Een jaar of vijf, zes werkte Marcel nu reeds aan dat beroemde doek,
dat volgens zijn bewering de Doortocht door de Roode Zee moest
voorstellen, en een jaar of vijf, zes reeds weigerde de jury hardnekkig
dit kleurrijke meesterwerk. Ten gevolge van het heen en weer trekken
van het atelier naar het Museum en van het Museum naar het atelier
had het doek den weg dan ook zoo goed leeren kennen, dat het, wanneer
men het op rolletjes gezet zou hebben, ongetwijfeld in staat geweest
zou zijn zich alleen naar den Louvre te begeven. Marcel, die het
tienmaal veranderd en van boven tot beneden omgewerkt had, schreef
het ostracisme, dat hem jaarlijks den toegang tot den vierkanten
Salon ontzegde, toe aan een persoonlijke vijandigheid der juryleden
en had in zijn verloren oogenblikken ter eere van de cerberussen van
het Instituut een kleinen dictionnaire van scheldwoorden samengesteld,
die met scherpe en giftige illustraties versierd was. Deze verzameling
was al heel gauw beroemd geworden en had in de ateliers en in de
Ecole des Beaux-Arts hetzelfde succes verworven, dat eens ten deel
gevallen was aan het onsterfelijke klaaglied van Jean Bélin, [32]
schilder van den sultan van Turkije: alle schildersleerlingen van
Parijs hadden er een exemplaar van in hun geheugen.
Gedurende langen tijd had Marcel zich door de hardnekkige weigeringen,
welke bij iedere tentoonstelling aan zijn doek ter deel vielen,
niet laten ontmoedigen. Hij had zich nu eenmaal in zijn hoofd gezet,
dat zijn werk, in kleinere verhoudingen dan, het verwachte pendant
was van de "Bruiloft te Kanaän", dat gigantische meesterwerk, welks
schitterende kleurenpracht het stof van drie eeuwen niet dof had kunnen
maken. Ieder jaar zond Marcel dan ook weer tegen de opening van den
"Salon" zijn doek aan de jury ter beoordeeling. Alleen wijzigde hij,
om de juryleden op een dwaalspoor te brengen en te trachten het
vooroordeel, dat zij blijkbaar tegen de "Doortocht van de Roode Zee"
hadden, op te heffen, telkens een of ander detail, zonder echter
iets te veranderen aan de compositie in haar geheel, en gaf het doek
dienovereenkomstig een anderen naam.
Op die wijze kwam de schilderij op een goeden dag als "Overtocht
over den Rubicon" voor de jury; maar Pharao, die onder den mantel
van Caesar slecht vermomd was, werd herkend en met alle eer, die hem
verschuldigd was, afgewezen.
Het volgend jaar bracht Marcel op verschillende punten van het
linnen witte plekken aan, als zinnebeeld van de sneeuw, plantte in
een hoek een den, trok een Egyptenaar den uniform van een grenadier
der keizerlijke garde aan en doopte zijn schilderij: "Overtocht over
de Beresina."
Doch de jury, die dit jaar haar brillen op de opslagen van haar met
groene palmtakken versierde rokken goed had schoongeveegd, werd geen
slachtoffer van deze nieuwe list. Zij herkende het hardnekkige doek
onmiddellijk en wel aan een groot, bont paard, dat schrikkend voor een
golf der Roode Zee, steigerde. De robe van dit duivelsche paard werd
door Marcel gebruikt voor alle proefnemingen, die hij op het gebied
van coloriet deed, en hij noemde het in vertrouwelijke gesprekken de
"synoptische tabel der fijne tinten," omdat hij met het spel van licht
en schaduw op die plaats de meest verschillende kleurencombinaties wist
aan te brengen. Doch, ongevoelig voor dit détail, had ook ditmaal de
jury geen zwarte bolletjes genoeg om den "Overtocht over de Beresina"
te weigeren.
"Goed," zeide Marcel, "dat dacht ik wel. Het volgend jaar zal ik het
inzenden onder den titel: "Doortocht door de panorama's"."
"Zij zullen voor den gek, gi, ga, gi, ga, gek gehouden worden!" zong
Schaunard op een nieuwe door hem gecomponeerde melodie, een vreeselijke
melodie, lawaaierig als een gamma van donderslagen, en waarvan de
begeleiding de schrik van alle piano's in de buurt was.
"Hoe kunnen zij het weigeren zonder dat al het vermillioen van
mijn Roode Zee hun op het gelaat komt en het met het scharlaken
van schaamte bedekt?" mompelde Marcel, terwijl hij naar zijn doek
keek..... "Wanneer men bedenkt, dat er voor honderd daalders verf en
een millioen genie op zit, zonder nog te spreken van mijn schoone
jeugd, die zoo kaal geworden is als mijn vilten hoed. Een ernstig
werk, dat nieuwe horizonten voor de glazuurkunst opent. Maar zij
zullen het niet voor de laatste maal gezien hebben; tot aan mijn
laatsten ademtocht zal ik mijn schilderij inzenden. Ik zal zorgen
dat het tenminste in hun geheugen gegraveerd blijft!"
"Dat is de zekerste manier, om er gravures van te krijgen," merkte
Gustave Colline op en voegde er voor zichzelf aan toe: "Een heel
aardige woordspeling, heel aardig .... die zal ik verder vertellen."
Marcel bleef zijn verwenschingen uitbraken, die Schaunard steeds weer
op muziek bracht.
"Zij willen mij niet in den Salon toelaten!" riep Marcel uit. "Ha,
de regeering betaalt ze, geeft ze onderdak en het kruis van het
Legioen van Eer, alleen maar met het doel, om eens per jaar, den
eersten Maart, mijn doek te weigeren .... Maar ik zie heel goed,
wat zij daarmede voor hebben, ik zie het heel goed in; zij hopen,
dat ik mijn penseelen in stukken zal breken. Zij denken misschien wel,
dat ik, wanneer zij mijn "Doortocht door de Roode Zee" weigeren, mij
hals over kop uit het raam van de wanhoop zal storten. Maar zij kennen
mijn hart al heel slecht, als ze me door zoo'n plompe list hopen te
vangen. Ik zal voortaan de opening van den Salon niet afwachten. Van
af heden zal mijn schilderij het Damokles-doek zijn, dat eeuwig boven
hun leven zal hangen. Ik zal het van nu af eenmaal per week aan een
van de heeren thuis zenden, in zijn eigen woning, in de schoot van
zijn familie, midden in het hart van zijn particulier leven. Het zal
hun huiselijke vreugde vergiftigen; zij zullen daardoor hun wijn
zuur, hun wild aangebrand, hun vrouwen onuitstaanbaar vinden. Zij
zullen binnen zeer korten tijd krankzinnig worden; en men zal ze een
dwangbuis moeten aantrekken om op de zittingsdagen naar den Salon te
kunnen gaan. Dat denkbeeld lacht mij toe."
Eenige dagen later, toen Marcel zijn vreeselijke wraakplannen tegen
zijn vervolgers reeds lang weer vergeten had, kreeg hij bezoek van
vader Médicis. Zoo noemde men in den vriendenkring een Jood, Salomon
geheeten, die toentertijd heel goed bekend was aan alle artistieke
en litteraire bohémiens, met wie hij bijna dagelijks in aanraking
kwam. Vader Médicis schacherde in alles en nog wat. Hij verkocht
complete ameublementen van twaalf tot duizend daalders. Hij kocht
alles en wist alles met winst weer kwijt te raken. De wisselbank van
Proudhon is niets vergeleken bij het door Salomon toegepaste systeem,
die het schachergenie bezat in een graad, welken zelfs de handigsten
van zijn geloofsgenooten nog niet bereikt hadden. Zijn winkel op de
Place du Caroussel was een tooverpaleis, waarin je alles vondt, wat
je maar noodig hadt. Alle producten der natuur, alle voortbrengselen
der kunst, alles wat voortkomt uit de ingewanden der aarde en het
brein der menschen--alles was voor Médicis een handelsobject. Hij
schacherde in alles, absoluut in alles, wat maar bestaat, hij werkte
zelfs in het denkbeeldige. Médicis kocht n.l. denkbeelden, hetzij om ze
zelf te exploiteeren, hetzij om ze weer te verkoopen. Bekend met alle
schrijvers en alle kunstenaars, vertrouwde van de paletten en vriend
van den inktpot, was hij om zoo te zeggen de Asmodé der kunsten. Hij
gaf je sigaren in ruil voor een feuilleton, pantoffels voor een sonnet,
versche zeevisch voor paradoxen; hij praatte tegen betaling--per
uur zoo en zooveel--met de journalisten, die stof voor de chronique
scandaleuse moesten verzamelen; hij bezorgde je toegangskaarten voor
de kamertribunes en uitnoodigingen voor particuliere soirées; hij
gaf schildersleerlingen onderdak per nacht, per week of per maand
en liet zich daarvoor met copieën naar oude meesters in den Louvre
betalen. De coulissen hadden voor hem geen geheimen. Hij zorgde ervoor,
dat stukken werden aangenomen door de theaterdirecties. Hij was een
wandelend adresboek van Parijs en kende de namen, de woonplaatsen en
de geheimen van alle beroemdheden--zelfs van de meest obscure.
Beter echter dan de uitvoerigste verklaring zullen eenige bladzijden
uit zijn memoriaal u een denkbeeld kunnen geven van zijn alles
omvattenden handel: