Om nu op mijn richting terug te komen: de richting in mijn werk waarvan
ik mij zelf ook bewust ben, dat is mijn pessimisme. Wat ik daarmee
bedoel wordt dikwijls verkeerd begrepen. Zij hebben mij dikwijls een
Schopenhaueriaan genoemd en dat is in zooverre onjuist, dat ik hem
natuurlijk wel een groot man vind ... maar waarom heb ik zooveel met hem
op?--niet omdat hij mij ideeën heeft gegeven--maar omdat ik in goeien
systematischen vorm bij hem terug vond wat ik zèlf al had, wat ik als
jongen al onduidelijk in mij voelde leven: dat idée dat het verdriet of
de slechte afloop of wat men kan noemen het pessimistische in de zaken:
sterk overheerscht het optimistische, en dat het goeie een moment is dat
toch weer slecht eindigt. Ik had laatst nog een briefwisseling met een
dame, die groote bezwaren had tegen wat ik schreef in mijn artikel "_Hoe
Loki ontstond_." Die schreef mij een langen brief waarin ze aankwam met
het mooie in het leven.... Dat kon ik hiermee beantwoorden: Stel dat we
de balans van het leven opmaken en we vinden een batig saldo aan wat de
Duitscher noemt _Lust_, dan vind ik voor dat geval het idee van den ons
steeds bedreigenden dood, van het onvermijdelijk moeten scheiden van de
"Lust", zoo verschrikkelijk dat dit optimisme me nog pessimistischer
lijkt dan mijn pessimisme. Waarom ik verder leef? Ik heb een dwazen
instinctieven drang in mij om te leven en daarom ga ik er niet uit. Bij
wie wil leven, bij die overheerscht eenvoudig de instinctieve drang en
bij wie het verstand overheerscht, die moet inzien dat de kans om
ongelukkig te zijn veel grooter is, dan de kans om gelukkig te zijn, dat
de zoogenaamde optimistische beschouwing volkomen opweegt tegen wat we
pessimisme noemen.