--"Goed. Ik ben van die menschen weggegaan, zoodra ik voelde, dat de
ethische schoonheid meer moest worden gehandhaafd, en ik mijn leven met
deze overtuiging meer wilde doen harmoniëeren. U zult zeggen: Van der
Goes heeft hetzelfde gedaan. Maar die is onder de hand in de dogmatiek
verzeild geraakt. En daar is hij voor goed opgeborgen. Als geest is hij
nu verloren. Ik daarentegen ben een verklaard vijand van alle dogmatiek,
omdat hij den geest versteent, en daardoor het leven onmogelijk maakt.
In iemand als Van der Goes is zoo'n overgang te begrijpen. Hij is altijd
een droog intellect geweest, zonder krachtige eigen persoonlijkheid.
Maar van Gorter is het meer te bejammeren. Bij hem ligt de fout in een
gebrek aan intelligentie. Hij heeft fijn-gevoelige dingen, hij was een
goed dichter, al is hij spoedig decadent geworden. Maar hij wist zich
nooit recht te houden, hij heeft nooit een helderen kop gehad.... Dus,
bij de mannen, die zich aan de sociaal-democratie verslingerd hebben kon
ik mij al evenmin aansluiten. Mijn vrijheid is mij te lief. Ik ben
dankbaar, dat ik dat toen direct begrepen heb. Want hoe meer ervaring ik
opdeed, hoe stelliger ik overtuigd werd, dat ik de goede richting zoek
en wat ik heb leeren inzien, wordt nu ook in andere landen begrepen,
langzaam aan."
--"Ziet u een bepaald verband tusschen de leer van Marx en de ideeën van
de Nieuwe-Gids-groep, zooals Van der Goes en Gorter ze vroeger beleden?"
--"Neen. Zij hadden iets noodig om zich aan vast te klampen. Zij hadden
een leer noodig, en die hebben ze nu. Dat ze Marxist zijn geworden is
toevallig. In vroeger eeuwen waren ze Calvinist geworden. Want ze zijn
geen oorspronkelijke menschen, ze kunnen niet op zich zelf staan, ze
hebben een dogma noodig. Ze moesten zich vasthouden aan een groote
persoonlijkheid, en honderd jaar vroeger waren ze aanhangers geworden
van Rousseau."
--"Voelt u niets voor hun meening, dat het schoon is, je persoonlijke
idealen prijs te geven, om te werken voor de gemeenschap?"