Hoofdstuk IV.--Verblijf der reizigers te Kleef.--Zij maken kennis
met interessante landgenooten en naburen, spreken over menschen
en zaken in gebonden en ongebonden stijl, en bereiden zich voor,
te worden vergast op een verhaal van den ouden Heer Korenaar
Hoofdstuk V.--Het verhaal van den Heer Korenaar, dat misschien nog
met de verdere reisavonturen van Polsbroekerwoud en zijne vrienden
in verband zal staan
Hoofdstuk VI.--Aken en Borcetti.--Torteltak ontmoet een oud vriend.--De
Louisberg.--Hij ziet dat zijn vriend gelukkig is.--De Courzaal.--Hij
vindt de vrouw van zijn vriend lief
Hoofdstuk VII.--Keulen.--Bonn.--Men ontmoet interessante levenden,
maar nog interessanter dooden
Hoofdstuk VIII.--Waarin de reizigers vele merkwaardige plaatsen
bezoeken onder veelsoortige gewaarwordingen, en waarin Polsbroekerwoud
en de Amsterdamsche familie in zeer onaangename positiën voorkomen
Hoofdstuk IX.--Beginnende met eene stoombootreis naar Coblenz,
en eindigende met de _illustre rejeton_ der familie van Schalen
Hoofdstuk X.--Een Hoofdstuk, waarin de nieuwsgierige lezer, die gaarne
vernemen wil, hoe de reizigers over de badplaatsen naar Frankfort
trekken, zeer teleurgesteld wordt en dat verder zeer geschikt is om
overgeslagen te worden door menschen, die niet gaarne kennis willen
maken met Frankfortsche families
Hoofdstuk XI.--Waarin de reizigers meer dan twintig mijlen afleggen
zonder eenig avontuur, maar waarin zij naderhand in een klein bestek
velerlei genoegens smaken
Hoofdstuk XII.--Vermeldende, hoe Veervlug naar zijn pas zoekt, hoe
hij zich in zijne eenzaamheid tracht te amuseeren, en hoe hij eerst
te Darmstadt plaisir krijgt
Hoofdstuk XIII.--De nieuwe vriend van Veervlug komt op het tooneel,
en legt veel Duitsche plaatsen- en menschenkennis aan den dag
Hoofdstuk XIV.--De reizigers bezoeken twee badplaatsen; op de eene
maakt Pols eene schitterende vertooning, op de andere blijft hij
geheel onopgemerkt
Hoofdstuk XV.--De tour door het Schwartzwald.--Pols maakt kennis
met Engelsche dames bij onweder, en met Ohlsbachsche bij feestmuziek
Hoofdstuk XVI.--Aankomst in Zwitserland en verblijf te Schaffhausen;
bevattende tevens belangrijke opmerkingen omtrent den invloed van
een nieuw schoeisel op lichaam en ziel.
Hoofdstuk XVII.--Bevattende eene al te lange beschrijving van eene
voetreis, en eene al te korte van een watertogtje
Hoofdstuk XVIII.--Hoe de reizigers den Rigi beklimmen, en hoe het
Holstaff tegen zijne verwachting toch nog gebeuren mag, de zon aldaar
te zien opgaan
Hoofdstuk XIX.--Waarin Pols in zijne verwachting, om een der schoonste
dagen van zijn leven in vreugde te vieren, door veelvuldige rampen
bitter wordt teleurgesteld
Hoofdstuk XX.--Waarin zoovele zaken voorkomen, dat het moeijelijk zou
wezen, de verschillende opgaven in een korten inhoud te vereenigen
Hoofdstuk XXI.--Geeft de redenen op, waarom voor Polsbroekerwoud en
zijne vrienden het verblijf te Bern geene aangename souvenirs heeft
achtergelaten
Hoofdstuk XXII.--Een zeer kort hoofdstuk, dat voornamelijk over den
voorvluchtigen van Aartheim handelt
Hoofdstuk XXIII.--Waarin de lezer een geruimen tijd in het Kerkerhol
van Chillon moet verzuchten
Hoofdstuk XXIV.--Geleidt de reizigers van Geneve over Sallenches naar
Chamounix en vandaar naar Martigny, en is eenigszins in afgebroken
journaalstijl geschreven
Hoofdstuk XXV.--Waarin aangetoond wordt, dat een interessante tour
niet altijd een gemakkelijke is
Hoofdstuk XXVI.--Waaruit blijkt, dat de reisavonturen van Joachim
Polsbroekerwoud nog na zijne aankomst te Milaan vervolgd worden
Hoofdstuk XXVII.--Waarin veel beredeneerd en weinig bewezen
wordt, en waarin de reizigers eene herberg aantreffen, waar op
het uithangbord _vrij wijn_ niet maar voor de leus geschreven
is
Hoofdstuk XXVIII.--Hetwelk aantoont, dat het zeer gevaarlijk is,
te digt langs een afgrond te wandelen
Hoofdstuk XXIX.--Waarin de reizigers eenig oponthoud hebben, maar
dat de lezer zonder oponthoud kan eindigen
Hoofdstuk XXX.--Waarin Pols een zeer mooijen _coup de theatre_
ziet mislukken, en waarin Torteltak eene dame in haar rijtuig
helpt
Hoofdstuk XXXI.--Waarin een heer zeer vroolijk en een ander zeer
melancholiek wordt
Hoofdstuk XXXII.--Hetwelk tooneelen behelst, zeer ergerlijk voor
de Nederlanders in het algemeen, en voor de Haarlemieten in het
bijzonder
Hoofdstuk XXXIII.--Hetwelk misschien voor sommige lezers zal
ophelderen, wat het titelvignet voorstelt
Hoofdstuk XXXIV.--Waarin van Aartheim eene zeer treurige ontmoeting
heeft
Hoofdstuk XXXV.--Hetwelk het laatste is, behalve voor degenen,
die al voorlang de lectuur dezer reisontmoetingen hebben afgebroken