Met een enkel woord moet ik den lezer mededeelen, dat een vriend mij
heeft bijgestaan, om deze bladen het licht te doen zien. Zoowel door
het teekenen der figuren, als door het omwerken van mijn handschrift,
dat voor de pers minder geschikt was, heeft hij mij eene dienst
bewezen.
Daar enkele onnaauwkeurigheden eerst na het afdrukken door mij ontdekt
zijn, zoo is het noodig de achterstaande verbeteringen op te geven. De
lezer vergeve het, dat die misstellingen in den tekst zijn ingeslopen,
verschoone het gebrekkige, dat mijn arbeid nog mag aankleven, en doe
zijn voordeel mei het goede, dat er in gevonden wordt!
Lunteren, Januarij 1861.