En nu wordt tegenwoordig niet voldoende begrepen, dat de kunstenaar als
zoodanig zijn beteekenis heeft voor de maatschappij. Als een periode
achter den rug is, en zij heeft geen eigen stijl gehad, dan wordt daar
een verwijt van gemaakt. Dan zegt men: dat was wel een gevoelige tijd,
maar een eigen stijl hadden de menschen toen niet. En nu kom ik weer tot
Berlage en Verster, die zoeken in hun kunst kracht in een eigen stijl.
Zoo zoek ik in de poëzie. Hier is geen sprake van wat men persoonlijken
stijl zou kunnen noemen. Die bezit ieder, die goed schrijft. Het komt er
hier op aan iets eigenaardigs in zijn werk vast te leggen, dat in staat
is een tijd te kenmerken in tegenstelling tot vroegere en latere
tijdperken. Dit heeft met maatschappelijke invloeden in zooverre te
maken, dat allerlei gevoelens slechts gezegd kunnen worden, als de
maatschappij ze deelt, en dat is in een verbrokkelden tijd als de onze
dikwijls erg moeilijk. Vooral voor de architectuur is dat waar. Wil die
kunst tot uiting komen, dan is een samen-werking van allerlei
uiteenloopende maatschappelijke machten noodzakelijk.