Dit deeltje geeft een zeer beknopt overzicht van het geheele
dierenrijk; het behandelt slechts die klassen iets uitvoeriger,
welke voor den landbouwer van belang zijn, dat zijn trouwens dezelfde
klassen, welke gewoonlijk ook niet-landbouwers het meest interesseeren
(zoogdieren, vogels, insekten). Ik vertrouw dat mijn werkje ook aan
Uitgebreid-lagere en aan sommige Middelbare Scholen te gebruiken zal
zijn, hoewel ik bij de samenstelling ervan in de eerste plaats de
lagere takken van het Landbouwonderwijs op het oog had. Natuurlijk
kan dit boekje aan Wintercursussen niet geheel worden doorgewerkt;
den onderwijzer, die het mocht willen gebruiken, blijve de keus van
wat hij wil behandelen. De belangrijkste schadelijke dieren worden
in deze "Beginselen der Dierkunde" slechts genoemd; zij zullen
in een afzonderlijk boekje nader worden behandeld. De leer van de
levensverrichtingen der dieren vindt, te gelijk met die der planten,
in een ander deeltje eene uitvoeriger bespreking.
Wageningen, October 1894.
J. Ritzema Bos.