Zoo gingen een paar jaar voorbij. We broeiden en we zochten naar
gelegenheid om een nieuw tijdschrift uit te geven--ditmaal op breederen
grondslag. En op onzen leeftijd beteekende een paar jaar al heel wat.
Terwijl we dan zonder blad zaten, streden we de strijd voort in "De
Distel", een rederijkerskamer, waar een aantal dichters elken Zaterdag
bijeen kwamen om er hun verzen voor te lezen bij pot en pint. Heel
argelooze gedichtjes waren 't meestal. Maar die "Distel" vormde in
Brussel het eenige milieu waar men elkander vond en kon praten over
literatuur. En daar ontbrandde een hevige strijd over Kloos, over Gorter
en van Eeden, ook over Couperus. Die waren aangevallen door de critici
van "De Distel",--en wij voelden ons geroepen om ze te verdedigen, 's
Zaterdags trokken we dan vol moed naar de zitting om die ouwerwetsche
kerels bij hun lurven te pakken en den lof te zingen van de
Nieuwegidsers.