Er was ééne zaak, waarin de Grieksche natie één geheel vormde, en
wel in de spelen, waarop wij reeds vroeger de aandacht vestigden,
en waaraan niemand kon deel nemen, die niet tot de Grieksche natie
behoorde. De meest bekende spelen waren die te Olympia in Elis. Onder
alle veranderingen in de verschillende staten waren deze in stand
gebleven, en zij werden als iets zóó heiligs beschouwd, dat, hoe heftig
twee Grieksche stammen elkander ook mochten bestrijden, er altijd een
wapenstilstand was in den tijd, dat de Olympische spelen duurden en in
de dagen, die voor de heenreis en de terugreis werden toegestaan. Geen
Griek, die de reis kon bekostigen en om zijn gezondheid daartoe in
staat was, zou er aan denken, van de Olympische spelen weg te blijven;
en de wegen naar Olympia moeten gedurende een tweetal weken vóór en
na het begin van den zomer, in welke dagen de feesten werden gevierd,
een allermerkwaardigst en belangwekkend schouwspel hebben opgeleverd.
Stel u den eersten dag der feesten voor! Elke der verschillende
staten had vertegenwoordigers gezonden, en die afgevaardigden
droegen hun kostbaarste gewaden en reden in de prachtigste wagens,
die beschikbaar waren. De Grieken hadden zóóveel genot in optochten,
dat er zeker wel een optocht zal geweest zijn, en daarna zoo goed als
zeker een plechtige offerdienst aan Zeus. Dan kwam nog de belangrijke
taak, zich er van te vergewissen, dat zij, die aan de spelen wenschten
deel te nemen, het recht hadden dit te doen. Niet alleen de athleten,
maar ook de scheidsrechters en oefenaars moesten een eed afleggen,
dat zij vrij geboren Grieken waren met onvermengd bloed, en dat zij
de regels van het spel in ieder opzicht zouden in acht nemen. Zelfs
al hadden zij dien eed afgelegd, moesten zij nog hun burgerschap
bewijzen, en de athleten moesten aantoonen, dat zij de regels hadden
gevolgd, die voor het dieet en de oefening waren vastgesteld. Met
dit alles was een geheele dag gemoeid van des morgens vroeg tot des
avonds laat. De volgende dagen--drie en misschien meer--waren voor
de wedstrijden bestemd. De spelen bestonden uit wedloopen, worstelen,
vuistvechten, springen, het werpen van schijven, en het slingeren van
werpspiesen. En ten slotte had men nog de beroemde wedstrijden van
met vier paarden bespannen wagens. Als het oogenblik gekomen was, werd
zoo luid mogelijk op de trompetten geblazen, de slagboomen vielen, en
de paarden stormden vooruit, terwijl de menigte luide kreten aanhief,
en in woeste opgewondenheid jubelde.
De vijfde dag was aan de overwinnaars gewijd. Een knaap werd naar
het heilige boschje gezonden, om met een gouden mes takken van een
wilden olijfboom af te snijden. Daarvan werden kransen vervaardigd,
die aan de overwinnaars werden aangeboden. Het was het meest trotsche
oogenblik in het leven van een man, als de heraut zijn naam uitriep,
dien van zijn vader en dien van zijn geboortestad, en als hij dan naar
voren trad om zijn kroon in ontvangst te nemen. De menigte juichte
hem uitbundig toe, en hij vergat de lange, vermoeiende en vervelende
dagen, dat hij zich had moeten oefenen, terwijl hij uitsluitend aan
den door hem verworven roem dacht.
De olijfkrans was op zich zelf reeds belooning genoeg, maar er waren
nog een aantal andere eerbewijzen, die den gelukkigen drager van
den krans wachtten. Gewoonlijk bracht hij een offer aan Zeus, en al
zijn landgenooten, die te Olympia tegenwoordig waren, namen daaraan
met groote ingenomenheid deel, daar hij hun geboorteland roem had
gebracht. Terwijl het offer brandde, liepen zij in een schitterenden
optocht om het altaar heen, en zongen zij daarbij in koor lofliederen
aan de goden, begeleid door de muziek van fluit en cither. Dit was
slechts het begin, want de offerdienst werd gevolgd door tallooze
feestgelagen. De stad, die bij de spelen den voorrang bekleedde, gaf
feesten aan de overwinnaars, en de overwinnaars gaven feesten aan hun
vrienden. En zelfs daarmede waren de eerbewijzen niet ten einde, immers
dikwijls werd ter eere van den overwinnaar een standbeeld opgericht te
Olympia, en ook weleens een tweede standbeeld in zijn woonplaats. Zelfs
de terugkeer van een overwinnaar naar zijn geboorteplaats leverde
een schitterend schouwspel op. Hij was gekleed in een rijk purperen
gewaad, en werd naar zijn woning gebracht in een wagen, door vier
witte paarden getrokken. Zijn vrienden en bloedverwanten volgden
hem, in hun beste kleeren gestoken; en daarop volgde een troep volk,
zingend en juichend, zoo luid dit maar mogelijk was.
Zoodra zij voor de muren gekomen waren, hield de optocht
stand. "Waartoe zijn er muren noodig ter verdediging van een stad, die
zoo voortreffelijke mannen heeft?" riep het volk; en dan werd een stuk
van den stadsmuur neergehaald, en vlogen de vier witte paarden over
de puinhoopen heen. Natuurlijk volgden ook daar weer feestgelagen,
en werd dikwijls een milde gift in goud en zilver geschonken. De
wijsgeeren uit die dagen herinnerden de burgers er dikwijls aan, dat
die overwinnaars in de spelen voor de stad weinig waard waren. "In
vredestijd zijn zij niets waard" zoo zeiden de philosofen, "immers
het is niet hun geest, maar hun lichaam, dat geoefend is; en zij zijn
niets waard in oorlogstijd, daar hun oefening zóó eenzijdig is, dat
zij spoedig zouden bezwijken, als zij zich moesten onderwerpen aan den
krijgsdienst." Toch bleef de vereering der athleten voortduren. In
sommige steden gebruikten zij dagelijks het middagmaal ten koste
van de stad, en gedurende hun geheele verdere leven werd voor hen
een plaats op de voorste rij in de schouwburg vrijgehouden. Met
zorgvuldigheid werd hun naam ingeschreven in het register, dat te
Olympia werd gehouden, en zoolang zij leefden werden zij geëerd.
De Grieken hechtten zóóveel gewicht aan die spelen, dat zij bijna
alle gebeurtenissen daarnaar rekenden; het jaar, dat die spelen
werden gevierd en de volgende drie jaren, werden als een Olympiade
gerekend. Zoo noemden zij het jaar 776 vóór Christus het eerste jaar
der Olympiade; het jaar 770 vóór Christus het derde jaar der tweede
Olympiade.
Gedurende langer dan duizend jaar werden die spelen zonder eenige
onderbreking gehouden. Hun beteekenis voor het Grieksche leven kan
nauwelijks hoog genoeg worden geschat. Zij hadden grooten invloed op
den handel, immers waar zoovele duizenden menschen bijeen waren, daar
moest heel wat gekocht en verkocht worden. Zij hadden eveneens invloed
op de kunst, immers bij die spelen vond de beeldhouwer de schoonste
levende modellen. Zij hadden tevens invloed op de zeden en gewoonten
van het volk, op hun eerbied voor godsdienstige plechtigheden, en
eveneens op hun belangstelling in literatuur en welsprekendheid;
immers bij de meeste dier spelen werden ook daarin wedstrijden
gehouden. De Grieken werden nooit tot één natie vereenigd; toch
droegen de spelen er veel toe bij, dat zij tot de overtuiging kwamen,
dat zij een aantal gezamenlijke belangen hadden en dat, indien een
volksstam de hulp van een vreemdeling inriep tegen een anderen stam,
deze als het ware een verrader van zijn vaderland was.