ROB DOB DEROB DOB DOB!

1 De trom maakt ieder 't hart vol moed,

die als een braaf soldaat

voor 't vaderland zijn lijf en bloed

fris avonturen gaat.

wanneer tambour reveille slaat,

om brandewijn roept soldjermaat:

rob dob derob dob dob,

rob dob derob dob dob,

wij geven het niet op.

2 Het schoonste leven is in 't veld,

daar vlamt men op den buit,

daar speelt men heer met weinig geld,

al had men niet een duit.

de boer moet geven wat hij heeft,

waarvan de heer soldaat dan leeft.

rob dob enz.

3 Een krijgsman leeft gelijk een heer

met groote deftigheid;

hij ziet zoo moedig als een beer,

hij vlamt maar op den strijd,

hij schroomt voor geen bebloeden kop,

hij zet zijn huid geweldig op.

rob dob enz.

4 Waar dat hij komt, hij speelt den baas,

wie schrikt niet voor zijn stem?

het krijgsmuzijk is tromgeraas,

dat geeft zijn ijver klem.

schalmeijen, trommen en trompet,

die roepen krijgsman aan 't banket,

rob dob enz.

5 De marsepein van menig pond,

hoewel wat hard van stof,

spouwt Hans uit zijn metalen mond,

wie lust die eet daar of.

het klein banket is kruid en lood,

de handgranaten wittebrood.

rob dob enz.

6 De bommen zijn ons venezoen,

maar magtig droog van korst;

't was beter een gebraden hoen,

al was 't ook wat bemorst.

zoo leeft een krijgsman in het veld,

en vreest voor vijand noch geweld.

rob dob enz.

7 De gansche wereld is zijn huis

en de aard geheel zijn bed.

het donderend kanongespuis

is muzijk van 't balet.

zijn koele waaijer is de wind,

zoo dat men zijns gelijk niet vindt.

rob dob enz.

8 De hemel is zijn nachtgordijn,

zijn nachtlicht is de maan,

behalve die der sterren schijn,

zijn wekker is de haan.

een krijgsman is een wonderkwant,

hij is een baas van 't gansche land.

rob dob enz.

9 En komt het leger tot den strijd,

soldaat die vloekt en zweert,

hij schiet, hij houwt, hij steekt, hij snijdt,

hij doet wat hij begeert.

hij moordt of geeft bij wijl kwartier,

naar dat hij valt op krijgsmanier.

rob dob enz.

10 En komt hij dan in 't garnizoen,

zoo leeft hij als een vorst,

want daar is voor hem niets te doen,

hij teert en smeert de borst.

't is evenveel van waar men 't haalt,

wanneer de trom slaat is 't betaald.

rob dob enz.

11 En heeft hij dan zijn tijd vergist,

zoo dat hij sterft de dood,

men hangt zijn degen op de kist,

en geeft hem menig schoot,

men draagt hem eerst een straatjen om,

hij wordt begraven met de trom:

rob dob derob dob dob,

rob dob derob dob dob,

wij geven het niet op.

Holländisch: VolksLB. bei Le Jeune, Volkszangen Nr. 52. Das Lied

gehört noch ins 17. Jahrh., als sich das Söldnerwesen auch in den

Niederlanden zum Soldatenstande ausgebildet hatte. Der Kehrreim mit

seinen fünf Schlägen der Trommel, der sich wiederholt, ist noch ein

Nachklang aus dem Brauche deutscher Landsknechte. Bei diesen war der

Trommelschlag: top top topp topp topp, und das Volk sang dazu:

Hut dich, Baur, ich komm!

Mach dich bald davon! u. dgl.

S. Hirsch de origine Landsknechtorum in Miscellanea Lips. Nova

Vol. IX. P. 1. 1752.

¶ 1, 6. soldjermaat, soldeniermaat, Söldnergeselle--2, 2. 3,

4. vlammen op iets, begierig auf etwas sein--3, 2. deftigheid,

Würde--3, 4. maar, nur--3, 5. schroomen, erschrecken--3, 6. opzetten,

daran setzen, wagen--4, 1. den baas spelen, den Herren machen--4,

4. klem, Nachdruck--5, 1. marsepein, marssepain, Marcipan--6,

1. venezoen, frz. venaison, Wildbret--6, 4. bemorst, beschmutzt--7,

3. gespuis, Gekrach--8, 3. behalve die, außer denen--8, 5. wonderkwant,

Blitzkerl--9, 6. naar dat, nachdem--10, 4. teeren en smeeren de

borst, schwelgen, sich gütlich thun--11, 1. vergissen, betrügen

d. h. durchbringen--11, 3. kist, Sarg.

¶ Nr. 168.

Niederländische Volkslieder · 第 176 / 217 题