Wanneer het lot u ooit naar deze parel onder de steden der aarde voert,
begeef u dan niet eerst in haar nauwe, vuile stegen, maar beklim
gezwind het bovenste platform van den hoogen toren, die zich midden op
de punt van het schiereiland, waarop Stamboel, het Turksche
stadsgedeelte ligt, verheft. Een landschap vol onvergelijkelijke
schoonheid breidt zich voor uw oogen uit.
Gij ziet neer op een zee van dicht op elkaar gedrongen houten huizen in
de bontste kleuren. Uit het gewirwar van daken van het oude Stamboel
verheffen zich de slanke torens en minaretten en de ronde koepels der
moskeeën. Vlak aan uw voeten ligt de groote bazaar der kooplieden en
verder naar achteren de Aya Sofia, de voornaamste moskee. Evenals Rome
is Stamboel op zeven heuvels gebouwd, de dalen er tusschen zijn gevuld
met groene boomgroepen en schaduwrijke tuinen. In het Westen zijn de
torens van den ouden stadsmuur nog te herkennen; aan gene zijde daarvan
wenken de toppen van de sombere cypressen der kerkhoven.
Aan de Noordelijke zijde strekt zich een schiereiland met stompen hoek
uit. Daarop bevinden zich de stadsgedeelten: Galata en Pera, waar de
Europeanen, Grieken en Italianen, Joden en Armeniërs en leden van
naburige volksstammen wonen. Tusschen dit schiereiland en Stamboel ziet
men een diep ingesneden zeeboezem naar het Noordwesten; hij heet de
Gouden Hoorn daar op zijn golven sedert onheugelijke tijden onmetelijke
schatten worden vervoerd.
Noord-Oostelijk ziet gij een zeeëngte van bijna gelijke breedte. Haar
waterspiegel is safierblauw en de oever wordt omzoomd door een krans
van dorpen, en witte villa’s tusschen weelderig bosschage. Het is de
Bosporus, de weg naar de Zwarte Zee. Op de rechterzijde van de Bosporus
ligt het derde voornaamste gedeelte van Konstantinopel: Skoetari van de
kust der zee tot de hellingen van lage heuvels.
Richt uw oogen naar het Zuiden. Gij moet ze met de hand beschutten,
want de groote waterspiegels weerkaatsen het zonlicht met
onverminderden glans. Voor u ligt de 200 kilometer lange zee van
Marmara, een vreemd water, noch meer, noch zee, noch golf, noch
zeeëngte, een verbinding tusschen de Zwarte en de Aegeische Zee, met
gene door de Bosporus, met deze door de Dardanellen en de Hellespont
verbonden. De drijvende tuinen ginds, twee mijlen Zuid-Oostwaarts, zijn
de Prinseneilanden, en daarachter in het blauwnevelig verschiet,
verheffen zich de gebergten van Klein-Azië. Hier en daar glinstert het
witte zeil van een schip of zweeft een rookwolkje in de lucht. En
rondom lost zich dit verrukkelijk landschap aan den horizon in steeds
zwakker wordende kleuren op, totdat land en zee en hemel ineensmelten.
Onvergetelijk wordt voor u het beeld van deze geweldige, door breede
kanalen doorsneden stad. Uw blik omvat twee werelddeelen, twee zeeën,
en den belangrijken zeeweg welke de hoofdstad van het Osmaansche rijk
doorsnijdt. Dagelijks gaan ontelbare schepen door de Bosporus de Zwarte
Zee op, naar de kusten van Bulgarije, Rumenië, Rusland en Klein-Azië,
en evenveel door de Dardanellen en de zeeën van Griekenland, den
Archipel, naar de kusten van de Middellandsche Zee.
Slechts noode gaat gij terug van de balustraden, die het platform
omgeven. Is het een droom of werkelijkheid? Gij staat in Europa, maar
op den drempel van Azië. Skoetari, ginds in haar krans van donkergroene
cypressenbosschen ligt reeds aan den Aziatischen kant! Maar als gij
recht omlaag ziet in de van Turken wemelende straten, op de smalle,
witte booten, die over de zeearmen voortijlen, dan voelt gij u meer in
Azië dan in Europa. Een onophoudelijk geruisch omgeeft u, het is de
wind niet, noch het lied der golven; het gelijkt op het gonzen van een
zwerm bijen. Nu en dan hoort gij duidelijk het geroep van een drager,
het blaffen van een hond, het gefluit van een stoomboot, de bel van een
tramwagen. Overigens smelt de stem der natuur, met die van den
menschelijken arbeid tot één toon samen en het zoemende zwijgen omhult
u, die onrustige rust, welke steeds boven de schoorsteenen van groote
steden heerscht.