De mees, bl. 204. De specht, bl. 204. De muis, bl. 204. De padde,
bl. 205. De mieren, bl. 205. De wilde hommelbij, bl. 206. De wespen,
bl. 206. De luis, bl. 206. De spin, bl. 206. De wasmot, bl. 207. Er
zijn twee soorten, bl. 207. Wat men te doen heeft zoo zij zich in het
broednest gevestigd heeft, bl. 208. Hoe de wastafels voor de wasmot
beveiligd worden, bl. 209.