Daar valt me nog een avontuur in: Van Eeden zou komen spreken en hij
dineerde in Den Haag bij mijn moeder en mij.
--"Kan ik zoo naar "Oefening" gaan?" vroeg ie. Hij was als student
gekleed in een gewoon colbertje. "Ben je mal, kerel? Ze lachen je uit!"
Van Eeden natuurlijk ten einde raad, en het slot was dat hij mijn
gekleede-jas zoolang aan kreeg. Nu ageerden wij in dien tijd nog tegen
"het servetje" en als ik een spreker te pakken kon krijgen, dan stookte
ik hem altijd op om niet mee te soupeeren. Maar 't gekke was, dat Van
Eeden erg hield van lekker eten en na afloop had-ie zoo'n trek, dat-ie
tòch wou gaan. "Ho jonge", zei ik, "da's niet afgesproken. Wil jij zware
biefstukke nuttigen, ga dan je gang. Maar dan ook op staande voet mijn
gekleede-jas terug!"