In den zwermtijd ziet men soms dagen achtereen, dat eenige bijen
eene zelfde plaats naarstig omvliegen en waarnemen; men noemt deze
daarom spoorbijen; want zij schijnen het zwermen te voorzien en
daarom eene geschikte woning op te sporen, waar zij zich zouden
kunnen vestigen. Men zal dan ook bevinden dat een zwerm, aan zich
zelven overgelaten wordende, deze plaats met der woon betrekt. Hij
doet dit echter niet terstond, maar hangt zich hier of daar aan,
waar de bijen zich verzamelen en wat uitrusten; worden zij in dezen
toestand niet opgevangen en in eene woning geplaatst, die haar bevalt,
dan betrekken zij, na korter of langer tijd, de vroeger opgespoorde
woning, waarheen dan de spoorbijen haar waarschijnlijk den weg wijzen.