Het was een algemeen tijdschrift. Niet alleen letterkundigen werkten er
aan mee. Zoo had je jonge schilders, die het noodig vonden, nieuwe
ideeën, afwijkend van de algemeen geldende opinie, over hun kunst te
boekstaven. Jan Veth behoorde tot onze eerste medewerkers. Ook Bolland,
toen nog geen professor, maar leeraar aan het gymnasium te Batavia, kwam
tot ons, want niemand wilde iets van hem opnemen. Wij waren de eersten,
die wijsgeerige opstellen van hem publiceerden. Eén ervaring hadden wij
allen gemeen: de officieele grootheden zeiden tot ons: "Neen, dank je,
we willen je niet."