijke handbeweging en verwijderde zich vroolijk op het trottoir.

"Stiwa! Stiwa!" riep Dolly blozend.

Hij keerde zich om.

"Ik moet voor Grischa en Tania paletots koopen! geef mij toch wat

geld."

"Niet noodig! zeg maar, dat ik het betalen zal!" En hij verdween,

nadat hij vroolijk een kennis had toegeknikt.

Anna Karenina(#13214) · 第 86 / 196 题