Voor allen, die over uitgevers en publiek te klagen hebben, is deze
schrijfster, tijdgenoote van onze Betje Wolff en Aagje Deken, een
troostend voorbeeld, mits zij een even zuiver talent hebben als deze
Engelsche domineesdochter, die in het dorpje Steventon in Hampshire
geboren en getogen werd, en er haar eerste 26 jaren sleet. Want haar
eerste twee romans, _Pride and Prejudice_ en het hier in Nederlandsche
vertaling aangebodene _Sense and Sensibility_ schreef zij tusschen de
jaren 1796 en '98, maar kon er eerst in 1811 en 1813 een uitgever voor
vinden. Nog een derden roman had zij inmiddels geschreven _Northanger
Abbey_, en toen, ontmoedigd(?) de pen maar laten rusten.
Doch toen eindelijk haar twee oudste romans verschenen waren, duurde
het niet lang of onder de schrijvers van haar tijd werd haar werk
geprezen en gretig gelezen (éen van hen heeft later bekend, een
harer boeken 17 maal te hebben gelezen!) en nadat tusschen 1811 en
'16 zij nog drie romans bij de drie oudere gevoegd had (_Mansfield
Park_, _Emma_ en _Persuasion_) kon zij over haar roep gerust zijn. De
beroemde en gretig gelezen schrijfsters van haar tijd zijn vergeten;
haar werk leeft nog, even frisch als toen het geboren werd.
Zijn groote eigenschap is de fijne ironische observatie van het
burgerlijk leven van haar tijd en haar vermogen dit zonder eenigen
romantischen kunstgreep boeiend te maken. Haar menschen en haar
omgeving leven voor ons in een volkomen zuiverheid, en in haar
tijd, waarin men alles romantiseerde, kwam dit als een zoo groote
verrassing, dat zelfs de romantische grootmeester Walter Scott er haar
met ijver om prees. Er is weinig Engelsch werk, dat ons zoo aandoet
om zijn verwantschap met den geest van onze eigen Nederlandsche
letterkundige kunst als het hare. De geestigheid van Betje Wolff is
guller en meesleepender, maar Jane Austens werk staat zuiverder in
zijn afwezigheid van alle sentimentaliteit. Als teekenaressen van de
burgerklasse uit haar eigen omgeving wedijveren beiden, zonder dat
men een van beiden den eerepalm zou durven toekennen boven de andere.
"Haar fijne toets" en ondeugendheid van beschrijving zullen, naar
wij vertrouwen, ook onze lezers waardeeren, in de voortreffelijke
vertaling van Mevr. Van Uildriks, die tot ons leedwezen, de uitgaaf
niet meer mocht beleven.
Redactie W.B.