Het bal was juist begonnen, toen Kitty met haar moeder de treden
van de breede trap besteeg, die met zeldzame gewassen en gepoederde
lakeien in roode rokken bezet en met licht overgoten was. Uit de zalen
klonk hen een gelijkmatig gegons als van een bijenzwerm te gemoet,
en terwijl zij in de kleedkamer, tusschen de hooge potgewassen, voor
den spiegel haar kapsel en kleeding in orde brachten, ruischten de
eerste tonen van het orkest voor den eersten wals. Een oud heer in
burgerkleeding, die voor een anderen spiegel de aschgrauwe haren aan
zijn slapen gladstreek en een wolk van heerlijke geuren om zich heen
verspreidde, trad ter zijde om haar den weg vrij te laten en zag vol
bewondering tot de hem blijkbaar onbekende Kitty op. Een jongeling,
zonder baard, met buitengewoon laag uitgesneden vest, een van die,
welke de oude vorst Tscherbatzky melkmuilen noemde, maakte een buiging,
ging voorbij, maar keerde terstond weer om en engageerde Kitty voor
een quadrille. De eerste quadrille was reeds aan Wronsky beloofd, dus
werd de tweede gegeven. Een officier stond aan de deur en bewonderde,
terwijl hij zijn handschoenen toeknoopte, de rooskleurige Kitty.
Hoewel kapsel en toilet en alle voorbereidselen voor het bal Kitty
veel moeite en hoofdbrekens hadden veroorzaakt, trad zij nu, in het met
kunst en smaak vervaardigde tullen kleed op rooskleurigen ondergrond,
zoo natuurlijk en vrij op, alsof al die strikken, kanten en kleine
versieringen geen opmerkzaamheid hadden vereischt en of zij in deze
tulle, met de hooge frisuur en de prachtige donkere roos daarin,
was geboren. Het geluk had voor Kitty meegewerkt. Het kleed benauwde
haar nergens; de strikken waren niet verkreukeld of losgegaan; de
hooggehakte schoenen zaten gemakkelijk; de dikke pouffen blond haar
zaten zoo vast op het bevallig hoofd als haar eigen; alle knoopjes
van haar lange handschoenen lieten zich gemakkelijk vastmaken en
sprongen niet af; het zwart fluweelen lint met medaillon stond
prachtig. Toen zij zich in den spiegel had bewonderd, gevoelde zij
welk een waarde dit fluweelen lint had; aan al het andere was nog
twijfel mogelijk, maar dit lint was betooverend. Kitty voelde in
haar onbedekte schouders en armen marmerkoude, een gevoel, dat haar
bijzonder aangenaam was. Hare oogen schitterden en haar roode lippen
lachten in het bewustzijn harer eigen bekoorlijkheid.
Nauwelijks had zij de zaal betreden, of zij werd voor een wals
geëngageerd en wel door den besten cavalier, den eersten der
balhierarchie, den beroemden directeur en ceremoniemeester, Gregor
Korszunsky, een schoon en deftig gehuwd man. Juist had hij gravin
Bonin, met wie hij den eersten wals had gedanst, verlaten, toen hij
de binnentredende Kitty gewaar werd, en terstond ijlde hij naar haar
toe met den aan alle baldirigenten eigen zwevende danspas, boog voor
haar en zonder haar antwoord af te wachten, legde hij den arm om haar
slanke taille.
"Hoe gelukkig, dat u juist ter rechter tijd is gekomen! Het is
anders geen manier van doen, zoo laat te komen! 't Is waarlijk een
ontspanning met u te walsen, u danst zoo heerlijk licht en zoo juist
op de maat." Hetzelfde complimentje stak hij bij alle bekenden af. Zij
glimlachte over zijn lof en begon over zijn schouders heen in de zaal
rond te kijken. Zij was niet meer een van die nieuwelingen, voor wie
de geheele omgeving tot een enkelen tooverachtigen indruk versmelt;
ook behoorde zij niet tot diegenen, die van het eene bal naar het
andere gesleept waren en alle aanwezigen tot vervelens toe kenden;
zij stond juist tusschen die beide in, zij gevoelde zich opgewekt en
kon zich reeds genoeg beheerschen om opmerkingen te maken.
Zij zag, dat de elite van het gezelschap zich in een hoek der zaal
had gegroepeerd. Daar bevond zich de gastvrouw, verder de tot
in het onmogelijke gedecolleteerde, schoone Lydia, Korszunsky's
vrouw! daar blonk de kale schedel van Kriwin, die altijd daar was,
waar zich de elite bevond; daarheen zagen alle jongelieden zonder
een toenadering te durven wagen en daar vonden haar oogen Stiwa en de
bevallige gestalte en het bekoorlijk gelaat van Anna Karenina.--_Hij_
was daar ook. Kitty had hem sinds den bewusten avond, dat zij Lewin
had afgewezen, niet meer gezien. Met haar scherpen blik herkende zij
hem dadelijk en bemerkte zelfs, dat hij haar aanzag.
"Nog een toer? U zijt toch niet vermoeid?" vroeg Korszunsky buiten
adem.
"Neen, ik dank u."
"Waarheen zal ik u dan geleiden?"
"Ik geloof, dat mevrouw Karenina hier is. Wees zoo goed mij bij haar
te brengen."
"Zooals u beveelt," en Korszunsky walste langzaam recht door de
verschillende groepen naar den linker hoek der zaal heen, terwijl hij
telkens riep: "Pardon medames! Pardon messieurs;" en zoo laveerde
hij tusschen al die strikken en slepen door zonder ook maar een
tipje daarvan aan te roeren en draaide zichzelf en zijn dame vlug
met korten zwaai rond, zoodat haar sleep Kriwins knieën als een
waaier bedekte. Toen nam hij met een diepe buiging haar hand en
geleidde haar naar Anna Arkadiewna. Anna was niet, zooals Kitty het
haar voorgesteld had, in 't lila gekleed, maar zij droeg een zeer
laag uitgesneden zwart fluweelen japon, die haar ronde als uit ivoor
gesneden, prachtige schouders, alsook haar volle armen met de smalle,
kleine handen voordeelig deed uitkomen. Door haar prachtig zwart
haar was een krans van violen geslingerd en zulk een krans kwam ook
aan den gordel tusschen de witte kant uit te voorschijn. Het glanzige
haar was eenvoudig in elkander gestrengeld en krullende lokjes kwamen
aan hals en slapen te voorschijn. Om den blanken hals droeg zij een
streng echte paarlen.
Kitty had Anna elken dag gezien, maar nu bemerkte zij, dat zij haar
nog niet in haar volle schoonheid kende. Zij zag haar nu in een
onverwachten glans en nu eerst begreep zij, dat Anna's eigenaardige
schoonheid daarin bestond, dat bij haar minder het toilet dan zij zelf
in het oog viel. Het zwarte kleed met de prachtige kant was slechts
een lijst, waarin zij zelf te zien was: eenvoudig, gedistingueerd,
natuurlijk en daarbij levendig en opgewekt.
Zij stond daar steeds in buitengewoon rechte houding en toen Kitty
de kleine groep naderde, sprak zij juist met den gastheer, het hoofd
eenigszins naar hem heen gebogen. Zij wendde zich terstond met een
lief, welwillend lachje tot Kitty. Een vluchtige, echt vrouwelijke
blik gleed over Kitty's toilet en een nauwelijks merkbare, voor deze
echter goed verstaanbare beweging met het hoofd gaf de goedkeuring
over haar schoonheid en toilet te kennen.
"Gij komt reeds als dansend de zaal binnen!" sprak zij.
"Dit is een mijner getrouwste helpsters," sprak Korszunsky, terwijl
hij zich voor Anna, die hij nog niet gegroet had, boog. "De prinses
helpt het bal opluisteren. Anna Arkadiewna, ik solliciteer om een
walstoer," voegde hij er bij.
"Gij kent elkander dus al?" vroeg de heer des huizes.
"Wie ken ik niet? Mijn vrouw en ik zijn als de witte wolven: allen
kennen ons!" antwoordde Korszunsky. "Een walstoer, Anna Arkadiewna!"
"Ik dans niet, als ik het eenigszins vermijden kan," antwoordde zij.
"Heden is het evenwel niet te vermijden," zeide Korszunsky.
Op dat oogenblik trad Wronsky naderbij. "Nu, als het dan zijn moet,
dan dansen wij!" zeide zij en legde dadelijk, zonder op Wronsky's
groet te letten, de hand op Korszunsky's schouder.
"Waarom is zij ontevreden op hem?" dacht Kitty, die opgemerkt had,
dat zij opzettelijk Wronsky's groet voorbij zag.
Wronsky ging naar Kitty toe, herinnerde haar aan de eerste quadrille
en gaf zijn leedwezen te kennen, dat hij zoo lang het genoegen niet had
gehad haar te zien. Kitty bespeurde in zijn wezen iets bizonders, alsof
hij nog meer terughoudend en hoffelijk was geworden; zij luisterde
naar zijn woorden en zag met bewondering naar de dansende Anna. Zij
verwachtte, dat hij haar ten dans zou vragen, maar hij deed het niet,
en het werd haar deswege ietwat onbehagelijk. Zij zag hem vragend aan;
hij bloosde en haaste zich haar te engageeren. Maar nauwelijks had
hij zijn arm om haar fijne taille gelegd en deden zij den eersten pas,
toen de muziek plotseling ophield. Kitty zag in zijn gelaat, dat zoo
dicht bij haar was, en nog vele jaren later sneed haar deze blik vol
liefde, waarmede zij hem aangezien had en die hij onbeantwoord had
gelaten, met kwellende schaamte door het hart.
"Pardon! Pardon! Walsen!" riep Korszunsky aan de andere zijde der
zaal, en terwijl hij de eerste de beste dame omvatte, begon hij weer
te dansen.
Wronsky en Kitty danste eenige malen rond. Toen ging Kitty naar
haar moeder en nauwelijks had zij eenige woorden met gravin Nordston
gewisseld, toen ook Wronsky kwam om haar voor de quadrille af te halen.
Onder deze quadrille werd niets van belang gesproken; slechts eenmaal
maakte het gesprek eenigen indruk op haar, toen hij vroeg, of Lewin
nog hier was en er bij voegde, dat hij hem zeer bevallen was. Maar
Kitty verwachtte ook niets meer van de quadrille. Zij wachtte met
een beklemd hart op de mazurka. Bij deze, dacht zij, moest zich alles
beslissen. Zij was zoo overtuigd, dat hij, zooals op vroegere bals,
ook nu met haar de mazurka zou dansen, dat zij reeds vijf andere
heeren had afgewezen.
Toen zij een der laatste quadrilles danste met een vervelend heer,
dien zij niet had kunnen afwijzen, kwam zij juist vis à vis Wronsky
en Anna. Zij was sedert de eerste maal niet meer met Anna saamgekomen
en zag haar nu plotseling weer in een geheel nieuwen en onverwachten
toestand. Zij aanschouwde in Anna de haar zelf zoo wel bekende
teekenen der opgewondenheid van vervulde hoop; zij zag haar bedwelmd
door verrukking; zij zag den opvallenden glans in haar oogen en den
lach van geluk en levenslust, die onwillekeurig haar lippen omspeelde;
zij zag de gracieuse zekerheid en lichtheid harer bewegingen.
"Wie?" vroeg Kitty zich zelf: "Allen of maar een enkele?" en zonder den
zich aftobbenden jongeling, die met haar danste, te helpen--ofschoon
hij den draad van het gesprek verloren had en niet weer kon vinden--en
terwijl ze werktuigelijk de luide commando's volgde, sloeg zij
onafgebroken Anna gade, en haar hart kromp meer en meer ineen.
"Neen, dat is niet de bewondering der menigte, die haar bedwelmt,
het geldt slechts éénen en deze ééne is hij! Is het mogelijk? Is
_hij_ het?"
Telkens als hij met Anna sprak, lichtten haar oogen in vroolijken
glans. Maar wat deed hij dan? Kitty zag hem aan en verschrok. Zij zag
bij hem datgene, wat zij in den spiegel in haar eigen gelaat zag. Waar
was zijn kalme en vaste houding gebleven? Waar de uitdrukking van
zorgelooze gelijkmoedigheid in zijn gelaat? Neen! Nu, telkens als hij
zich tot Anna keerde, boog hij het hoofd, als wenschte hij voor haar
neer te vallen en in zijn blik lag slechts de uitdrukking der innigste
liefde, gepaard met angstige beklemdheid. "Ik wil u niet beleedigen,
maar ik zou mij zelf willen redden en geef niet toe!" zoo sprak elk
zijner blikken.
Het geheele bal, de geheele wereld werd voor Kitty's ziel met een
nevel bedekt. Slechts de strenge school harer opvoeding, die zij
was doorgegaan, hield haar staande om te kunnen doen, wat men van
haar verwachtte, dat was, dansen, op alle vragen antwoorden, spreken,
zelfs lachen. Maar voor het begin van den cotillon, toen men reeds de
stoelen terecht zette en zich eenige paren uit de groote naar de kleine
zaal begaven, werd Kitty een oogenblik door angst en vertwijfeling
overvallen. Vijf heeren had zij afgewezen en nu had zij geen danser;
er was zelfs geen hoop meer, dat zij nog gevraagd zou worden, juist
omdat zij altijd zoo gezocht geweest was en het niemand kon invallen,
dat zij nog vrij zou zijn. Zij moest haar moeder zeggen, dat zij
ongesteld was en naar huis moest; maar daartoe had zij den moed niet;
zij gevoelde zich als vernietigd.
Zij ging een klein salon binnen en gleed op een stoel neder. Het
luchtige kleed golfde als een wolk om haar fijne taille; de eene arm
lag krachteloos in de vouwen van de rosa-tunica neder; de andere hield
den waaier en verkoelde met een korte, snelle beweging haar gloeiend
gelaat. Maar in weerwil van deze gelijkheid met een vlinder, die zich
zoo even op een grashalm heeft neergezet en gereed is de bonte vleugels
weer te openen en verder te fladderen, benauwde een ontzettende
vertwijfeling haar het hart. "Wellicht vergis ik mij! Misschien is het
volstrekt niet zoo!" Maar nogmaals ging voor haar innerlijk oog alles
voorbij, wat zij gezien en gevoeld had, en zij kon niet meer twijfelen.
"Kitty, wat is dat nu?" vroeg gravin Nordston, die haar over het dik
tapijt onhoorbaar genaderd was; "ik begrijp dat niet!"
Kitty's onderlip beefde; zij richtte zich dadelijk op.
"Kitty, gij danst den cotillon niet mede?"
"Neen, neen," antwoordde Kitty met een door tranen verstikte stem.
"Hij heeft haar in mijn tegenwoordigheid voor den cotillon
geëngageerd," zeide de gravin Nordston, die wist, dat Kitty begreep,
wie "hij" en "zij" waren: Zij zeide: "danst gij dan niet met prinses
Tscherbatzky?"
"Och, 't is mij alles hetzelfde!" antwoordde Kitty. Niemand als zij
zelf begreep haar toestand, niemand wist, dat zij eerst gisteren een
man, die zij wellicht beminde, had afgewezen en daarom had afgewezen,
omdat zij aan een anderen geloofde. Gravin Nordston zocht Korszunsky
op, met wien zij zelf anders den cotillon zou gedanst hebben, en beval
hem Kitty te engageeren. Korszunsky en Kitty dansten als eerste paar en
tot haar geluk behoefde zij niet veel te spreken, want Korszunsky had
genoeg te loopen en te ordenen; Wronsky en Anna zaten bijna tegenover
hen. Zij zag hen van verre en zag hen als zij in den dans haar meer
nabij kwamen, en hoe meer malen zij hen zag, des te meer werd zij
overtuigd, dat haar ongeluk was voltooid. Zij zag, dat zij zich in
de volle zaal geheel alleen gevoelden, en op Wronsky's anders zoo
zelfbewust en vast gelaat zag zij nu een treffende uitdrukking van
wankelmoedige onderworpenheid, gelijk aan de uitdrukking van een
schranderen, zich schuldig gevoelenden hond.
Anna lachte, en haar lachen deelde zich aan hem mede; werd zij
nadenkend, dan werd hij ernstig; een bovennatuurlijke kracht kluisterde
Kitty's blik aan Anna; zij was verrukkelijk in haar eenvoudig zwart
kleed; verrukkelijk waren haar met rijke braceletten omsloten armen,
verrukkelijk haar hals met parelsnoer, verrukkelijk de lokken van haar
een weinig losgegane frisuur, verrukkelijk haar bevallige, lichte
bewegingen, verrukkelijk het schoon gelaat in zijn levendigheid;
maar er was iets verschrikkelijks en vreeswekkends in al deze
bekoorlijkheid gelegen.
Kitty bewonderde haar nog meer dan vroeger, maar deze bewondering
veroorzaakte haar geen vreugde, maar kwelling. Zij gevoelde zich
vernietigd en haar gelaat drukte dat ook uit. Haar oogen stonden
dof en haar wenkbrauwen waren opgetrokken. Toen Wronsky haar in den
cotillon ontmoette, werd hij door haar aanblik getroffen; hij herkende
haar nauwelijks.
"Een allerprachtigst bal," zeide hij, om slechts iets te zeggen.
"Ja," antwoordde zij.
Midden in den cotillon moest Anna, om een nieuwe door Korszunsky
uitgevonden, gecompliceerde figuur uit te voeren, in het midden van
den kring treden; zij nam twee heeren en riep Kitty en een dame tot
zich. Kitty naderde haar en zag haar schuchter aan. Anna zag haar
met toegeknepen oogen aan en drukte lachend haar hand; maar toen
zij bemerkte, dat Kitty's gelaat slechts met een uitdrukking van
verwondering en twijfel haar lachen beantwoordde, wendde zij zich
van haar af en begon opgewekt met de andere dame te spreken.
"Ja, er is iets vreemds, duivelsch en verrukkelijks in haar!" zeide
Kitty bij zich zelf.
Anna wilde niet op het souper blijven, hoezeer de gastheer haar ook
drong. "Neen, ik blijf niet," antwoordde zij beslist. Wronsky stond
naast haar en zweeg. Zij keerde zich naar hem om. Hoewel zij hem
slechts eenige malen gezien had, gevoelde zij toch, dat tusschen hem
en haar een verleden vol beteekenis lag.
"Neen, ik heb op dit eene bal bij u al meer gedanst, dan den geheelen
winter in Petersburg," zeide zij; "ik moet voor de afreis nog wat
rusten."
"U reist dus morgen bepaald af?" vroeg Wronsky.
"Ja, dat denk ik!" antwoordde Anna, alsof zij zich over zijn koene
vraag verwonderde. Maar een onwillekeurig en trillend licht in haar
oogen en haar zenuwachtig lachje verzengde hem, terwijl zij dat zeide.
Anna bleef niet op het souper, maar reed aanstonds weg.