Ook de diersoorten van deze hoofdafdeelingen zijn met weinige
uitzonderingen straalsgewijs symmetrisch van bouw. Zij bestaan
uit eenen lichaamswand, welke eene lichaamsholte insluit, die bij
de eenvoudigst gebouwde Holtedieren (zoetwaterpolyp) zakvormig is,
maar bij de hoogere dieren dezer groep uit verschillende afdeelingen
is samengesteld, en niet slechts voor de opneming van spijs en voor
de vertering, maar ook voor de rondvoering der verteerde voedende
stoffen dient. Bij verscheiden Holtedieren zet zich in den lichaamswand
eene harde zelfstandigheid af, die ook na den dood blijft bestaan;
daaruit zijn opgebouwd de roode koralen, die voor de vervaardiging
van verschillende sieraden dienen, alsmede de polypen, welke de
"koraaleilanden" vormen.--Met uitzondering alleen van de sponzen,
bezitten alle Holtedieren zoogenoemde "netelorganen", met behulp van
welke zij de door hen gevangen dieren dooden, en waardoor zij voor den
aanval van andere dieren beschut zijn.--Zij planten zich door eieren
voort, vele echter door vorming van knoppen, die zich later kunnen
afscheiden en aldus zelfstandige dieren worden. (Zoetwaterpolyp). Bij
vele soorten komt het echter voor, dat de knoppen gedurende haar
geheele leven blijven vastzitten; dan vormen zij een' zoogenoemden
"polypenstok". Er zijn ook vrij in de zee rondzwemmende Holtedieren,
nl. de kwallen (fig. 164).--Daar bijkans alle Holtedieren in de zee
leven, en de weinige overigen in 't zoete water, zijn zij geen van
allen voor den landbouw van beteekenis.