--"Ja: zij waren in hun smaak zeer precieus, en de consequentie daar van
werd, dat zij zich trotsch stelden tegenover de maatschappij. Kloos was
eigenlijk de persoon dien ik bestreed, omdat hij, naast zijn goed begrip
van het literaire dichterschap, verdedigde een slecht begrip van het
maatschappelijke dichterschap. Hij was vijandig aan de maatschappij, en
al laat dit zich heel goed verklaren door zijn positie in het algemeen,
het bleef mij antipathiek. De band die ons bond was zuiver literair. Hij
was de man, die mooie dingen schreef, die goede verzen kon onderscheiden
van slechte. Maar een gemeenschappelijken band van maatschappelijk
idealisme, een band, zooals de groote Duitschers in hun bloeitijd
hadden, dien hadden wij niet."
--"Maar brengt de aard van de nieuwere poëzie niet mee, dat de dichter
individualistisch moet zijn?"