De fraaie kruiskerk te Zuidbroek, waarbij op eenigen afstand een
zware toren staat, is zeer rijzig van aanzien door de vrij sterk
sprekende verticale lijnen. De toren, geheel gepleisterd, is van
weinig architectonische waarde, doch het kerkgebouw destemeer. De
hooge gevels zijn naar 13e eeuwsche trant, met pilasters, kolonnetjes
en boogjes versierd. De onderbouw bestaat uit een arcatuur van drie
kwart kolonnetjes op een hoog plint, met spitsboogjes verbonden en
cirkelvormige nisjes omvattende. In het bovengedeelte zijn zeer
slanke vensters, waarnaast nissen met afwisselend vlechtwerk,
aangebracht. Onder het overstekend pannendak zonder goot, is een
boogfriesje, dat zich ook langs de klimmende lijnen van den topgevel
voortzet. Het interieur is hoog en statig en ondanks de weinige
en smalle vensters overvloedig verlicht. De ruimte wordt overdekt
door koepelgewelven met schijnribben, die in een sierroset tezamen
komen. Een barok-preekstoel uit 1736 en eenige blank-eikenhouten
banken uit 1709 dragen tot verfraaiing bij.