1. _Johan van Erp_, Heer van Erp en Vechel.

2. _Agnes_ reeds in 1637 gehuwd met _Werner van Hûndt_. Zij stierf

weduwe in 1676. Van dit huwelijk komen de latere Heeren van Holtmolen

uit het geslacht van van Hùndt.

3. _Assuera Magdalena van Erp_, huwt in 1645 _Johan Wilhelm van

Metternich_ die den 15 April 1662 overleed[47]. Uit hun huwelijk

kwam, volgens Fahne, Wilhelm Engelbert van Metternich gehuwd met

Johanna Agnes Barbara van Bolandt. Wij vonden echter in onze archieven

Engelbert van Metternich, neef en erfgenaam van Baron van Metternich,

gehuwd met _Margaretha van Smidt_, uit wier huwelijk _Wilhelm Arnold

van Metternich_ geboren werd te Tegelen den 18 November 1646. Deze

leefde nog in 1672 en was gehuwd met voornoemde _Agnes van Bolandt_,

die wij in November 1702 als weduwe aantreffen. Deze vrouwe schonk den

pastoor van Tegelen de volmacht over een armenfonds[48].

De Heer _van Hùndt_ van Holtmolen, trad in het begin der vorige eeuw

in de rechten van Mevrouw van Metternich. Hij was luthersch en bezocht

de protestantsche kerk te Kaldenkerken. Uit dien hoofde vooral liet

hij den weg van af Holtmolen tot op de heide door middel van dijken

verbeteren, en wordt die weg de Hondsdijk genoemd. De boerderij _zwarte

hond_ geheeten, doet ook herinneren aan dien Heer.

De familie van Hùndt voerde gedeeld in het schildhoofd een’ loopenden

windhond, in den schildvoet van sinopel.

De éénige dochter van van Hùndt, _Anna Elisabeth Louisa_ trad omstreeks

1750 in huwelijk met Baron _Joachim Reinholt van Glazennap_, uit

Pommeren. Toen op zekeren dag de Heer van Hùndt met zijne dochter in

een rijtuig gezeten over de heide eenen wandelrid deden, lichtte van

Glazennap, de dochter, die hij reeds vroeger doch te vergeefs ten

huwelijk had gevraagd op; met haar in huwelijk getreden kreeg hij bij

erfenis het goed Holtmolen. De familie van Glazennap voerde in zilver

een keper van keel wier linker been op een morenkop steunt. Deze van

Glazennap, zegt men, had van het Beijersche hof verlof gekregen om munt

te slaan; vandaar de zoogenaamde _glazennepkes_, zij zijn van metaal,

hebben eene waarde van 2 stuiver kleefs, en dragen het jaartal 1755.

Ook had deze Heer getracht het slot Holtmolen eenigermate bomvrij te

maken. Hiertoe had men een deel van het dak met een enorme massa aarde

bedekt, waarvan echter de drukkende last eene ineenzakking te weeg

bracht in den nacht van den 17 April 1752, Jacob Vissel metselaar uit

Gelder, werd dientengevolge onder de puinhoopen begraven.

Van Glazennap heeft Holtmolen op het laatste der vorige eeuw verlaten.

In 1771 was het goed onbewoond. Daarna kwam het in bezit van baron van

Holthausen, die het weldra verkocht aan den Heer Vos de Wael, en toen

deze Venlo verliet kwam Holtmolen bij verkoop aan de tegenwoordige

bezitters, de Edelachtbare familie Gerard de Rijk van Steijl.

_De Munt_ ligt ten oosten van het dorp; zooals dit goed thans bestaat

dagteekent het uit het begin der vorige eeuw. Hoe het er voor dien

tijd uitgezien heeft, hebben wij nergens vermeld gevonden. De baron

van Wevelickhoven maakte er een prachtig buiten van, zooals men in

de nabijheid van groote steden aantreft. De kunstmatig aangelegde en

met allerlei arbusten beplante berg, in het park onmiddelijk voor

het kasteel, is aangevoerd met de aarde die uit de grachten gehaald

werd. Midden in die verhevenheid was een ijskelder; doch daar thans

die hoogte bijna gansch geslecht is, staat deze kelder of put thans

ontbloot en gelijkt vrijwel op een fabriek-schoorsteen; ware deze eens

weggeruimd, dan zou de Munt, van op den grooten weg naar Venlo gezien,

in bekoorlijkheid veel winnen. Bij dat landgoed schijnt in vroegere

tijden eene windmolen gestaan te hebben, althans de strook gronds

tusschen het kasteel en de kerk gelegen wordt _molenkamp_, en de weide

daaraan grenzende _molenpas_ geheeten.

De grachten in ’t vierkant rondom de Munt aangelegd en met een fraaie

brug van drie pijlers versierd, bieden in den winter den Tegelsche

liefhebbers van schaatsen een gewenschte en alleraangenaamste ridbaan

aan. Wat de huiskapel op dit kasteel aangaat, zij was klein en

eenvoudig, en is thans tot bergplaats ingericht. Wij vonden dat in

1733, door den bisschop van Luik aan de familie van Wevelickhoven,

vergunning was verleend om het H. Misoffer daarin op te dragen. Deze

vergunning geschiedde telkens voor den termijn van drie jaren. Na

voormeld jaar is deze niet meer gevraagd.

De Heeren van de Munt bezaten voorheen, behalve eenige groote, vele

kleine tienden zooals van vlas, kippen, winter-zaad enz. De groote

tienden, zooals bemerkt is, behoorden meestal aan den Heer van

Holtmolen.

Ook moest de Heer van de Munt, ten gerieve der ingezetenen een’ stier

onderhouden. Deze last stond op het stuk bouwland _Peske_, voorheen

_Verrenpeske_ geheeten.

Chronologische beschrijving van Tegelen benevens aanteekeningen over Belfeld en Steijl · 第 14 / 20 题