De dingen die mij treffen presenteeren zich onmiddellijk aan mij als
roman of als tooneelstuk. Schrijven wordt dan een soort behoefte voor
me. En het eigenaardige is, dat ik daarbij nooit denk aan de uitwerking
die het op 't publiek zal hebben, aan de moraliseerende strekking of wat
de menschen er bij denken. Het is een zuiver egoïstisch weergeven van
wat mij treft. Daarom kan ik ook zoo goed begrijpen wat Goethe heeft
gezegd ... ik weet de woorden niet precies meer ... dat iets zoo sterk
in je kan zijn, dat het een goddelijke verlichting wordt het te uiten.
--"Maar dan moet ik U toch vragen: waarom stuurt U uw werk toch de
wereld in?"