Een zeer mooi voorbeeld van een drieschepige dorpskerk is de kerk te
Brakel, een type ongeveer als te Kerkdriel, doch zonder kruisbeuk. Ook
hier worden middenschip en zijbeuken door één hoog dak overhuifd,
dat vrij laag bij den grond begint, waardoor het gebouw zoo goed
harmonieert met de lage dorpshuisjes. De rondboogvensters in de
zijbeuken, waarvan nog gedeelten van tufsteen zijn, werden later
ingebroken ter vervanging van oorspronkelijk kleinere ramen. Het koor,
ter breedte en hoogte van het middenschip, heeft spitsboogvensters en
is half tienhoekig afgesloten. Ook zeer fraai is de toren, die in drie
verdiepingen is verdeeld, welke naar boven lager en smaller worden;
aan de noordzijde is een veelhoekig traptorentje uitgebouwd.