I. Waarom men het stadje Quiquendone nergens behoeft
op te zoeken, zelfs niet op de beste kaarten 167
II. Waarin de burgemeester Van Tricasse en de wethouder
Niklausse over de belangen der stad spreken 170
III. Waarin de commissaris Passauf op even luidruchtige als
onverwachte manier komt binnenvallen 174
IV. Waarin blijkt, dat dokter Ox een bekwaam natuurkundige
is en stoute proeven neemt 179
V. Waarin de burgemeester en de wethouder een bezoek
brengen aan dokter Ox en hetgeen daaruit voortvloeit 184
VI. Waarin Frans Niklausse en Suze Van Tricasse plannetjes
voor de toekomst maken 190
VII. Waarin de »andantes" »allegro's" worden en de
»allegro's" in »vivaces" overgaan 194
VIII. Waarin de oude, deftige wals een stormwind gelijk wordt 202
IX. Waarin dokter Ox en zijn assistent Ygeen elkander
slechts enkele woorden zeggen 208
X. Waarin men zien zal, dat de epidemie de geheele stad
aantast en welke uitwerking zij teweegbrengt 208
XI. Waarin de bewoners van Quiquendone een heldhaftig
besluit nemen 212
XII. Waarin de assistent Ygeen een verstandigen raad geeft,
die driftig door Dr. Ox wordt van de hand gewezen 219
XIII. Waaruit opnieuw blijkt, dat men van een verheven plaats
alle menschelijke nietigheden beheerscht 219
XIV. Waarin de gebeurtenissen te Quiquendone zulk een vaart
nemen, dat de inwoners, de lezers en zelfs de schrijver
een onmiddellijke ontknooping vorderen 227
XV. Waarin de ontknooping losbarst 230
XVI. Waarin de schrandere lezer wel ziet, dat hij goed
geraden had, niettegenstaande al de voorzorgen van den
schrijver 230
XVII. Waarin de theorie van dokter Ox verklaard wordt 231