--"Die ontstaat van zelf. Die is er voordat ik 't weet. Bijvoorbeeld:
Mijn vrouw interesseert zich erg voor mijn werk. En juist met haar heb
ik 't dikwijls over iets waarvan zij dan zegt: waarom doe je dat toch
zoo? dat bevalt 't publiek niet. Dan zeg ik: dat kan ik niet veranderen.
Dan moet 't maar geen mensch bevallen. Ik kan dat niet veranderen; dat
is onmogelijk. Als ik eenmaal zie dat iets zus of zoo moet zijn, dan heb
ik een gevoel van valschheid als ik er nog iets aan verander ter wille
van het publiek. Dat kan ik niet. Kort geleden had ik om mijn vrouw een
pleizier te doen een optimistisch slot aan een tooneelstuk geschreven.
Zij had het schema voor dat slot gemaakt. En een paar dagen later zei
ik: hier heb je de stukken er van. Ik heb 't onmiddellijk verscheurd. Ik
kòn 't niet aanzien!..."