DE VLAAMSCHE BEWEGING VOOR '80.

Ik bracht het gesprek op de Vlaamsche beweging, vroeg hem naar de

bedoelingen die de leiders hadden gedreven.

--"Ja, vertelde hij me, die bedoelingen waren zeer vaag, daar wij

allen--zeer jonk waren. Voor zoover ik mij herinner is hier een soort

opstand gekomen, negatief, tegen hetgeen ons in de Vlaamsche beweging

minder aanstond. Het schijnt dat men in Holland nog al dikwijls denkt

aan een nieuwere richting in Vlaanderen, die dan omstreeks '90 begonnen

heet te zijn. Dat is toch niet heelemaal juist. Er was hier een

geleidelijke ontwikkeling, die ongeveer 1890 tot krachtige uiting was

gekomen. Heelemaal geen nieuwe beweging, die zoo maar uit den grond

gesprongen zou zijn.

"Wat den literairen smaak betreft, waren er, voor ons, al dichters

opgestaan, die de techniek van het vers louterden. Voorloopers dus.

Laat ik allereerst noemen den ouden Gezelle ... we kenden hier de verzen

van vóór zijn dertigste jaar ... en dan: Rodenbach. Er was ook nog een

beweging die uitging van Dautzenberg, een dichter uit het oudere

geslacht, waarvan de lijn zich over Pol de Mont voortzet. En de Romans

van Stijns waren een soort voorbereiding van wat Buysse later schreef.

Nietwaar? u ziet de overgangen, en ik wijs u er op, om u te doen zien,

dat onze beweging niet iets is van de laatste vijftien jaar."

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 141 / 162 题