8. KONSTANTINOPEL.

Wanneer het lot u ooit naar deze parel onder de steden der aarde voert,

begeef u dan niet eerst in haar nauwe, vuile stegen, maar beklim

gezwind het bovenste platform van den hoogen toren, die zich midden op

de punt van het schiereiland, waarop Stamboel, het Turksche

stadsgedeelte ligt, verheft. Een landschap vol onvergelijkelijke

schoonheid breidt zich voor uw oogen uit.

Gij ziet neer op een zee van dicht op elkaar gedrongen houten huizen in

de bontste kleuren. Uit het gewirwar van daken van het oude Stamboel

verheffen zich de slanke torens en minaretten en de ronde koepels der

moskeeën. Vlak aan uw voeten ligt de groote bazaar der kooplieden en

verder naar achteren de Aya Sofia, de voornaamste moskee. Evenals Rome

is Stamboel op zeven heuvels gebouwd, de dalen er tusschen zijn gevuld

met groene boomgroepen en schaduwrijke tuinen. In het Westen zijn de

torens van den ouden stadsmuur nog te herkennen; aan gene zijde daarvan

wenken de toppen van de sombere cypressen der kerkhoven.

Aan de Noordelijke zijde strekt zich een schiereiland met stompen hoek

uit. Daarop bevinden zich de stadsgedeelten: Galata en Pera, waar de

Europeanen, Grieken en Italianen, Joden en Armeniërs en leden van

naburige volksstammen wonen. Tusschen dit schiereiland en Stamboel ziet

men een diep ingesneden zeeboezem naar het Noordwesten; hij heet de

Gouden Hoorn daar op zijn golven sedert onheugelijke tijden onmetelijke

schatten worden vervoerd.

Noord-Oostelijk ziet gij een zeeëngte van bijna gelijke breedte. Haar

waterspiegel is safierblauw en de oever wordt omzoomd door een krans

van dorpen, en witte villa’s tusschen weelderig bosschage. Het is de

Bosporus, de weg naar de Zwarte Zee. Op de rechterzijde van de Bosporus

ligt het derde voornaamste gedeelte van Konstantinopel: Skoetari van de

kust der zee tot de hellingen van lage heuvels.

Richt uw oogen naar het Zuiden. Gij moet ze met de hand beschutten,

want de groote waterspiegels weerkaatsen het zonlicht met

onverminderden glans. Voor u ligt de 200 kilometer lange zee van

Marmara, een vreemd water, noch meer, noch zee, noch golf, noch

zeeëngte, een verbinding tusschen de Zwarte en de Aegeische Zee, met

gene door de Bosporus, met deze door de Dardanellen en de Hellespont

verbonden. De drijvende tuinen ginds, twee mijlen Zuid-Oostwaarts, zijn

de Prinseneilanden, en daarachter in het blauwnevelig verschiet,

verheffen zich de gebergten van Klein-Azië. Hier en daar glinstert het

witte zeil van een schip of zweeft een rookwolkje in de lucht. En

rondom lost zich dit verrukkelijk landschap aan den horizon in steeds

zwakker wordende kleuren op, totdat land en zee en hemel ineensmelten.

Onvergetelijk wordt voor u het beeld van deze geweldige, door breede

kanalen doorsneden stad. Uw blik omvat twee werelddeelen, twee zeeën,

en den belangrijken zeeweg welke de hoofdstad van het Osmaansche rijk

doorsnijdt. Dagelijks gaan ontelbare schepen door de Bosporus de Zwarte

Zee op, naar de kusten van Bulgarije, Rumenië, Rusland en Klein-Azië,

en evenveel door de Dardanellen en de zeeën van Griekenland, den

Archipel, naar de kusten van de Middellandsche Zee.

Slechts noode gaat gij terug van de balustraden, die het platform

omgeven. Is het een droom of werkelijkheid? Gij staat in Europa, maar

op den drempel van Azië. Skoetari, ginds in haar krans van donkergroene

cypressenbosschen ligt reeds aan den Aziatischen kant! Maar als gij

recht omlaag ziet in de van Turken wemelende straten, op de smalle,

witte booten, die over de zeearmen voortijlen, dan voelt gij u meer in

Azië dan in Europa. Een onophoudelijk geruisch omgeeft u, het is de

wind niet, noch het lied der golven; het gelijkt op het gonzen van een

zwerm bijen. Nu en dan hoort gij duidelijk het geroep van een drager,

het blaffen van een hond, het gefluit van een stoomboot, de bel van een

tramwagen. Overigens smelt de stem der natuur, met die van den

menschelijken arbeid tot één toon samen en het zoemende zwijgen omhult

u, die onrustige rust, welke steeds boven de schoorsteenen van groote

steden heerscht.

Van pool tot pool(#68251) · 第 12 / 78 题