HET NIEUWE LUCHTSCHIP.

--"Dat ik nu heb ingezien, dat de machines geen macht hebben, maar dat

de machinist de macht uitmaakt. De coöperaties moeten worden geleid door

schrandere, ervaren mannen-van-zaken, door commerciëele of industriëele

genieën of talenten, kortom: van boven af. Of dat nu kapitalisten zijn

of socialisten, het doet er niets toe. Mijn ondervinding met de

vereeniging "Gemeenschappelijk Grondbezit" heeft mij geleerd, dat de

arbeiders niet in staat zijn, zelfs maar een kleine onderneming

voldoende te beheeren. En als men nu de schuld van de mislukking op mij

gooit, die tracht af te wentelen van de arbeiders, dan bewijst men

daarmede, wat ik al gezegd heb: dat het aankomt op de leiding. En

spreekt u mij van gemeenschapsgevoel, dan zeg ik u, dat dit volstrekt

niet gewaarborgd wordt door het etiket "socialisme". Ik heb

langzamerhand geleerd, wat dat beteekent: socialistisch

gemeenschapsgevoel. Niets! Bij kapitalisten is het dikwijls nog grooter

dan bij zich-noemende socialisten. Maar ik verwacht van niemand groote

opofferingen. Ik verwacht alleen, dat er wel eenige menschen zullen

gevonden worden, die hun geld tegen redelijke condities zullen willen

beleggen. En om deze zaak tot stand te brengen zijn een paar

"vijf-percentsphilanthropen" voldoende, wat het geld betreft. En reeds

nu heb ik gezien, dat ik mag hopen."

Daarmede was ons gesprek teneinde. Hij werd weer weggeroepen.

"Een mooi vak heb jullie," zei hij, voordat hij mij verliet, "een

prachtig vak. Ik erken dat het goed is, menschen, die iets te zeggen

hebben aan het spreken te brengen. Maar toch ... toen ik uw stukken over

andere schrijvers las, toen dacht ik: Tot zoo iets leen ik me nooit.

Omdat het altijd er uitziet alsof de geïnterviewde met zooveel

zelfbehagen over zich zelf zit uit te pakken. Dat is meestal een schijn,

die de goede reporter moet vermijden, door zijn eigen rol in 't

interview duidelijk te laten uitkomen. Ik hoop, dat U dat doen zult en

daarom leende ik mij er toch toe. Als het goed geschiedt, is het heel

nuttig het publiek over een persoon in te lichten, en er schuilt meer

trots en ijdelheid in het afwijzen dan in het aannemen van

interviews."--

Hij leidde mij de trappen af. Hij leek heel slank, heel ondernemend,

heel jeugdig.

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 81 / 162 题