ALGEMEEN MENSCHELIJK STREVEN EN TAAL VERMOGEN.

"Dat berust op diepe gronden. Ik heb daar een duidelijk uitgesproken

meening over, waarom een heel diep en algemeen-menschelijk streven

meestal samengaat met een groot taalvermogen. Ik zal die meening

schriftelijk uiteen zetten. Laat ik U hier alleen zeggen: neen, ik

geloof niet, dat we hier staan voor een toevalligheid. Maar hierbij

moeten wij ook in het oog houden, dat die twee niet altijd in dezelfde

mate samengaan. Schiller bv. was een man van voornamelijk ethische

kracht, een, die niet bezat het groote lyrische vermogen van Shelley.

Maar hij bezat volkomen wat ook Shelley bezat, de groote, nobele

menschelijkheid, en daardoor alleen werd er een dichter uit hem. Dat

hadden zij, de mannen van '80, in Schiller volkomen genegeerd. En zoodra

ik vol ging houden, dat dit algemeen-menschelijke niet mocht worden

losgelaten, vond ik Kloos tegenover me. Mijn eerste verzet tegen Kloos

begon: toen hij de expressie "een goed mensch" uit de taal wou

schrappen."

--"Nu komt er een onnoozele vraag: Wilt u dan alle tendenz-literatuur

als kunst laten gelden?"

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 70 / 162 题