CONSCIENCE.

--"Ik heb al meer gemerkt, dat men het goed recht van ons Vlamingen niet

beseft, doordat men niet weet, dat wij hier sedert 1830 worden behandeld

als een _overwonnen volk_. Er is veel strijd toe noodig geweest om de

eenvoudigste taalrechten te veroveren, 't Spreekt toch van zelf, dat een

mensch het recht heeft om veroordeeld te worden in zijn eigen taal. Dat

ons onderwijs de Vlamingen niet ontvlaamschen zou, hebben wij nog steeds

niet kunnen verkrijgen. In dien hardnekkigen strijd heeft vooral

Conscience door zijn literairen arbeid veel goeds gedaan. Maar met zijn

optreden gingen allerlei romantische gedachten gepaard; nu, ook in de

dagen van Rodenbach was men 't romantisme nog niet geheel ontgroeid, en

dat is maar natuurlijk ook. Bedenk eens: de leerlingen van het seminarie

te Roesselaere, waar hij zijn opleiding ontving, mochten onder elkander,

en zelfs in de speeluren, geen Vlaamsch spreken. Wie op Vlaamsch-spreken

werd betrapt moest een stuk hout dragen, een "signum", totdat een andere

makker werd betrapt,--alles berustte op verklikkerij--en dan mocht hij

hem het "signum" overgeven. Op zulk een terrein moest men zich voelen

als de jonge Schiller, dwepen met den vrijheidsgeest der voorouders,

zich zelf opwinden met beelden uit het verleden. In zulke omstandigheden

zijn de namen van Breydel en De Coninck geen holle klank meer. Maar na

de romantisch-gekleurde beweging onder de leuze: _De taal is gansch het

volk_ zijn andere krachten opgestaan:"

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 154 / 162 题