FREDERIK VAN EEDEN

--"Ik heb daarnet een zoon gekregen, en overmorgen vertrek ik naar

Amerika".

Met deze woorden trad hij in het zonnige logeer-vertrek, waar ik een

kwartiertje had gezeten, in hoop en vreeze. Hij leek heel slank, heel

vlug, en--ondanks zijn baardigen profete-kop met de zware denkvoren over

't voorhoofd en naast de oogen--heel jeugdig. Met zijn eigenaardigen,

half-sarcastischen lach ging hij bij 't laai-lichte venster zitten; en

waarschuwde mij, dat hij maar heel weinig tijd had, ieder oogenblik kon

worden weggeroepen; bovendien niet de minste neiging tot vertellen

voelde, maar zijn best wilde doen, mijn vragen duidelijk te

beantwoorden. Ook moest ik hem beloven: goed te doen uitkomen, dat ik

ons gesprek leidde, dat de onderwerpen die hij zou aanroeren, waren

onderwerpen van mijn keuze.

Ik meende goed te doen, hem niet te vragen naar biographische

byzonderheden; en, om aan te sturen op dieper liggende dingen, verzocht

ik hem, uiteen te zetten, wat hem wezenlijk scheidde van de

Nieuwe-Gids-dichters bij wie hij zich toch oorspronkelijk had

aangesloten.

De mannen van '80 aan het woord Een onderzoek vaar eenige beginselen van de "Nieuwe-Gids"-school. · 第 63 / 162 题