DE HEGEMONIE VAN THEBE.

De steden, die door Sparta zoo tyranniek waren behandeld, zagen

even spoedig als Sparta zelf in, dat de macht der Spartanen was

vernietigd. De inwoners van Mantinea verlieten hun onbeduidende

volksplantingen op het platte land, gingen onmiddellijk terug naar

hun oorspronkelijke woonplaats, en begonnen de muren weder op te

bouwen. Ware dit kort te voren geschied, dan zouden de Spartanen

onmiddellijk een leger hebben gezonden, om een zoodanige vermetelheid

te straffen, maar nu was het eenige wat zij durfden doen, iemand

naar de Mantineërs te zenden, dien zij altijd op hoogen prijs hadden

gesteld, en die hen moest vragen, nog een tijd te wachten. "Wacht

nog een tijd," zoo bepleitte hij zijn zaak, "de Spartanen zullen

spoedig formeel hun toestemming geven. Als gij wilt wachten, zullen

zij zelfs bijdragen in de kosten van het opbouwen der muren." "Dit

is onmogelijk," antwoordden de overheidspersonen, "want er is reeds

een besluit genomen, ze onmiddellijk weer op te bouwen." "Wilt gij

mij ten minste niet toestaan, in de algemeene vergadering het woord

te voeren?" vroeg de afgevaardigde; maar de overheden zeiden "neen",

en het bouwen der muren werd voortgezet.

Mantinea sloeg geen acht op de wenschen van Sparta, maar dat beteekende

slechts weinig in vergelijking met wat de gevallen staat nog meer

had te verduren. Sparta was zóó zelfzuchtig en tyranniek geweest,

dat een groot aantal staten er bijzonder op gesteld waren, zich er

van te vergewissen, dat zij hen niet langer kon onderdrukken. Na

de overwinning bij Leuctra werd Thebe beschouwd als de machtigste

stad, en ongetwijfeld was Epaminondas de grootste legeraanvoerder in

het land. Onder hem als aanvoerder deed een groot leger een inval

in den Peloponnesus, om Arcadië en Messenië te hulp te komen. Al

wat Epaminondas ondernam, deed hij zoo degelijk mogelijk. Hij was

er niet tevreden mede, door Arcadië te marcheeren, maar stichtte

zelfs een stad. Hij koos een breede, vruchtbare vlakte als plaats,

waar die stad zou gebouwd worden, maar hij bracht de Arcadiërs

er toe, om hun dorpsgemeenten te vereenigen met de nieuwe stad

Megalopolis of "Groote Stad". Nu de Arcadiërs een hoofdstad hadden

en binnen hare muren een schuilplaats konden vinden, zou het voor

de Spartanen niet zoo gemakkelijk zijn, hen ten onder te brengen,

zelfs al was er geen Thebaansch leger, dat de wacht hield. Zoo

werd Arcadië een onafhankelijke staat, maar Epaminondas deed zelfs

meer voor Messenië. Dit land was de oude woonplaats der Heloten,

voordat zij door de Spartanen onder het juk waren gebracht. Zij, die

door de Atheners waren uitgenoodigd, zich te Naupactus te vestigen,

waren door de Spartanen uit die schuilplaats verdreven op het einde

van den Peloponnesischen oorlog. Zij waren naar Italië, Sicilië

en Afrika gevlucht, overal waar zij maar een woonplaats konden

vinden. Toen zij hoorden, dat Epaminondas Messenië was binnengerukt,

en dat hun moederland vrij was, keerden zij onder groote vreugde

naar huis terug. Te land en ter zee, in groote troepen of zelfs één

voor één, kwamen zij in groote menigte in Messenië terug, nu zij

weer een vaderland en een woonplaats hadden. Het land weerklonk van

vreugdezangen en kreten van geluk. Er werden dankoffers gebracht aan

de goden; en er was tevens zwaar werk, daar Epaminondas ook voor de

Messeniërs een stad, Messene, had gesticht. Deze stad zou moeten liggen

tegen de helling van den berg Ithome, en haar muren moesten nog gebouwd

worden. Geen stad zonder muren kon ooit hopen weerstand te bieden aan

een aanval der Spartanen; en de Messeniërs begonnen even blijde met

het bouwen der muren, als Athene begonnen was met het weder opbouwen

der versterkingen van den Piraeus. Een reiziger, die vijfhonderd jaar

later die muren zag, verklaarde, dat het de sterkste muren waren,

die hij ooit had gezien. "Zij waren van stevige steenblokken gebouwd,"

zoo zeide hij, "en uitstekend voorzien van torens en stutmuren."

Epaminondas had met medewerking van Pelopidas Thebe gemaakt tot

den oppermachtigsten staat van Griekenland. Men zou nu verwacht

hebben, dat hij, toen hij met zijn overwinnend leger terugkeerde,

ten minste hartelijk zou zijn verwelkomd. Maar in plaats daarvan werd

hij ontvangen met een beschuldiging, dat hij ongehoorzaam was geweest

aan de wetten van het land. Het bleek namelijk, dat de overwinningen

in den Peloponnesus gedurende de laatste vier maanden gewonnen waren,

en de vijanden der legerbevelhebbers beweerden, dat deze het leger uit

Thebe verwijderd hadden gehouden vier maanden langer dan den termijn,

gedurende welken hun het opperbevel was gegeven. De straf voor zulk

een overtreding was de dood. Epaminondas wachtte kalm de behandeling

der beschuldiging af, en deed zelfs na zijn vrijspraak niet de minste

poging, om zijn vijanden te straffen.

Pelopidas had verklaard, dat daar waar Epaminondas was, geen andere

veldheer noodig was, maar er was behoefte aan een bekwaam veldheer

in Thessalië, en daarheen werd Pelopidas gezonden. De moeilijkheid

was daar, dat de tyran van de ééne Thessalische stad de andere steden

dwong, hem te gehoorzamen. De vorst van Macedonië trachtte evenzeer

in Thessalië macht te verwerven. Pelopidas was even gelukkig in het

noorden als Epaminondas in het zuiden geweest was, en reeds spoedig

keerde hij terug, en kon mededeelen, dat de steden bevrijd waren

van den tyran, en dat hij gijzelaars had gekregen van den koning

van Macedonië.

Tot dusver had Thebe een aantal steden vrijgemaakt, en deze waren

zeer verheugd over haar hulp. Niemand twijfelde er aan, of zij was de

machtigste staat in Griekenland; maar toen zij Pelopidas zond naar den

koning van Perzië, om officieel mede te deelen, dat zij nu in plaats

van Sparta de hegemonie had onder de steden van Griekenland, waren deze

daarover verstoord, en enkelen onder de oude bondgenooten van Sparta

waren bereid haar tegen Thebe te helpen. Het gevolg hiervan was,

dat Epaminondas nog een aantal expedities op Peloponnesisch gebied

moest uitrusten. Ten slotte beraamde hij het plan, Sparta zelf aan

te vallen. Xenophon verhaalt, dat hij de stad zoo gemakkelijk als

een vogelnestje zou hebben kunnen nemen, als niet koning Agesilaus,

die uitgetrokken was, om den vijand tegemoet te trekken, langs een

korteren weg was teruggekeerd, om de "vuurbrakende" Thebanen slag te

leveren. Epaminondas wist, dat de Spartanen hun stad zouden verdedigen

als in het nauw gejaagde wolven, en zeer verstandig trok hij daarom

terug naar Arcadië. De Spartanen vervolgden hen, en er werd een slag

geleverd in de vlakte van Mantinea. Hier speelde Epaminondas het oude

spel der Spartanen bij Aegos-Potamos, en misleidde hen even volkomen

als deze de Atheners hadden misleid. Hij beval zijn manschappen,

hun wapenen bijeen te zetten, en schijnbaar te gaan kampeeren. Toen

daardoor zijn vijanden volstrekt niet op hun hoede waren, stelde hij

plotseling zijn gelederen op en stormde op hen aan. De Spartanen en

hun bondgenooten waren even onthutst als de Atheners in den zeeslag

geweest waren. Zij liepen wild door elkander, de één was bezig zijn

borstharnas vast te maken, een ander zijn paard te toomen, in één

woord zij allen gedroegen zich, niet zooals de Spartanen van ouds,

die gewoon waren opgewekt, doch kalm en bedaard, ten strijde op

te trekken, maar, zooals Xenophon verklaarde "meer als mannen, die

op het punt stonden een zwaar nadeel te lijden, dan aan een ander

nadeel toe te brengen." Epaminondas had een deel van zijn ruiterij

in een phalanx gerangschikt, en zij sloegen zich door de Spartaansche

gelederen heen, "als een oorlogsschip, met zijn sneb tegen den vijand

gericht," zooals Xenophon schrijft, misschien wel met dienzelfden

slag bij Aegos-Potamos in de gedachte. Epaminondas bevocht een

volkomen overwinning, maar sneuvelde zelf. Zijn laatste gedachten

waren voor zijn vaderland. Pelopidas was twee jaren te voren in den

oorlog gesneuveld, en als Epaminondas nu telkens een ander noemde,

die hem als opperbevelhebber zou kunnen vervangen, luidde voortdurend

het antwoord: "Hij is gesneuveld." "Dan moet gij met den vijand vrede

sluiten," sprak hij, en sloot stervend zijn oogen.

De glorie van Thebe had in de handen van één man gelegen. Het was

Epaminondas, die haar groot had gemaakt. Hij was haar aanvoerder,

haar leidsman, haar raadgever geweest. Nu was hij verdwenen, en

op dienzelfden dag was Thebe afgedaald van haar hoogen rang als de

leidende staat van Griekenland.

De Geschiedenis van het Grieksche Volk · 第 40 / 48 题