Daar de voorzijde van den voet zelden slijt, maar het achtergedeelte
dikwijls zeer spoedig, is het doelmatig den voet met nog eenige
toeren van den enkel in twee helften te breien, die op de zijden
verbonden worden.
Men begint b.v. op de helft van den enkel de steken in twee deelen
te verdeelen, waarbij het naadje zich juist in het midden van het
achterdeel bevindt, breit dan de voorzijde van den enkel in heen- en
teruggaande toeren af en vervolgt hierop de voorzijde van den voet
tot aan den teen. Dan knipt men den draad op eene tamelijke lengte
af en hecht aan de achterzijde van den enkel den draad aan en breit
den enkel zoo lang, als noodig is. Vervolgens breit men den hiel en
den kleinen hiel, neemt aan de linkerzijde de lussen van den hiel op
(zie fig. 26) en breit deze, zooals op bl. 13 is beschreven.
Nu keert men het werk om en breit averechts terug, om aan de andere
zijde de lussen op te nemen en averechts af te breien. Zoo vervolgt
men de afmindering en het rechte deel van den voet in heen- en
teruggaande toeren en breit na den laatsten toer van den voet ook
de voorzijde van den voet, waardoor de voor- en de achterzijde aan
elkander komen en breit den teen op de geheele ronding. Men kan ook
eerst de achterzijde en daarna de voorzijde werken.
Om de beide deelen aan elkander te verbinden neemt men aan de
averechtsche zijde de liggende lussen (zie fig. 26) aan den kant
van de beide deelen op eene breinaald, steekt den draad, die aan de
voorzijde is, in eene straminnaald en neemt met deze beurtelings eene
lus van de eene breinaald en eene lus van de andere breinaald op en
haalt den draad door. Wanneer de draad een- of tweemaal door alle
lussen is heengeregen, wordt hij afgehecht. Om den anderen kant te
verbinden wordt een nieuwe draad aangehecht en gaat men op dezelfde
wijze te werk. Bij het vernieuwen van het achterdeel heeft men slechts
dezen draad er uit te halen, om de beide deelen los te maken.
Voor de sterkte kan men ook hier aan de achterzijde een draad dunne
wol of katoen er in breien, en wel van af het tweede deel van den
enkel tot aan het rechte deel van den voet of langs den geheelen voet.