In een van de eerste afleveringen van "De Nieuwe Gids" schreef ik de
schets "Herfst in 't woud". Dat was toen iets! Er stond in ... de
boomen, daar loopt van dat sap langs, hè? Nu, dat had ik "snotterig"
genoemd. Verbeel' je! Smit Kleine schreef daar een parodie op: "Voorjaar
in 't woud".
Daarna kwam "Miss Nelly", de beschrijving van een Engelsche meid, zooals
die stond te zingen in een tingel-tangel ... met al dat licht en die
sigarenrook ... "Wip-billend" en "wieg-heupend" had ik daarin gezet ...
dat waren toen nieuwe woorden. Ik heb toen voor 't eerst die malle
woorden gebruikt, en daar is een storm van lol over opgegaan. Ik geloof
dat 't toen Prof. Kalff is geweest, die daar met een ernstig gezicht een
betoog over heeft gehouden. Moet dat niet zijn: "bil-wippend" en
"heup-wiegend?" "Neen," zei ik, "dan ken je je taal niet, want je gebruikt
toch zonder blikken of blozen woorden als "knipoogend."" Dat heb ik hem
onder zijn neus gedauwd. Natuurlijk kwamen er weer allerlei parodieën
... maar tegenwoordig vindt men niets byzonders meer in die manier van
schrijven.