Een mooien toren heeft ook de kerk te Anloo, die door zijn aardige
gevelbekroning en klein spitsje een karakteristiek type van
zadeldaktorens vertegenwoordigt. Hij is van frisch rooden baksteen
opgetrokken en op Romaansche wijze eenvoudig versierd met rondbogen
en kleine galmgaten. De tamelijk lage en overwelfde kerk doet twee
bouwperioden kennen. Het oudste gedeelte, het schip, is grootendeels
van tufsteen en vertoont resten van lisenen en blindbogen. De later
ingebroken ramen zijn met baksteen aangemetseld. Het veelhoekig koor
is in groot formaat baksteen uitgevoerd. Het kerkgebouw ligt op een
uitgestrekt grasveld, dat ten deele door een vervallen baksteenmuurtje,
op veldheien gefundeerd, is omsloten.